27 sep2016

Advies anti-terrorisme wetsvoorstellen Eerste Kamer

Vanavond praat de Eerste Kamer met experts over twee anti-terrorisme wetsvoorstellen: over intrekking van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid en over bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding. Namens het College voor de Rechten van de Mens zal Jan Peter Loof het woord voeren.

Het College voor de Rechten van de Mens erkent de noodzaak om de rechtsstaat en de bevolking tegen terroristisch geweld te beschermen. Tegelijkertijd merkt het College op dat de bescherming door de overheid van de mensenrechten van al haar inwoners lastiger wordt naar mate er meer heikele thema’s, zoals terrorismebestrijding,  op de agenda staan. Het College waarschuwt dat juist in moeilijke tijden het recht – en in het bijzonder mensenrechten – hun waarde dienen te bewijzen. Deze betekenis van mensenrechten wordt in beide wetsvoorstellen onvoldoende onderkend.

Het College liet zich al eerder negatief over deze wetsvoorstellen uit. Het wetsvoorstel intrekking van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid creëert eersterangs- en tweederangsburgers. Alleen personen die naast de Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit hebben, kunnen het Nederlanderschap verliezen. Van de circa 1,3 miljoen mensen met dubbele nationaliteit heeft een groot deel een migratie-achtergrond. Zij worden door dit wetsvoorstel vaker getroffen dan andere Nederlanders. Het ontnemen van het Nederlanderschap leidt tot verlies van het kiesrecht, beperkt de bewegingsvrijheid en kan het gezinsleven enorm bemoeilijken. Het College vindt dat deze maatregel zo ingrijpt in het leven van een individu, dat deze door een onafhankelijke rechter moet worden opgelegd en niet door de Minister. Intrekking van het Nederlanderschap door de Minister – zoals het wetsvoorstel voorstelt – biedt onvoldoende mensenrechtelijke waarborgen.

Ook de nieuwe bestuurlijke maatregelen die het tweede wetsvoorstel introduceert om terrorisme te bestrijden, grijpen diep in het persoonlijk leven van de betrokkene: zo maakt het voorstel het opleggen van een gebiedsverbod, contactverbod en uitreisverbod mogelijk. Ook hier komt de rechter pas aan bod, nadat de maatregelen zijn opgelegd. Maatregelen die de grondrechten van een individu zo inperken horen vooraf in plaats van achteraf door een onafhankelijke rechter te worden getoetst. Daarnaast ontbreekt, net als bij het eerste wetsvoorstel, de noodzaak voor dit wetsvoorstel. Er is eerder een scala aan anti-terrorismemaatregelen geïntroduceerd, die tot nog toe amper zijn gebruikt. Het College vraagt zich af of de Minister nog meer bevoegdhedennodig heeft.

Tot slot verschuiven beide wetsvoorstellen bevoegdheden van de (straf)rechter naar de Minister. Het strafrechtelijke beginsel dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen voor de rechter, komt daarmee onder druk te staan. Het College verzet zich tegen deze tendens.

Meer informatie

Advies conceptwetsvoorstel intrekken Nederlanderschap

Advies Conceptwetsvoorstel tijdelijke wet bestuursrechtelijke maatregelen terrorismebestrijding

 

◀ Terug naar berichten