Oordelen

Geen discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte door Twin Video door een film niet van Nederlandse ondertiteling te voorzien voor een dove man. In dit geval ook geen sprake van onvoldoende zorg voor algemene toegankelijkheid voor mensen met een gehoorbeperking doordat niet alle films direct werden ondertiteld.

Oordeelnummer 2018-55
29-05-2018
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een dove man huurt een buitenlandse film via een thuisbioscoop. De film is Nederlands ingesproken en bevat geen ondertiteling, waardoor hij de film niet kan volgen. De man vindt dat Twin Video, het bedrijf dat de film heeft gedistribueerd aan de thuisbioscoop, hem discrimineert op grond van zijn beperking door de film niet te ondertitelen. Daarnaast vindt hij dat het bedrijf zich in het algemeen ook schuldig maakt aan discriminatie omdat zij niet alleen deze, maar ook andere films niet ondertitelt voordat zij deze uitbrengt. Mensen met een gehoorbeperking zoals hij, kunnen hierdoor niet een nieuw uitgebrachte film kijken samen met wel-horende gezinsleden. Films worden vaak pas maanden later ondertiteld en soms zelfs helemaal niet. Dit plaatst mensen met een gehoorbeperking op achterstand. Volgens de man is dit in strijd met de wettelijke plicht om te zorgen voor algemene toegankelijkheid voor mensen met een beperking. De filmdistributeur stelt dat de film inmiddels wel is ondertiteld. Bovendien heeft de man geen verzoek gedaan om de film van ondertiteling te voorzien. De distributeur wist hier dus niets van af.

Beoordeling

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) verbiedt discriminatie van mensen met een beperking bij het aanbieden van goederen of diensten. Dit houdt in dat een aanbieder van een dienst, zoals een filmdistributeur, doeltreffende aanpassingen moet verrichten voor degene die hierom vraagt. In dit geval heeft de man echter niet bij de distributeur om ondertiteling gevraagd voor de film die hij huurde. Het College oordeelt daarom dat het bedrijf hem niet heeft gediscrimineerd door geen doeltreffende aanpassing te verrichten.

Het verbod om mensen met een beperking te discrimineren, houdt ook in dat aanbieders van goederen en diensten de wettelijke plicht hebben om geleidelijk te zorgen voor algemene toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Dit staat in artikel 2a van de WGBH/CZ.  Het College begrijpt dat het ondertitelen van alle films voordat ze worden gedistribueerd, belangrijk is om algemene toegankelijkheid voor mensen met een gehoorbeperking te realiseren. Toch oordeelt het College dat er in dit geval geen sprake is van discriminatie, omdat de plicht in artikel 2a WGBH/CZ gaat over een geleidelijke in plaats van een directe verwezenlijking van algemene toegankelijkheid. Het kan de filmdistributeur daarom niet worden verweten dat op het moment dat de man de film huurde nog niet alle films ondertiteling hadden en dat de film die hij huurde pas enige tijd later werd ondertiteld. Algemene toegankelijkheid zou echter wel het beste verwezenlijkt worden als wel alle films voor het uitbrengen daarvan worden ondertiteld. Het College juicht initiatieven toe binnen de branche om hier naar toe te werken en vindt deze ook noodzakelijk om te voldoen aan de wettelijke verplichting om geleidelijk te zorgen voor algemene toegankelijkheid.

 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: