Publicaties

Rapport Gezinnen gezien? Onderzoek naar Nederlandse regelgeving en uitvoeringspraktijk in het licht van de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn

Samenvatting

Samen met je gezin kunnen leven is voor alle mensen van groot belang. Het is dan ook begrijpelijk dat er jaarlijks migranten naar Nederland komen om zich te voegen bij hun familieleden of partners. Wanneer in Nederland wonende migranten van buiten de Europese Unie zich met hun gezinsleden afkomstig uit diezelfde landen willen herenigen (derdelanders met derdelanders), gelden de regels van de EU Gezinsherenigingsrichtlijn. Deze Richtlijn heeft als uitgangspunt dat gezinshereniging de integratie van derdelanders ten goede komt en om die reden bevorderd moet worden. De Gezinsherenigingsrichtlijn is Europees recht en gaat boven het Nederlandse, restrictieve, immigratiebeleid.

De indruk bestaat dat de voortdurende wijzigingen van de toelatingseisen sinds de implementatie van de Richtlijn in 2004 gezinshereniging vooral bemoeilijken. Terwijl het uitgangspunt van de Richtlijn juist is om gezinshereniging te bevorderen. Dit was aanleiding voor het College voor de Rechten van de Mens om te onderzoeken hoe Nederland het gezinsherenigingsbeleid invult en of dit beleid in lijn is met de Richtlijn. Het College onderzocht de inhoud van de regelgeving en bestudeerde aan de hand van 325 dossiers hoe de IND in de praktijk uitvoering geeft aan de Richtlijn. Het onderzoek richt zich op drie toelatingsvereisten:

- Het inkomensvereiste;

- De verplichting om voor de komst naar Nederland het inburgeringsexamen te halen;

- Kosten (leges) voor de gezinsherenigingsprocedure.

Het onderzoek richt zich uitsluitend op migranten die om toelating in het kader van gezinshereniging vragen, terwijl zij zelf nog in het buitenland wonen.