Toegelicht

Gepubliceerd 18 september 2017, 16:30 en laatst aangepast 05 oktober 2017, 10:50

Levenslange gevangenisstraffen

Voldoet nieuwe wetgeving over levenslange gevangenisstraf aan de eisen van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens?

Wat speelt er?

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat iedere gedetineerde altijd een reële mogelijkheid moet hebben om in de toekomst vrij te komen. Zo oordeelde het Europese Hof op 26 april 2016 dat Nederland in strijd had gehandeld met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het ging over een zaak van een  man die in 1980 was veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor de moord op een zesjarig meisje. De man had herhaaldelijk een verzoek ingediend tot gratie, maar dit werd steeds afgewezen. Het Europese Hof oordeelde dat sprake was van een schending van artikel 3 EVRM. Ten tijde van de uitspraak was levenslange gevangenisstraf in Nederland echt levenslang waarbij de gedetineerde geen enkel reëel uitzicht op vrijheid had. De enige manier om eerder vrij te komen, was het indienen van een gratieverzoek. In de praktijk is een dergelijk verzoek in de afgelopen 30 jaar maar één keer gehonoreerd.

Op 17 januari 2017 heeft het EHRM geoordeeld (in de zaak Hutchinson t. VK) dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf door de nationale rechter geen strijd met artikel 3 EVRM oplevert wanneer er binnen het nationale rechtsstelsel de mogelijkheid bestaat tot het verzoeken van een vermindering van deze straf in een procedure die voldoet aan de waarborgen neergelegd in de rechtspraak van het EHRM inzake artikel 3 EVRM.

Naar aanleiding van de uitspraken van het Europese Hof is de Nederlandse regelgeving aangepast. Op 6 juni 2017 is het besluit Adviescollege levenslanggestraften in werking getreden. Volgens dit besluit moet er binnen 27 jaar na aanvang van de detentie een herbeoordeling plaatsvinden. Ook is er een Adviescollege levenslanggestraften in het leven geroepen dat hierover zal adviseren.

Volgens de adviseur van de hoogste rechter in Nederland (de AG van de Hoge Raad) voldoet Nederland, door dit nieuwe besluit, nu wel aan de eisen die voortvloeien uit het EVRM en de rechtspraak van het EHRM. Dit  stelt hij in zijn advies van 5 september 2017 in een rechtszaak over een levenslanggestrafte: Conclusie AG: Besluit Adviescollege levenslanggestraften voldoet aan eisen EVRM. De Hoge Raad heeft deze rechtszaak sinds vorig jaar aangehouden in afwachting van de politieke besluitvorming. Het is nu afwachten hoe het arrest van de Hoge Raad zal gaan luiden in deze zaak. De Hoge Raad is geheel vrij het advies van de AG al dan niet te volgen, in negen van de tien gevallen wordt de conclusie van de AG echter overgenomen door de HR.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

In artikel 3 van het EVRM staat het verbod op onmenselijke behandeling of bestraffing. Het Europese Hof bepaalde dat een levenslange gevangenisstraf waarbij de gedetineerde geen enkel reëel uitzicht op vrijheid heeft in strijd is met artikel 3 EVRM omdat dit een vorm van onmenselijke bestraffing is. Er moet al op het moment van oplegging van de levenslange gevangenisstraf sprake zijn van een vooruitzicht op mogelijke vrijlating (‘prospect of release’) en van een herzieningsmogelijkheid (‘possibility of review’).Volgens de AG voldoet het nieuwe besluit aan de eisen van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, omdat er een reële mogelijkheid van herbeoordeling van de straf in opgenomen is. Wat de Hoge Raad hierover oordeelt, blijft nog afwachten.

Meer informatie

Tags

Trefwoord: