14 feb2017

Assistentiehond moet welkom zijn in de ontbijtzaal

Een hond in de ontbijtzaal van een hotel is misschien een vreemde gewaarwording. Toch zal dit steeds vaker voorkomen. Sinds 2016 geldt in Nederland het VN-Verdrag handicap. Volgens dit verdrag moet niet alleen het gebouw waarin een hotel zit toegankelijk zijn. Ook moet iemand met een assistentiehond gebruik kunnen maken van het ontbijt. Helaas is dit nog niet voor alle ondernemers duidelijk. Zo oordeelde het College voor de Rechten van de Mens dat een hotel een vrouw discrimineerde door haar niet met haar assistentiehond in de ontbijtzaal te laten.

Wat is er gebeurd?

Een slechtziende vrouw en haar man verbleven in NH-hotel Atlantic. Toen zij ‘s morgens in de ontbijtzaal gingen zitten vertelde een medewerker dat de hond van vrouw niet in de zaal mocht. Daarna kwam de manager die hun verzocht de ontbijtzaal te verlaten. De vrouw en haar man hebben vervolgens ontbeten in de bar van het hotel. De vrouw voelde zich gediscrimineerd omdat zij niet met haar assistentiehond in de ontbijtzaal mocht. Het hotel zegt dat het voor hen niet duidelijk was dat het om een assistentiehond ging. Het College oordeelt dat het hotel had kunnen vermoeden dat het om een assistentiehond ging en hiernaar had moeten vragen.

Lees de samenvatting en het oordeel (2017-10)

Wat staat er in de wet?

Op 14 juni 2016 is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte uitgebreid met goederen en diensten. De wet gold al voor onderwijsinstellingen, werkgevers, aanbieders van woningen en openbaarvervoersbedrijven. Nu gaat deze ook op voor onder andere horecagelegenheden, musea, winkels, bioscopen, verzekeraars en zorginstellingen. Zij zijn verplicht om aanpassingen te doen voor mensen met een beperking en assistentiehonden toe te laten.

Over het VN-Verdrag handicap

Eén op de acht Nederlanders heeft te maken met een langdurige fysieke, psychische, verstandelijke, intellectuele of zintuigelijke beperking. Het VN-Verdrag handicap versterkt de positie van mensen met een beperking omdat het bepaalt dat zij gelijke rechten hebben op het gebied van wonen, scholing, vervoer, werk en een aantal andere terreinen. De overheid moet ervoor zorgen dat dit wordt gerealiseerd.

Het College voor de Rechten van de Mens houdt toezicht op de naleving en implementatie van het verdrag in Nederland. Vanuit deze toezichthoudende rol bekijkt het College:

  • Of wetten en beleid voldoen aan de normen van het VN-Verdrag;
  • Welke instanties er betrokken zijn bij de uitvoering van het verdrag en hoe zij die taak uitvoeren;
  • De situatie van mensen met een beperking en het verloop van de beweging naar een inclusieve maatschappij.
◀ Terug naar berichten