Als je verdacht wordt of veroordeeld bent

Als je verdacht wordt of veroordeeld bent

Wat speelt in Nederland?

Verdachten en veroordeelden mogen in hun vrijheid beperkt worden, maar zij raken niet al hun mensenrechten kwijt. Gearresteerde personen moeten zo kort mogelijk na arrestatie, in een taal die zij verstaan, op de hoogte worden gebracht van de redenen dat zij gearresteerd zijn en van de beschuldigingen. Ook moeten zij binnen enkele dagen voor een rechter worden geleid die kan beslissen over de rechtmatigheid en voortzetting van hun detentie. Daarnaast is uiteraard het recht op een eerlijk proces van wezenlijk belang: de rechter die een zaak behandelt, moet onafhankelijk en onpartijdig zijn en de berechting moet binnen redelijke termijn plaatsvinden. Specifiek voor strafzaken gelden  nog extra eisen: personen zijn onschuldig tenzij hun schuld is bewezen en zij moeten voldoende tijd en gelegenheid krijgen om zich met hulp van een advocaat te verdedigen, bewijsmateriaal aan te vechten en getuigen te ondervragen.

Rechtsbijstand

Verdachten hebben recht op rechtsbijstand. Sinds 2009 hebben verdachten het recht om vóórdat ze verhoord worden door de politie, een advocaat te spreken. Vanaf maart 2016 hebben ze ook het recht op aanwezigheid van de advocaat tijdens het politieverhoor. Het parlement zal waarschijnlijk later in 2016 de regelgeving aannemen die die rechtsbijstand regelt.

 Voorlopige hechtenis

In Nederland zit een relatief grote hoeveelheid verdachten in voorlopige hechtenis. Deze mensen zijn nog niet (definitief) veroordeeld. De afgelopen jaren hebben wetten van de minister van Veiligheid en Justitie de mogelijkheden verruimt om verdachten in voorlopige hechtenis te nemen. Deze wetten zijn onderdeel van een politieke en maatschappelijke trend naar een strenger strafrechtelijke systeem, waarin voorlopige hechtenis sneller acceptabel is. Het is belangrijk dat voorlopige hechtenis alleen ingezet wordt als het echt nodig is, dat er altijd een zorgvuldig afweging wordt gemaakt en dat een rechter zijn of haar beslissing goed onderbouwt.

 Detentieomstandigheden

Ook voor verdachten die door de rechter schuldig zijn verklaard gelden (mensen)rechten. De overheid moet zorgen dat gevangenissen zorgen voor een goede behandeling van gedetineerden en zorg leveren als een gedetineerde dat nodig heeft. Hier bestaan internationale en nationale standaarden voor. Zowel internationale als nationale organisaties houden toezicht op naleving van die standaarden. Uit rapportages blijkt dat het in Nederland niet slecht gesteld is met de omstandigheden in detentie, maar dat er nog wel verbetering mogelijk is. Zo bleek uit een internationale rapportage dat niet alle politiecellen aan de mensenrechteneisen voldoen.

Wat zegt de wet?

Nederlandse wetgeving

Hoewel de Grondwet al vele mensenrechten noemt, is het recht op een eerlijk proces of toegang tot de rechter niet opgenomen. De staatscommissie Grondwet adviseerde in 2009 om een dergelijk recht op te nemen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bereidt een voorstel tot wijziging van de Grondwet voor. In dat voorstel wordt een algemeen recht op een eerlijk proces door een onafhankelijke en onpartijdige rechter opgenomen.

Internationaal kader

In internationale verdragen wordt het recht op een eerlijk proces of toegang tot de rechter veelvuldig genoemd. Het wordt soms opgesplitst naar deelonderwerpen die met een recht op eerlijk proces te maken hebben, zoals het recht op rechtsbijstand en het recht om als onschuldig te worden behandeld totdat het tegendeel bewezen is. Het recht op een eerlijk proces of toegang tot de rechter komt terug in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het EU Handvest van de Grondrechten.

Het verbod op martelen, folteren en willekeurige vrijheidsbeneming maar ook het recht op waardige behandeling van gevangenen zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (CAT), het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het EU Handvest van de Grondrechten.

Zie hier voor een schematisch overzicht van het juridisch kader.

