Oordelen

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) discrimineerde een vrouw door de toekenning van een salarisperiodiek op te schorten vanwege haar zwangerschaps- en bevallingsverlof. Er is geen sprake van discriminatie op grond van geslacht bij het besluit om haar contract niet te verlengen. Wel bewijst zij dat er een verband is tussen haar discriminatieklacht en het besluit om haar voortijdig van haar taken te ontheffen.

Oordeelnummer 2018-35
10-04-2018
Geslacht
lees verder

Samenvatting

Situatie

 

Een vrouw werkte als functioneel beheerder bij het CBR op basis van twee opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Tijdens de looptijd van het eerste contract was zij zwanger. Na haar zwangerschaps- en bevallingsverlof had zij een beoordelingsgesprek. Daarbij werd gezegd dat vanwege de beperkte beoordelingsmogelijkheid de beoordeling voor een salarisverhoging was uitgesteld. Zij zegt dat dit besluit samenhangt met haar zwangerschap. Verder zegt zij dat haar tweede contract niet werd verlengd omdat haar jonge moederschap voor de organisatie een probleem was. Drie weken voor het einde van haar laatste contract is zij uit haar taken ontheven. Volgens de vrouw werd zij daardoor benadeeld omdat zij kort daarvoor had geklaagd over het opschorten van de toekenning van de salarisperiodiek. Volgens het CBR schoot het functioneren van de vrouw op onderdelen tekort. Daarom werd de salarisperiodiek opgeschort. Haar functioneren was ook de reden om geen nieuw contract met haar aan te gaan. Het CBR vond dat de vrouw niet op de juiste plek zat en dat zag zij zelf ook in. Het besluit om haar voortijdig van haar taken te ontheffen was niet ingegeven door haar discriminatieklacht. Zij had binnen de organisatie een cruciale functie en had toegang tot alle vragen voor het theorie-examen. Het gebeurt vaker dat werknemers met dit soort functies eerder uit hun taken worden ontheven om de belangen van het CBR veilig te stellen.

Beoordeling

In het verslag van het beoordelingsgesprek wordt de beperkte beoordelingsmogelijkheid van de vrouw genoemd als reden om de beoordeling voor de salarisverhoging uit te stellen. Daarbij wordt verwezen naar haar afwezigheid. De enige afwezigheid die in dat verband wordt genoemd is het zwangerschapsverlof. Het CBR bewijst vervolgens niet dat er een relatie is tussen het functioneren en het besluit om de beoordeling uit te stellen. Daarom discrimineerde het CBR de vrouw bij het besluit om de toekenning van de salarisperiodiek uit te stellen. Er zijn geen feiten die wijzen op discriminatie op grond van geslacht bij het besluit om haar contract niet te verlengen. Wel bewijst de vrouw dat zij werd benadeeld omdat zij klaagde over zwangerschapsdiscriminatie.

Oordeel

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen heeft jegens de vrouw

-      verboden onderscheid op grond van geslacht gemaakt in de arbeidsvoorwaarden, en

-      geen verboden onderscheid op grond van geslacht gemaakt door geen nieuwe arbeidsovereenkomst met haar aan te gaan.

Voorts heeft Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen in strijd gehandeld met het verbod van victimisatie.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: