College: geef mensenrechten een duidelijke plaats in het nieuwe schoolcurriculum

Afbeelding van twee meisjes achter de computer in de klas

Op 23 september hield de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een rondetafelgesprek over burgerschapsvorming op school. Emile Hofhuis, ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens, was een van de sprekers. Hij vroeg aandacht voor het duidelijker opnemen van kinder- en mensenrechten in het curriculum van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs, burgerschapsonderwijs op het mbo en het versterken van de kennis en vaardigheden in mensenrechten bij docenten.

Verschillende onderzoeken tonen aan dat de kennis van onze rechten en die van anderen ver beneden peil is. Mensenrechtenkennis ontbreekt op alle niveaus in de samenleving terwijl ze juist de spelregels zijn van de democratische rechtstaat. De oplossing ligt in het verankeren van kinder- en mensenrechten in het curriculum van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Dat betoogt het College in zijn advies aan het Platform Onderwijs2032, Dit platform adviseert de staatssecretaris van OCW dit najaar over een nieuw, toekomstgericht schoolcurriculum.

In zijn advies biedt het College bouwstenen aan voor mensenrechten op school. Het vraagt speciale aandacht voor de opleiding en training van docenten. Uit het recente onderzoek van het ITS blijkt dat bijna 20 procent van de docenten het lastig vindt om gevoelige maatschappelijke thema’s in de klas te bespreken. Het is meer dan de helft van de leraren niet duidelijk wat van hen verwacht wordt. Twee zaken zijn voor hen van belang: het hebben van voldoende kennis van het onderwerp en het creëren van een sociaal veilig klimaat.

Aandacht voor mensenrechten bereidt leerlingen voor op participatie in de samenleving. En het vergroot de kans dat leerlingen de kernwaarden van de democratische rechtstaat kennen en onderschrijven. Thema’s zoals vluchtelingen, asielzoekers, Zwarte Piet en discriminatie zorgen voor discussie en soms polarisatie, binnen en buiten scholen. Ze roepen vragen op over wenselijk en onwenselijk gedrag, over wettelijke grenzen en vrijheden. Juist op het moment dat uitingen of gedrag van de één tegen de opvattingen of gevoelens van de ander ingaan, bewijzen mensenrechtennormen hun waarde. Jongeren kunnen dat niet vroeg genoeg leren.

Naar het advies Mensenrechten op school