Oordelen

Walibi Holland B.V. maakt geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte door een bezoeker met een beenprothese de toegang tot een attractie te weigeren en door de wijze waarop zij door medewerkers is bejegend.

Oordeelnummer 2017-131
14-11-2017
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw met een beenprothese bezoekt het attractiepark Walibi. Wanneer zij met andere bezoekers in de rij staat bij een attractie vraagt een medewerker aan haar of zij een prothese draagt. Nadat zij bevestigend antwoordt, roept de medewerker naar een collega die op een afstand van hem staat: “Dit meisje heeft een beenprothese, mag ze in de achtbaan?” Hierop roept de andere medewerker terug dat ze in de regeling moet kijken. Vervolgens roept de medewerker dat het absoluut niet mag. De vrouw wordt vervolgens de toegang tot de attractie geweigerd.

Beoordeling

Een exploitant van een attractiepark mag bij het verlenen van toegang tot haar attracties geen onderscheid maken op grond van handicap of chronische ziekte. Dit betekent ook dat zij bezoekers niet discriminerend mag bejegenen. Het College stelt vast dat de dochter de toegang tot een attractie is geweigerd vanwege haar beenprothese. Hiermee is sprake van direct onderscheid op grond van handicap. Dit is verboden, tenzij voor het onderscheid een wettelijke uitzondering bestaat. Het attractiepark beroept zich op een wettelijke uitzondering door te stellen dat de weigering van de dochter noodzakelijk is voor de veiligheid. Volgens het College slaagt dit beroep. Het College begrijpt dat de veiligheid van attracties de hoogste prioriteit heeft en dat bevindingen van een keuringsinstantie ten aanzien van de toegankelijkheid van attracties voor mensen met een beperking of (medische) aandoening  gevolgd moeten worden om de veiligheid te waarborgen. Het attractiepark onderzoekt regelmatig of er aanpassingen mogelijk zijn om personen met een prothese veilig te laten deelnemen aan attracties, en stelt vast dat die mogelijkheden tot op heden niet bestaan. Aanpassingen, waarmee de aard van attracties en daarmee het karakter van de dienstverlening verandert, kunnen hiernaast als onevenredig belastend voor het attractiepark worden beschouwd. Er is geen sprake van discriminatoire bejegening. Hoewel de medewerkers op een discretere en meer fatsoenlijke wijze met de situatie hadden kunnen omgaan, bevatten hun woorden geen negatieve lading die ervoor zorgt dat de dochter vanwege haar handicap als minderwaardig is weggezet of in een negatief daglicht is geplaatst.

Oordeel

Walibi Holland B.V. heeft jegens de bezoeker geen verboden onderscheid gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte door haar de toegang tot een attractie te weigeren en door de wijze waarop zij door medewerkers is bejegend.

 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: