Vrijheid van meningsuiting

Vrijheid van meningsuiting

Vrijheid van meningsuiting in Nederland

Recht om vrij je mening te uiten voorwaarde voor democratische samenleving

Het recht op vrijheid van meningsuiting is een van de bekendste mensenrechten. Dit blijkt onder meer uit onderzoek naar de beleving van mensenrechten in Nederland. Het recht om in vrijheid een mening te kunnen vormen en deze ook in vrijheid te kunnen uiten, zijn absolute voorwaarden voor een democratische samenleving. Het uitoefenen van de menings- en uitingsvrijheid kan onrecht aan het licht brengen en biedt iedereen de vrijheid zich kritisch te mengen in politieke discussies. Daarbij is een onafhankelijke, diverse en vrije pers een onmisbare voorwaarde. In Nederland is afgesproken dat de overheid geen censuur mag uitoefenen.

Onder de vrijheid van meningsuiting valt onder meer het recht om te demonstreren, het recht van artistieke expressie, de persvrijheid en het uiten van je mening via bijvoorbeeld het internet. Het recht op vrije meningsuiting biedt niet alleen bescherming aan denkbeelden die positief of onverschillig worden ontvangen, maar ook aan meningsuitingen die mogelijk als kwetsend, schokkend en/of verontrustend ervaren worden. De vrijheid van meningsuiting is echter geen absoluut recht, het mag door de overheid ingeperkt worden als dit nodig is om de rechten of goede naam van anderen te beschermen of in het belang van de nationale veiligheid of ter bescherming van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden. Dit is in internationale verdragen vastgelegd.

Soms moeten verschillende rechten tegen elkaar worden afgewogen, bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst, of vrijheid van meningsuiting en non-discriminatie. Aangezien er geen vaste hiërarchie van mensenrechten bestaat, wordt een dergelijke afweging per geval gemaakt.

Wat zegt de wet?

Nederlandse wetgeving

Nationaal is de meningsvrijheid vastgelegd in artikel 7 Grondwet en daarom wordt dit recht een grondrecht genoemd. Artikel 7 Grondwet garandeert de vrije meningsuiting 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'. Dit betekent dat in andere formele wetten beperkingen op de vrijheid van meningsuiting gemaakt mogen worden. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Auteurswet en het Wetboek van Strafrecht (Sr). Om te beginnen zijn er de antidiscriminatiebepalingen:

 

  • Artikel 137c Sr stelt strafbaar om het zich in het openbaar beledigend uit te laten over een groep wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging, seksuele gerichtheid of handicap;
  • Artikel 137d Sr bevat een verbod tot het in het openbaar aanzetten tot discriminatie, haat of geweld tegen leden van groepen vanwege bovengenoemde kenmerken en ook vanwege geslacht;
  • Artikel 137e Sr verbiedt het openbaar maken, verspreiden of ter verspreiding in voorraad hebben van publicaties met een dergelijke inhoud. Ook ongevraagde toezending valt hieronder.

Daarnaast is in de artikelen 131 en 132 Sr het opruien tot geweld en tot het plegen van strafbare feiten strafbaar gesteld. Ten slotte is er nog de strafbaarstelling van smaad (artikel 261 Sr), laster (artikel 262 Sr) en eenvoudige belediging (artikel 266 Sr). Deze beschermen individuen tegen onterechte beschuldigingen. Als het gaat om opzettelijke belediging van de Koning(in) zijn de artikelen 111 -113 Sr aan de orde. 

Internationaal kader

Het recht op vrije meningsuiting is internationaal vastgelegd in artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), in artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 11 van het EU-Grondrechtenhandvest. Zoals uit de bovengenoemde voorbeelden blijkt, zijn er grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Beperking ervan door de overheid is soms noodzakelijk wegens zwaarwegende maatschappelijke belangen. Artikel 19 IVBPR noemt als geoorloofde beperkingsgronden het belang van de rechten of de goede naam van anderen en het belang van de nationale veiligheid of de bescherming van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden.

 

Zie hier voor een schematisch overzicht van het juridisch kader.

Wat doet het College?

Het College belicht, beschermt, bewaakt en bevordert de mensenrechten in Nederland door advies, onderzoek, voorlichting en monitoring. Het College voor de Rechten van de Mens draagt bij aan de bevordering en bescherming van alle mensenrechten, inclusief het recht op vrije meningsuiting. Het College zal ook de ontwikkelingen rondom dit recht volgen en zich in voorkomende debatten mengen. Wanneer het College internationaal rapporteert over de mensenrechtensituatie in Nederland zal het daarbij de vrije meningsuiting meenemen.