Internationale aanbevelingen

Het VN-Mensenrechtencomité (2009) heeft kritiek geuit op Nederland omdat een advocaat niet aanwezig mag zijn tijdens het politieverhoor en beveelt aan om dit wel mogelijk te maken. Het Comité maakt zich ook zorgen over de Wet afgeschermde getuigen, die het mogelijk maakt om getuigen anoniem te laten horen, waardoor inbreuk wordt gemaakt op de rechten van de verdachte om zijn verdediging goed te kunnen voeren. Ook de mogelijke lengte van voorlopige hechtenis wordt bekritiseerd door het comité.

Het VN-Comité tegen Foltering (2013) benadrukt het belang van het recht op rechtsbijstand in strafrechtelijke procedures, zowel in Europese als in Caribisch Nederland. Ook wijst het erop dat voorlopige hechtenis alleen als uiterste middel ingezet mag worden, alternatieve maatregelen overwogen moeten worden en altijd de onschuldpresumptie in acht moet worden genomen. Verder vindt het Comité het belangrijk dat toekomstig gebruik van tasers (stroomstootwapens) wordt beperkt tot situaties waarin een reële en onmiddellijke bedreiging voor leven of risico op ernstig letsel is. Ten slotte onderstreept het Comité het belang van onafhankelijk toezicht op detentieomstandigheden.

Het College heeft de aanbevelingen van het VN-Mensenrechtencomité laten vertalen. U kunt deze doorzoeken in de kennisbank www.mensenrechtenkwesties.nl.

Wat doet het College?

Het College bevordert, bewaakt, beschermt en belicht mensenrechten in Nederland door onderzoek, advies, voorlichting en monitoring. Het College voor de Rechten van de Mens signaleert ontwikkelingen op het brede terrein van mensenrechten, dus inclusief de rechten van verdachten en veroordeelden, en doet nader onderzoek als hiervoor voldoende aanwijzingen zijn.

In de Rapportage ‘Mensenrechten in Nederland’ (2012) doet het College enkele aanbevelingen om de rechten van verdachten en veroordeelden te bevorderen. Zo beveelt het College de regering aan om bij verdenking van een strafbaar feit voor de verdachte een volledig recht op rechtsbijstand bij het verhoor te garanderen. Ook dringt het College er bij de regering op aan te verzekeren dat alle detentiefaciliteiten in Nederland voldoen aan de door het Comité ter Voorkoming van Foltering van de Raad van Europa (CPT) ontwikkelde normen, inclusief toegang van natuurlijk licht in de verblijfscellen. Bovendien moeten, ter bescherming van de menselijke waardigheid, de waarborgen bij onderzoek in en aan het lichaam, zoals geformuleerd door het CPT, in de praktijk altijd worden toegepast. In de opleiding van het betrokken personeel moet dan ook structureel aandacht zijn voor relevante mensenrechtennormen.

In 2014 en 2015 heeft het College aanbevelingen gedaan rondom de ZSM-werkwijze. Die werkwijze houdt in dat over relatief simpele strafzaken snel wordt beslist of de zaak voor de rechter moet komen of dat het Openbaar Ministerie de zaak – in overleg met organisaties zoals de Raad voor de Kinderbescherming en de Reclassering – zelf afhandelt. Binnen de ZSM-werkwijze heeft een verdachte wel recht op een advocaat, maar in de praktijk blijkt dat verdachten daar bijna nooit gebruik van maken. Het College beveelt aan dat het proces zo wordt ingericht dat de verdachte gemakkelijk een advocaat kan raadplegen.

In 2016 doet het College onderzoek naar de schriftelijke motivering van beslissingen over voorlopige hechtenis. Motivering is belangrijk omdat de rechter daarin aan een verdachte uitlegt waarom zijn vrijheid ontnomen voordat er sprake is van een veroordeling. Het onderzoek richt zich op raadkamers bij rechtbanken en gerechtshoven. Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de wijze waarop rechters die beslissing schriftelijk motiveren en om – waar nodig – aanbevelingen te doen om die motivering meer in overeenstemming met de mensenrechten te brengen. 

Waar kunt u terecht?

Indien u gedetineerd bent, kunt u een klacht het beste sturen naar de Commissie van Toezicht van de instantie zelf. Verdachten en veroordeelden kunnen bij een advocaat en de rechter terecht. Ook is het mogelijk om naar de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en de Nationale Ombudsman te stappen.

Meer informatie

Meer tonen