Oordelen

Een dierentuin discrimineert op grond van handicap of chronische ziekte door assistentiehonden niet toe te laten.

Oordeelnummer 2017-61
18-05-2017
lees verder

Samenvatting

Situatie

Het bestuur van een dierentuin voert als beleid om assistentiehonden niet toe te laten. De dierentuin vraagt het College om te beoordelen of hij met dit beleid mensen discrimineert die vanwege een handicap of chronische ziekte een assistentiehond hebben.

Beoordeling

De WGBH/CZ verbiedt het maken van onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte bij het aanbieden van goederen of diensten. Dit betekent dat een aanbieder van goederen of diensten, zoals de dierentuin, moet zorgen voor een doeltreffende aanpassing. In de WGBH/CZ staat dat het toelaten van een assistentiehond een doeltreffende aanpassing is. De dierentuin mag een assistentiehond weigeren als dit een onevenredige belasting voor hem is, of als dit noodzakelijk is voor de veiligheid en de gezondheid. De dierentuin voert aan dat het toelaten van assistentiehonden een onevenredige belasting is en dat de veiligheid en de gezondheid van de dieren in gevaar komt. Het College stelt vast dat de dierentuin nog onvoldoende onderzoek deed naar de gevolgen van het toelaten van assistentiehonden. Het beroep dat de dierentuin deed op de onevenredige belasting slaagt dan ook niet. Het beroep dat de dierentuin deed op de veiligheid en de gezondheid van de dieren, slaagt ook niet. Het College overweegt dat deze wettelijke uitzondering gaat over de veiligheid en gezondheid van mensen. Daarom concludeert het College dat de dierentuin discrimineert op grond van handicap of chronische ziekte door assistentiehonden niet toe te laten.

Oordeel College

De dierentuin maakt verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: