Oordelen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties discrimineert een woonwagenbewonersvereniging door in de handreiking: “Werken aan woonwagenlocaties” de ‘nuloptie’ als beleidsvariant te geven. Het College is voor het overige niet bevoegd.

Oordeelnummer 2017-55
01-05-2017
Ras
lees verder

Samenvatting

Situatie

In 2006 brengt de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de handreiking voor gemeenten uit: “Werken aan woonwagenlocaties”. Hierin wordt een vijftal beleidsvarianten gegeven voor de omgang met woonwagenlocaties. Een vereniging, die de belangen behartigt van woonwagenbewoners, vindt dat de Minister hiermee discrimineert. Volgens de vereniging zijn drie van de vijf beleidsopties discriminerend. De Minister BZK betwist dat sprake is van discriminatie. De handreiking is opgesteld in het kader van handhaving en in die context moet het gelezen worden. Gemeenten zijn bovendien vrij om hun woonwagenbeleid op te stellen. De vereniging vindt ook dat de Minister discrimineert doordat hij geen maatregelen treft om te zorgen voor voldoende woonwagenstandplaatsen. De Minister voert aan dat de verantwoordelijkheid voor huisvestingsbeleid volledig bij gemeenten ligt. Omdat er geen concreet handelen van hem voorligt is het College volgens hem niet bevoegd.

Beoordeling

Het is verboden om onderscheid op grond van ras te maken bij sociale bescherming. Hieronder valt huisvesting. Woonwagenbewoners vallen als bevolkingsgroep met een eigen cultuur onder de bescherming van de grond ras. De Minister heeft in de handreiking “Werken aan woonwagenlocaties” concrete beleidsvarianten in het kader van woonwagenbewoning geformuleerd. De eerst beleidsvariant is de ‘nuloptie’: huisvesting in woonwagens verdwijnt. Omdat deze optie de kern van de woonwagencultuur aantast is deze variant discriminerend. De tweede variant is ‘afbouwbeleid’: bestaande centra worden opgedeeld en verkleind. Deze variant kan discriminerend zijn. Dat is het geval als hierdoor de essentie van de woonwagencultuur verdwijnt. De derde variant is woonvisiebeleid: gemeenten bedden het woonwagenbeleid in reguliere gemeentelijke processen is. Deze variant is niet discriminerend. Het College is van oordeel dat sprake is van discriminatie bij de sociale bescherming door de gegeven ‘nuloptie’ als beleidsvariant. Het College is niet bevoegd om te beoordelen of de Minister discrimineert door geen maatregelen te treffen om te zorgen voor standplaatsen. Het zijn gemeenten die beleid en regelgeving voor de huisvesting opstellen en uitvoeren. De Minister maakt zelf geen volkshuisvestingsbeleid meer en neemt in deze sfeer ook geen beslissingen.

Oordeel

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt jegens een woonwagenbewonersvereniging verboden onderscheid op grond van ras door middel van het opnemen van de ‘nuloptie’ in de handreiking “Werken aan woonwagenlocaties”. Het College is niet bevoegd te beoordelen of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (verboden) onderscheid maakt door geen volkshuisvestingsbeleid te voeren ten behoeve van woonwagenbewoning.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: