20 sep2017

Minister trekt Nederlanderschap in van vier jihadisten

Op 13 september 2017 trok Minister Blok het Nederlanderschap van vier uitgereisde jihadisten in. Het is de eerste keer dat dit gebeurt. Dit is mogelijk op basis van een nieuwe wet die in maart dit jaar in werking trad. De intrekking van het Nederlanderschap gaat per direct in. De rechter zal het besluit achteraf toetsen.

Het is niet aan het College om individuele gevallen waarin het Nederlanderschap wordt ingetrokken te beoordelen. Wel signaleert het College een aantal mensenrechtelijke knelpunten in de wet die aan deze maatregelen ten grondslag ligt. Bij de totstandkoming van de wet wees het College in een kritisch advies al op deze knelpunten.

Om welke mensrechtelijke knelpunten gaat het?

Ingrijpende bevoegdheid

Het intrekken van het Nederlanderschap is een hele ingrijpende maatregel. De overheid ontneemt dan iemand de toegang tot essentiële mensenrechten zoals het recht op vrijheid van beweging en passief en actief kiesrecht.

Gebrekkige toetsing door de rechter

De wet bepaalt dat het besluit van de Minister achteraf door de rechter wordt getoetst. Maar degene om wie het gaat bevindt zich op dat moment niet in Nederland en heeft waarschijnlijk geen weet van de procedure. Betrokkene zal dus ook geen argumenten bij de rechter aanvoeren ter verdediging van zijn zaak. Verder zal het besluit tot intrekking vaak gebaseerd zijn op geheime informatie van de veiligheidsdiensten die voor de rechter niet te controleren is. Het is de vraag of een goede inhoudelijke toets door de rechter onder deze omstandigheden wel mogelijk is.

Discriminerend effect

Volgens de wet kunnen alleen personen met een dubbele nationaliteit het Nederlanderschap verliezen. Iemand met uitsluitend de Nederlandse nationaliteit zou anders stateloos worden. Van de circa 1,3 miljoen mensen met een dubbele nationaliteit heeft een groot deel een migratie-achtergrond. De wet treft hen dus vaker dan andere Nederlanders.

Meer informatie

◀ Terug naar berichten