Oordelen

Minister van Defensie discrimineerde een vrouw die in het verleden een depressie had door haar blijvend uit te sluiten voor de functie van klarinettist.

Oordeelnummer 2017-39
31-03-2017
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw werkte op freelance basis als klarinettist bij een militair orkest. Zij had in het verleden een depressie, waarvoor zij een behandeling onderging en waarvan zij genas. Zij solliciteerde naar de functie van Onderofficier Militaire Muziek Klarinettist bij dat orkest. Zij deed auditie en was de beste kandidaat. Zij onderging een Basis Psychologisch Onderzoek en een psycholoog bracht een negatief advies uit. De Minister van Defensie besloot dat de vrouw blijvend niet in aanmerking kon komen voor een aanstelling bij de krijgsmacht. De vrouw diende een klacht in bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) die haar gelijk gaf. De vrouw voert aan dat de Minister haar discrimineerde door haar blijvend uit te sluiten omdat zij in het verleden een depressie had. De Minister van Defensie stelt dat hij de vrouw niet discrimineerde omdat zij geen chronische ziekte meer had, zodat het College haar verzoek niet kan behandelen. Als het College wel toekomt aan behandeling van het verzoek, stelt de Minister dat de psychische weerbaarheid van de vrouw onvoldoende is. Hierdoor is de vrouw niet in staat wezenlijke taken van de functie van militair ambtenaar uit te voeren en hiervoor ook niet geschikt te maken.

Beoordeling

Het College is van oordeel dat de WGBH/CZ ook beschermt bij discriminatie vanwege een vermeende handicap of chronische ziekte. Hiervan is in dit geval sprake. Van belang is dat de onvoldoende psychische weerbaarheid waarvan de Minister uitgaat, het gevolg is van een depressie uit het verleden. Dit betekent dat het College wel toekomt aan inhoudelijke behandeling van het verzoek. Het College overweegt dat één van de doelstellingen van de WGBH/CZ is te voorkomen dat werkgevers bij het aannemen van personeel uitgaan van vaststaande verwachtingen en vooronderstellingen. Dit betekent dat werkgevers een zorgvuldig onderzoek moeten doen, voordat zij beslissen dat een sollicitant niet geschikt is voor een functie vanwege een (vermeende) handicap of chronische ziekte. Het College is van oordeel dat de Minister geen zorgvuldig onderzoek deed, nu hij zich alleen baseerde op de visie van een psycholoog. De CKA oordeelde onder meer dat er sprake was van een aanstellingskeuring, die ten onrechte niet plaatsvond onder verantwoordelijkheid van een keuringsarts. Daarom is het College van oordeel dat de Minister van Defensie niet zorgvuldig onderzocht of de vrouw blijvend ongeschikt is om de functie uit te oefenen. De Minister van Defensie discrimineerde de vrouw dan ook vanwege vermeende handicap of chronische ziekte.

Oordeel

De Minister van Defensie heeft jegens de vrouw verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: