Oordelen

Het UWV had geen invloed op het besluit om een leeftijdsafhankelijke premie voor het aanvullend partnerpensioen in te voeren. Daarom is de WGBL niet van toepassing en is het College voor de Rechten van de Mens niet bevoegd om te oordelen.

Oordeelnummer 2018-27
26-03-2018
Leeftijd
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een man werkt bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Naast ouderdoms- en nabestaandenpensioen bouwt hij aanvullend partnerpensioen op. Voor het aanvullend partnerpensioen werd tot 1 april 2017 een leeftijdsonafhankelijke premie van 1,5% in rekening gebracht. Vanaf deze datum geldt een leeftijdsafhankelijke premie. De man gaat daardoor een premie van 2,5% betalen, terwijl jongere deelnemers juist lagere premiepercentages verschuldigd zijn.

Beoordeling

Het aanvullend partnerpensioen wordt niet aangeboden door het UWV, maar door Stichting Pensioenfonds UWV. Het UWV had ook geen invloed op het besluit om de premies te wijzigen. Het is een voorziening waarvoor een werknemer individueel, vrijwillig en geheel voor eigen rekening kan kiezen. Daarom is geen sprake van een arbeidsvoorwaarde. Het College is dan ook niet bevoegd om een oordeel te geven over het leeftijdsonderscheid dat per 1 april 2017 bij de aanvullende partnerpensioenregeling wordt gemaakt.

Oordeel

Het College voor de Rechten van de Mens is niet bevoegd om te beoordelen of Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen jegens de man verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt.

 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: