26 sep2017

Aandacht voor aanpak discriminatie in Nederland

Nederlandse moslims van Turkse en Marokkaanse afkomst ervaren in toenemende mate discriminatie, meer dan moslims in vijftien andere Europese landen. Dit blijkt uit een deel van het onderzoek Second European Union Minorities and Discrimination Survey (EU-MIDIS II) Muslims dat het Europees Agentschap voor de Grondrechten (FRA) op 21 september uitbracht. Mede naar aanleiding hiervan en eigen werkzaamheden organiseert het College een bijeenkomst op 8 december.

De resultaten uit het onderzoek hebben betrekking op ervaringen van Europese moslims in de afgelopen vijf jaar. Van de onderzochte landen scoort Nederland op veel terreinen bovengemiddeld slecht. Nederland scoort naar verhouding zeer slecht op discriminatie op grond van religie, etnisch profileren door de politie, vertrouwen in de politie en gehechtheid aan het land waar men woont. Daarentegen scoort Nederland relatief goed op bewustzijn van discriminatie en klachtmelding.

Wat doet het College voor de Rechten van de Mens?

Op 8 december organiseert het College, na verschijning van het gehele onderzoeksrapport een bijeenkomst: ‘Discriminatie, hoe pakken we het aan?’ (in samenwerking met de FRA en het Ministerie van Binnenlandse Zaken). Naar aanleiding van de conclusies uit het onderzoeksrapport gaan de deelnemers in gesprek over een effectieve aanpak van discriminatie op grond van etniciteit en/of religie.

Verschillende partijen die invloed hebben op de aanpak van discriminatie, zoals NGO’s, politie, kenniscentra, gemeenten, wetenschappers, politici en belangenorganisaties doen hieraan mee. Ook mensen die zelf veel met discriminatie te maken hebben, vanwege hun afkomst, religie en/of huidskleur, nemen deel aan deze bijeenkomst. Praktische informatie volgt later.

Meer informatie over het FRA onderzoeksrapport:

◀ Terug naar berichten