17 nov2016

Zwangerschapsdiscriminatie blijft een groot probleem

Zwangerschapsdiscriminatie: het ongelijk behandelen van vrouwen rondom hun zwangerschap door werkgevers blijft een groot probleem. Het College voor de Rechten van de Mens heeft 13 oktober drie zittingen gehouden rondom het thema zwangerschapsdiscriminatie. In twee van de zaken was er sprake van discriminatie wegens zwangerschap en/of moederschap, in de derde zaak niet.

Onderzoek

Uit recent onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens blijkt dat 43% van de ondervraagde vrouwen die in de afgelopen vier jaar een kind kregen en actief waren op de arbeidsmarkt, een ervaring heeft die op mogelijke discriminatie vanwege hun zwangerschap of pril moederschap duidt. De omvang van zwangerschapsdiscriminatie is de afgelopen vier jaar niet afgenomen. Ook blijkt dat een kwart van de ondervraagde vrouwen problemen heeft om borstvoeding en werk te combineren. Zo krijgen zij geen tijd om te kolven, zijn kolfruimtes ongeschikt of niet beschikbaar of is er geen mogelijkheid te voeden onder werktijd.

Onafhankelijk oordeel

Bij zwangerschapsdiscriminatie wordt vaak (terecht) als eerste gedacht aan ontslag tijdens de zwangerschap, vanwege die zwangerschap. De wet beschermt echter ook jonge moeders en vrouwen die bijvoorbeeld door een vruchtbaarheidsbehandeling zwanger willen worden. Het College kan bij vermoeden van zwangerschapsdiscriminatie om een onafhankelijk oordeel worden gevraagd. Na onderzoek en een zitting waarbij beide partijen worden gehoord, volgt een uitspraak.

Voorgenomen zwangerschap

In een zaak tegen Mexx Global wordt werkneemster in haar proeftijd ontslagen, nadat haar leidinggevende te horen heeft gekregen dat zij bezig is met een vruchtbaarheidsbehandeling. Zwangerschap mag geen reden zijn om een proeftijd te beëindigen. Een vruchtbaarheidsbehandeling valt ook onder deze regel. Mexx Global heeft deze vrouw dan ook gediscrimineerd door haar te ontslaan, oordeelt het College. Ook in de proeftijd mag een werkgever een werknemer niet wegens een discriminerende reden ontslaan.

Pril moederschap

Discriminatie vanwege het  geven van borstvoeding onder werktijd is aan de orde in een zaak tegen de Gemeente Den Haag. Een medewerkster wil haar baby die 5 minuten verderop verblijft onder werktijd voeden, maar krijgt daarvoor geen toestemming. Haar uitzendcontract wordt met onmiddellijke ingang beëindigd. De gelijkebehandelingswetgeving bepaalt dat onder discriminatie vanwege geslacht ook discriminatie vanwege moederschap valt. Moederschap houdt ook in het geven van borstvoeding. Ook in deze zaak is er sprake van zwangerschapsdiscriminatie, oordeelt het College.

In de laatste zaak die het College op 13 oktober 2016 op zitting behandelende, concludeerde het College dat de vrouw, van wie de tijdelijke arbeidsovereenkomst niet werd verlengd, niet vanwege haar zwangerschap was gediscrimineerd.

Wetgeving

Volgens de gelijkebehandelingswetgeving en diverse mensenrechtenverdragen is discriminatie wegens zwangerschap, een kinderwens of moederschap verboden. Toch hebben jaarlijks meer dan 50.000 Nederlandse vrouwen ervaringen die wijzen op zwangerschapsdiscriminatie. Het College voor de Rechten van de Mens ziet toe op de naleving van de gelijkebehandelingswetgeving en in individuele gevallen oordeelt het of iemand gediscrimineerd is op het werk, in het onderwijs of als consument.

Meer informatie

Onderzoek College: Is het nu beter bevallen?

Oordelen themazitting 13 oktober 2016

Mexx Retail B.V. discrimineerde een vrouw door haar contract in de proeftijd te beëindigen

Gemeente Den Haag discrimineerde een vrouw die onder werktijd borstvoeding gaf door de arbeidsverhouding met haar te beëindigen.

Wittenborg University B.V. discrimineerde niet door de tijdelijke arbeidsovereenkomst van een zwangere werknemer niet te verlengen. 

 

◀ Terug naar berichten