Toegelicht

Gepubliceerd 24 maart 2017, 10:15 en laatst aangepast 06 november 2017, 14:49

Kinderbescherming: staat het belang van het kind voorop?

 

Wat speelt er?

Het aantal kinderen dat slachtoffer is van kindermishandeling wordt in Nederland geschat op 118.000 per jaar. Het gaat hierbij om lichamelijke of emotionele mishandeling, lichamelijke of emotionele verwaarlozing, of seksueel misbruik. Kindermishandeling wordt helaas bijna niet opgemerkt of gemeld. Daders zijn vaak juist die mensen die verantwoordelijk zijn voor het kind. Ouders en verzorgers, of andere mensen die het kind kent. De overheid heeft de laatste jaren maatregelen getroffen om kindermishandeling te voorkomen en aan te pakken, zoals;

  • voorlichtingscampagnes;
  • de invoering van een meldcode huiselijk geweld;
  • het opzetten van advies- en meldpunt Veilig Thuis;
  • een verplichte screening op kindermishandeling op huisartsenposten en eerstehulpafdelingen van ziekenhuizen.

De afgelopen maanden hebben verschillende mensen in de media hun zorgen geuit over de effectiviteit van deze maatregelen. Zo wordt de professionaliteit van Veilig thuis niet vertrouwd, zijn er voorbeelden van onterechte uithuisplaatsing en is de hulp traag door oneindige bureaucratie. En afgelopen week stond in de kranten dat de verplichte screening bij eerste hulp leidt tot teveel onterechte verdenkingen van kindermishandeling. Dit terwijl veel gevallen van daadwerkelijke kindermishandeling nog steeds worden gemist.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

Elk kind heeft het recht op bescherming tegen alle vormen van geweld, misbruik, verwaarlozing en uitbuiting. Het VN-Kinderrechtenverdrag legt in artikel 19 vast dat de staat alle passende maatregelen moet treffen om kindermishandeling:

  • te voorkomen;
  • op te sporen;
  • te melden;
  • te verwijzen;
  • te onderzoeken;
  • te behandelen;
  • op te volgen; en
  • te vervolgen (indien van toepassing).

General Comment nr. 3 van het Kinderrechtencomité geeft daar duidelijke uitleg over. Verder legt ook het Europees Sociaal Handvest in artikel 17 vast dat kinderen beschermd moeten worden tegen verwaarlozing, geweld of uitbuiting. En het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft zich uitgesproken over kindermishandeling onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Kindermishandeling is niet alleen in strijd met het recht van een kind op te groeien in een veilige omgeving. Het heeft ook een grote impact op de realisering van vele andere kinderrechten. Voor de hand ligt natuurlijk het recht op gezondheid en in het ergste geval het recht op leven. Maar kindermishandeling heeft ook gevolgen voor de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van een kind. Bijvoorbeeld als een kind door verwaarlozing niet (regelmatig) naar school gaat of door zorgen thuis blijft. Of als het kind zich door de gevolgen van misbruik niet goed kan concentreren op school. Dit heeft consequenties voor het onderwijs waar het kind recht op heeft.

De overheid heeft dus de taak ervoor te zorgen dat kindermishandeling wordt voorkomen, opgespoord, onderzocht, verholpen en bestraft. Maar ook bij het ontwikkelen en evalueren van overheidsbeleid, bij de decentralisatie van jeugdzorgtaken, bij het opzetten van instanties en protocollen, en zeker ook bij het onderzoeken en ingrijpen in individuele gevallen van kindermishandeling is het uiterst belangrijk rekening te houden met de verschillende mensenrechten van zowel het kind als de ouders.

Het VN-Kinderrechtenverdrag stelt dat de belangen van het kind voorop dienen te staan bij alle maatregelen die kinderen betreffen, dus ook bij kinderbeschermingsmaatregelen. Dit betekent dat voorkomen beter is dan genezen: geef voorlichting aan ‘nieuwe’ ouders; ondersteun ouders die hulp nodig hebben bij de opvoeding van hun kind; behandel plegers van geweld, zodat herhaling voorkomen wordt.

Dit betekent verder dat grondig onderzoek moet worden gedaan bij een vermoeden op kindermishandeling zonder het kind extra te traumatiseren. Bijvoorbeeld doordat het kind haar verhaal tien keer moet herhalen bij de verschillende betrokken instanties. Dit betekent ook dat uithuisplaatsing van het kind een uiterste maatregel is, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat het opgroeien in de eigen familie over het algemeen het beste is voor een kind. Het uithuisplaatsen van de mishandelende ouder/persoon en een contactverbod kunnen geschiktere en minder ingrijpende middelen zijn. En omdat al deze maatregelen ingrijpend zijn voor het kind en de ouders, betekent dit ook dat het recht op privacy van het gezin en het kind in acht moet worden genomen bij de gegevens¬uitwisseling tussen instanties. En vergeet niet het recht van kinderen om gehoord te worden.

Kindermishandeling is een ernstig probleem met zwaarwegende gevolgen, maar ook de kinderbeschermingsmaatregelen zijn altijd zeer ingrijpend voor het kind en haar gezin. Bij zowel het maken en uitvoeren als bij het monitoren en evalueren van beleid is het daarom noodzakelijk het belang van het kind voorop te stellen, zonder de andere mensen- en kinderrechten uit het oog te verliezen.

In de media:

UMC: Door vragenlijst wordt 98% van de kindermishandelingen gemist

De Volkskrant: Verkeerde vragenlijst leidt tot veel onterechte verdenkingen van kindermishandeling

De Monitor: Uitzending over Kindermishandeling

Het Klokhuis: Cijfers en feiten over kindermishandeling

De kinderombudsman: Publicaties over kindermishandeling