Dossier

Werken met een beperking

Werken met een beperking

Wat speelt in Nederland?

Het is voor mensen met een beperking in Nederland lastig om een baan te vinden of te houden. Een van de redenen hiervoor is dat bij werkgevers nog vaak vooroordelen over mensen met een beperking leven. Zo denken veel werkgevers dat zij minder productief zijn of een hoger ziekteverzuim hebben. Of gaan ze ervan uit dat iemand met een beperking bepaalde werkzaamheden niet kan uitoefenen, terwijl dit niet altijd terecht is. Dit leidt ertoe dat mensen zonder beperking bijna twee keer zo vaak betaald werk hebben als mensen met een beperking (SCP 2012, Belemmers aan het werk).

Participatie- en Quotumwet

Op 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden en op 1 mei 2015 de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (soms ook wel de Quotumwet genoemd). Deze wetten moet werkgevers stimuleren mensen met een beperking in dienst te nemen. In het Sociaal Akkoord van april 2013 staat dat de private sector de komende tien jaar 100.000 extra banen creëert. Daarnaast creëert de overheid in de publieke sector 25.000 extra banen. Van jaar tot jaar wordt bijgehouden hoeveel banen er voor mensen met een beperking bijkomen. Als blijkt dat de afgesproken aantallen niet worden gehaald kunnen werkgevers een boete krijgen van 5000 euro per werknemer.

In 2014 adviseerde het College over het concept wetsvoorstel Quotumwet en over de lagere regelgeving Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten. Het College constateert dat het doel van de Participatie- en Quotumwet in lijn is met het VN verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap. Daarnaast wijst het College op het risico dat de Participatiewet zich enkel richt op mensen die via het UWV en de sociale werkvoorziening werken of een uitkering ontvangen. Mensen die niet tot deze groep behoren lopen hierdoor het risico om minder snel aan het werk te komen. Het College dringt aan op tussentijdse effectmetingen en zo nodig passende maatregelen te nemen.

Tot slot wijst het College erop dat de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte werkgevers verplicht voor een doeltreffende aanpassing te zorgen, tenzij deze onevenredig belastend is. Het College beveelt aan bij de invoering van de Participatie- en Quotumwet hierover voor te lichten.

Wat zegt de wet?

Nederlandse wetgevingEen werkgever mag sollicitanten of werknemers niet discrimineren vanwege het feit dat zij een beperking hebben. Hetzelfde geldt voor uitzendbureaus en werving- en selectiebureaus, als de opdrachtgever hier specifiek om vraagt. Het verbod op ongelijke behandeling geldt voor de sollicitatie, aanstelling, arbeidsvoorwaarden, opleidingsmogelijkheden, promotie, arbeidsomstandigheden en het ontslag. Dit verbod is neergelegd in de gelijke behandelingswetgeving voor mensen met een handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) en is ook af te leiden uit artikel 1 van de Grondwet. Deze wetten gelden voor iedereen met een beperking. Het maakt daarbij niet uit of de beperking fysiek, psychisch, verstandelijk, intellectueel of zintuiglijk van aard is. Het moet wel om een langdurige beperking gaan.  

Werkgevers moeten sollicitanten op basis van de functie-eisen beoordelen. Of iemand een beperking heeft, mag hierbij geen rol spelen. Werkgevers kunnen er niet zomaar vanuit gaan dat een beperking de sollicitant ongeschikt maakt. Alleen als de werknemer belangrijke taken uit de functie niet kan uitoefenen, ook niet met aanpassingen, kan de werkgever hem of haar afwijzen wegens ongeschiktheid.

Soms zijn aanpassingen nodig. Voorbeelden van aanpassingen zijn een aangepast werkrooster, begeleiding, een aangepast toetsenbord of extra verlichting op de werkplek. Als een werknemer om een dergelijke aanpassing vraagt, zijn werkgevers verplicht hier gehoor aan te geven. Alleen als de aanpassing onevenredig belastend is, kan de werkgever deze aanpassing weigeren. Bijvoorbeeld als de kosten voor de werkgever te hoog zijn.

Internationaal kaderDe Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte is gebaseerd op een Europese richtlijn van 27 november 2000, waarin een algemeen kader is opgenomen voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (Richtlijn nr. 2000/78/EG).

Daarnaast is het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESC) van belang. Hierin is het recht op arbeid neergelegd en is bepaald dat dit recht moet kunnen worden uitgeoefend zonder discriminatie van welke aard ook.

Een ander belangrijk verdrag is het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Hierin staat dat personen met een beperking op voet van gelijkheid met anderen recht hebben op werk. Dit verdrag is door Nederland op 14 juni 2016 geratificeerd. Lees meer daarover in dit dossier

Wat doet het College?

Het College belicht, beschermt, bewaakt en bevordert de mensenrechten in Nederland door advies, onderzoek en voorlichting. Daarnaast brengt het College op verzoek oordelen uit over discriminatie. Bent u van mening dat u vanwege uw beperking ongelijk bent behandeld op het werk? Dan kunt u het College vragen om hier een oordeel over uit te brengen.

Omdat het voor mensen met een beperking en een aantal andere groepen (zoals jongeren, ouderen, etnische minderheden) lastig is om aan het werk te komen, gaat het College zich richten op werkgevers met als doel discriminatie bij de toegang tot de arbeidsmarkt te verminderen. Speciale aandacht gaat uit naar de rol van HRM-adviseurs en het zichtbaar maken van de specifieke belemmeringen die verschillende groepen bij de toegang tot de arbeidsmarkt ervaren.

Standpunt College Wet werken naar vermogen (WWVN) Het wetsvoorstel Werken naar vermogen wordt vervangen door de Participatiewet. Hiervoor is een wetsvoorstel in de maak. Delen uit het wetsvoorstel Werken naar vermogen zullen onderdeel worden van de Participatiewet.

Het College heeft eerder een standpunt uitgebracht over de Wet werken naar vermogen. De belangrijkste punten hieruit zijn de volgende: de WWVN heeft geen aandacht voor de vooroordelen die bij werkgevers leven over mensen met een beperking. Het College – toen nog Commissie Gelijke Behandeling - heeft er op aangedrongen om naast de WWVN ook andere maatregelen te treffen die de vooroordelen moeten wegnemen. Ook is het College er voorstander van dat de overheid zelf meer mensen met een beperking in dienst neemt. Daarnaast heeft het College vragen gesteld over de verhouding tussen de WWVN en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Tot slot is het van belang te monitoren wat het effect is van de WWVN als deze eenmaal is ingevoerd en er toezicht op te houden dat de wet niet onbedoeld negatieve effecten heeft voor mensen met een beperking.

Bekijk ook de brochure gelijke behandeling en werk in gebarentaal

Training Selecteren zonder vooroordelen

Ook ontwikkelde het College de training ' Selecteren zonder vooroordelen, voor de beste match'. De training bestaat uit vier interactieve trainingsmodules en gaat in op (vermindering van) de ongewenste effecten die onbewuste stereotypen hebben op de werving en selectie. Lees meer over de training.