Taken

Het College voor de Rechten van de Mens heeft de volgende wettelijke taken:

  1. Het College doet onderzoek naar mogelijke (stelselmatige) schendingen van mensenrechten of naar het niveau van bescherming van deze rechten op een specifiek terrein. Het College zal onafhankelijk onderzoek doen en hierover rapporteren. Het College kent drie typen onderzoek:
    1. Onderzoek naar de bescherming van de rechten van de mens. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kiest het College voor de inzet van verschillende instrumenten, bijvoorbeeld het geven van advies over wet- en regelgeving of het geven van voorlichting aan specifieke doelgroepen.
    2. Het College onderzoekt of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in de wetgeving gelijke behandeling. Dit onderzoek leidt tot een oordeel en is daarmee van een andere aard dan het eerstgenoemde onderzoek. Het is niet de taak van het College om individuele klachten over de schendingen van andere mensenrechten dan gelijke behandeling te behandelen. Het College kan personen met individuele klachten doorverwijzen naar de geëigende instanties.
    3. Het College onderzoekt uit eigen beweging of stelselmatig onderscheid wordt gemaakt. Ook dit onderzoek is beperkt tot gelijke behandeling en leidt tot een oordeel. Bovendien moet er hierbij sprake zijn van een vermoeden tot stelselmatig onderscheid.
  2. Het rapporteren over en het doen van aanbevelingen op het terrein van mensenrechten, waaronder het jaarlijks rapporteren over de mensenrechtensituatie in Nederland.
  3. Het adviseren over (concept)wet- en regelgeving en beleid dat direct of indirect betrekking heeft op mensenrechten.
  4. Het geven van voorlichting op het terrein van mensenrechten en het stimuleren en coördineren van onderwijs over de rechten van de mens.
  5. Het stimuleren van onderzoek naar de bescherming van de rechten van de mens.
  6. Het structureel samenwerken met maatschappelijke organisaties en nationale, Europese en internationale instellingen, onder meer door het organiseren van activiteiten in samenwerking met maatschappelijke organisaties.
  7. Het aansporen tot de ratificatie, implementatie en naleving van verdragen over de rechten van de mens en het aansporen tot de opheffing van voorbehouden bij zulke verdragen.
  8. Het aansporen tot de implementatie en naleving van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties over de rechten van de mens.
  9. Het aansporen tot de naleving van Europese of internationale aanbevelingen over de rechten van de mens.

Het mandaat van het College heeft ook betrekking op Caribisch Nederland, de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit geldt voor alle taken van het College, behalve de oordelende taak op het gebied van gelijke behandeling.

Voor een nadere toelichting en meer informatie zie ook:

Uitgangspunten 

Bij het uitvoeren van de taken hanteert het College de volgende uitgangspunten:

  1. Het College vervult zijn taak in onafhankelijkheid. Het College bepaalt zijn eigen agenda en bepaalt zelf de vorm en de inhoud van zijn uitingen. Het College voert zijn taken uit in onafhankelijkheid van regering, parlement en overheid en in onafhankelijkheid van organisaties in het maatschappelijk middenveld.
  2. Het College opereert krachtig, met rechte rug: het is onverschrokken.
  3. Het College verricht zijn taken weliswaar onafhankelijk, maar in voortdurende verbinding met partners uit het maatschappelijk middenveld, de wetenschap en de overheid.
  4. Het College is toegankelijk. Men zoekt steeds de dialoog waardoor organisaties en individuen hun opvattingen kenbaar kunnen maken.
  5. Het College opereert zo transparant mogelijk. Onderzoeken, adviezen, alle oordelen en andere rapporten zijn openbaar. Daarnaast zorgt het College ervoor dat de manier waarop de organisatie de taken uitoefent, door anderen (bijvoorbeeld door het parlement) goed is te volgen. Daarnaast publiceert het College een jaarverslag waarin het ook financiële verantwoording aflegt.
  6. Het College staat open voor kritiek en is aanspreekbaar op zijn fouten.
  7. Het College handelt alleen als zijn werk toegevoegde waarde heeft.
  8. Het College kiest voor een actieve maar onpartijdige opstelling richting het maatschappelijk (publiek) debat. 

Voor een nadere toelichting en meer informatie zie ook: