Oordelen

Centric B.V. discrimineerde een vrouw op grond van godsdienst bij de werving en selectie voor een traineeship.

Oordeelnummer 2018-24
16-03-2018
Godsdienst
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw is moslima en draagt vanwege haar geloof een hoofddoek . Zij solliciteerde naar een traineeship Junior Consultant bij Centric B.V. en werd uitgenodigd om op sollicitatiegesprek te komen. Centric B.V. zag daarna op haar curriculum vitae een foto van de vrouw met een hoofddoek. De recruiter belde haar op met de vraag of zij bereid was haar hoofddoek af te doen, omdat opdrachtgevers hier problemen mee kunnen hebben. Nadat de vrouw dit verzoek weigerde, zegde het bedrijf het sollicitatiegesprek af. De dag erna stuurde de vrouw een bericht waarin ze aangaf ontdaan te zijn van het gesprek. Centric B.V. reageerde hier niet op. Het bedrijf ontkent de vrouw te hebben afgewezen voor de functie. Zij zou nog op de kandidatenlijst staan. De vraag of zij haar hoofddoek wilde afdoen, was niet discriminerend bedoeld.

Beoordeling

Het staat vast dat de vrouw was uitgenodigd voor het gesprek en dat deze afspraak werd afgezegd nadat zij aangaf haar hoofddoek niet te willen afdoen. De recruiter vertelde ook dat het bedrijf al eens eerder afscheid had genomen van een medewerkster omdat opdrachtgevers niet met haar wilden werken vanwege haar hoofddoek. Daarnaast reageerde Centric B.V. niet op het bericht waarin de vrouw haar ongenoegen uit op het verzoek. Hierdoor bestaat het vermoeden dat de vrouw is afgewezen vanwege haar hoofddoek. Centric B.V. stelt dat de vrouw niet is afgewezen en nog in de selectieprocedure zit. De vrouw zou zelf hebben afgezien van de traineeship naar aanleiding van de vraag of zij haar hoofddoek kan afdoen. Het College oordeelt dat de vrouw ervan kon uitgaan dat haar hoofddoek een probleem was voor het bedrijf en dat zij was afgewezen voor de functie. Na het telefoongesprek heeft zij namelijk niets meer over de selectieprocedure gehoord, ook niet naar aanleiding van haar bericht aan de recruiter. Centric B.V. zegt dat de vraag om haar hoofddoek af te doen enkel wordt gesteld om rekening te kunnen houden met de wensen van opdrachtgevers. Het verzoek zou niet discriminerend bedoeld zijn. Het College heeft vaker geoordeeld dat de intentie geen rol speelt bij de vraag of er sprake is van onderscheid. Het gaat om het effect van het handelen. Volgens de vaste oordelenlijn van het College is er ook sprake van discriminatie wanneer een bedrijf meegaat met discriminatoire wensen van opdrachtgevers. Daarom oordeelt het College dat Centric B.V. de vrouw discrimineerde op grond van haar godsdienst door haar af te wijzen voor een traineeship.

Oordeel

Centric B.V. heeft jegens een vrouw verboden onderscheid op grond van godsdienst gemaakt.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: