Oordelen

Een sollicitant kan niet aantonen dat de Universiteit van Amsterdam haar discrimineerde op grond van geslacht door haar af te wijzen voor een opleidingsplaats Orale Implantologie.

Oordeelnummer 2017-94
18-07-2017
Geslacht
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw solliciteerde naar een opleidingsplaats Orale Implantologie bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam. Dit tandheelkundig centrum valt onder de verantwoordelijkheid van de Universiteit van Amsterdam. De Universiteit van Amsterdam (UvA) wees de vrouw af voor de opleidingsplaats. De vrouw voert aan dat de UvA haar afwees omdat ze het risico te groot vond dat zij de opleiding niet zou afmaken omdat zij voor haar gezin zou kiezen. De UvA betwist deze stelling. Zij voert aan dat zij de vrouw afwees omdat zij haar onvoldoende wetenschappelijk geïnteresseerd vond en omdat zij minder goed in het team paste dan andere kandidaten. Zij vroeg de vrouw naar haar beschikbaarheid voor de fulltime opleiding omdat zij een eigen tandartsenpraktijk heeft.

Beoordeling

Een aanbieder van beroepsopleidingen mag bij de toelating tot een opleiding geen verboden onderscheid op grond van geslacht maken. Het ligt op de weg van de vrouw om feiten aan te voeren die kunnen doen vermoeden dat de UvA haar afwees voor de opleiding vanwege haar geslacht. Als zij hierin slaagt, moet de UvA bewijzen dat zij haar niet discrimineerde. Het College is van oordeel dat de vrouw er niet in slaagde dergelijke feiten aan te voeren. Hierbij is van belang dat de UvA de stellingen van de vrouw gemotiveerd weerlegde en dat de vrouw haar stellingen onvoldoende aannemelijk maakte om ze als feiten te beschouwen. De vrouw toonde dan ook niet aan dat de UvA haar discrimineerde op grond van geslacht bij de afwijzing voor de opleidingsplaats.

Oordeel

De Universiteit van Amsterdam heeft jegens de vrouw geen verboden onderscheid op grond van geslacht gemaakt.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: