Dossier

Misstanden EU-arbeidsmigranten

Misstanden EU-arbeidsmigranten

Wat speelt in Nederland?

Het CBS heeft berekend dat eind 2014 bijna 639.000 EU-migranten in Nederland verblijven. Een groot deel daarvan komt uit Polen, het gaat om meer dan 100.000 migranten. Onder hen zijn arbeidsmigranten die slechts voor een paar maanden of een paar jaar naar Nederland komen. Bijvoorbeeld voor het doen van seizoensarbeid. Dikwijls worden deze arbeidsmigranten door een (internationaal) uitzendbureau begeleid bij het vinden van werk. Hoewel veel arbeidsmigranten zonder veel problemen in Nederland wonen en werken, is deze groep niet altijd zeker van zijn recht. De arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden zijn soms zo slecht dat deze indruisen tegen de menselijke waardigheid of gevaar opleveren voor de (geestelijke) gezondheid en veiligheid van de werknemers. Te denken valt aan:

  • hele lange werkdagen waarvoor de werkgever niet of veel te laag beloont;
  • wonen en werken onder gevaarlijke omstandigheden;

     

    In strijd met verschillende mensenrechten

  • wonen en werken in onvrijheid;
  • uitbuiting.

EU-arbeidsmigranten zijn hun rechten in Nederland niet zeker. Zo worden zij onder meer geconfronteerd met een beperkte realisatie van hun recht op behoorlijke arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden, hun recht op een adequate levensstandaard en hun recht op privacy. Daarnaast wordt het verbod van discriminatie en uitbuiting soms met voeten getreden.

Aandacht voor de problematiek

De positie van EU-arbeidsmigranten heeft de aandacht van de overheid, vakbonden, (koepels van) uitzendbureaus en werkgevers. In april 2013 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een omvangrijk pakket van wettelijke en beleidsmaatregelen getroffen vanuit het Actieplan schijnconstructies. De maatregelen gaan de omzeiling van wet- en regelgeving door werkgevers tegen en zien eveneensop het beëindigen van onderbetaling en uitbuiting van werknemers. In juni 2015 is de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) aangenomen. De wet heeft als doel de rechtspositie van werknemers te versterken en regelt dat de beloning van werknemers in overeenstemming is met wet- en regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) of afspraken bij individuele arbeidsovereenkomst. Het Actieplan en de WAS dragen bij aan het realiseren van de mensenrechten van EU-arbeidsmigranten in Nederland. Voor het op orde stellen van de huisvesting van EU-arbeidsmigranten, is de Nederlandse overheid medeondertekenaar van de Nationale Verklaring inzake (tijdelijke) huisvesting van EU-arbeidsmigranten. Uit de Nationale verklaring is het programma Flexwonen voor arbeidsmigranten voort gevloeid dat tot doel heeft om de tijdelijke huisvesting van EU-arbeidsmigranten te verbeteren.

Wat zegt de wet?

 

Nederlandse wetgeving

Artikel 5 van de Algemene wet gelijke behandeling verbiedt discriminatie op grond van nationaliteit en afkomst bij onder meer de arbeidsvoorwaarden, de beloning, de arbeidsomstandigheden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst. Een werkgever mag een Poolse werknemer dus niet minder betalen dan een Nederlandse werknemer die hetzelfde werk doet. Ook moet een werkgever optreden tegen discriminatie op de werkvloer, zoals het beledigen of pesten van EU-arbeidsmigranten.

 Internationaal kader

Uitbuiting is in strijd met de mensenrechten. Het levert strijd op met onder meer:

  • het verbod van discriminatie (artikel 26 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en artikel 21 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie);
  • het recht op behoorlijke arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Dat houdt onder meer in: gelijk loon voor gelijk werk, het recht op veilige en gezonde arbeidsomstandigheden, het recht op redelijke werktijden en het recht op doorbetaalde vakantiedagen (artikel 6 en 7 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten en artikel 31 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie);
  • het recht op een adequate levensstandaard, waaronder behoorlijk voedsel, kleding en woonruimte (artikel 11. lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten);
  • het verbod van mensenhandel (artikel 8 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en artikel 5 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie).

Staten hebben de verantwoordelijkheid om mensenrechten te respecteren, beschermen en verwezenlijken. Maar ook bedrijven zijn ervoor verantwoordelijk dat mensenrechten worden gerespecteerd. Diverse internationale organisaties werkten deze verantwoordelijkheid van bedrijven in documenten uit: de Verenigde Naties, de Internationale Arbeidsorganisatie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Deze documenten  bieden bedrijven en overheden richtlijnen om invulling te geven aan de verantwoordelijkheden waar het gaat om mensenrechten. 

Wat doet het College?

Het College belicht, beschermt, bewaakt en bevordert de mensenrechten in Nederland door advies, onderzoek, voorlichting en het individueel oordelen in het geval van discriminatie op het werk. In 2013 onderzocht het College de problematiek waarmee Poolse werknemers in de Nederlandse land- en tuinbouwsector worden geconfronteerd. Hieruit blijkt dat zij tegen tal van obstakels aanlopen in het realiseren van hun mensenrechten. Het gaat dan bijvoorbeeld om ongelijke beloning, te veel werkuren, onveilige arbeidsomstandigheden, hoge huren, en ongepaste controles in de woning. Het College blijft de problematiek  volgen.  Uit mediaberichten blijkt dat de problematiek nog niet is opgelost. Steeds opnieuw maken werkgevers gebruik van schijnconstructies en zijn arbeidsmigranten de benadeelde partij.