Toegelicht

Gepubliceerd 13 maart 2017, 17:01 en laatst aangepast 13 maart 2017, 17:01

Rechtbank Noord-Nederland: NAM moet ook immateriële schade aardbevingen vergoeden

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet immateriële schade vergoeden aan de slachtoffers van aardbevingen in Groningen. Dat oordeelde de rechtbank in Assen op woensdagochtend 1 maart.

Wat speelt er?

Een groep van 127 Groningers vraagt een zogenoemde verklaring voor recht, die inhoudt dat de NAM en de overheid aansprakelijk zijn voor de immateriële schade die deze personen als gevolg van de aardbevingen hebben geleden. Zij stellen dat hun woongenot is aangetast door de aardbevingen. En dat er in sommige gevallen sprake is van geestelijk lijden. Zij vragen een financiële vergoeding van de immateriële schade. De rechtbank Noord-Nederland stelt een aantal van deze personen in het gelijk. De NAM is aansprakelijk voor de door inwoners van het Groningenveld geleden en/of nog te lijden immateriële schade en moet aan een deel van de inwoners een schadevergoeding betalen.

Volgens de rechtbank is er in dat deel van het Groningenveld, “waar regelmatig aardbevingen worden gevoeld en schade wordt geleden,” sprake van een “situatie waarin door de NAM een ernstige inbreuk wordt gemaakt op een fundamenteel persoonlijkheidsrecht”: het recht op een ongestoord woongenot. Ook wanneer geen sprake is van geestelijk letsel leiden de aardbevingen, volgens de rechters, tot aantasting in de persoon bij de mensen die daardoor persoonlijk gevoelens van angst, zorg en psychisch onbehagen ervaren. Velen zijn bang voor hun veiligheid, ervaren spanningen en worden in hun dagelijks leven met de gevolgen van de aardbevingen geconfronteerd, zo luidt het vonnis. Deze overlast overschrijdt vanwege de aard, ernst en duur daarvan de grens van wat burgers als “gewone” hinder hebben te accepteren. Het is een inbreuk op hun recht op ongestoord woongenot.

Verder vindt de rechtbank dat de overheid niet aansprakelijk is voor de immateriële schade. Wel heeft de staat onzorgvuldig gehandeld in de periode van januari 2013 tot november 2015. Minister Kamp was volgens de rechtbank gehouden om na de aardbeving in Huizinge de gasproductie zoveel mogelijk te beperken. Dat heeft hij niet gedaan, ondanks het advies van de Staatstoezicht op de Mijnen. De overheid heeft volgens de rechtbank ook niet kunnen uitleggen waarom een verdere vermindering van de gaswinning gelet op de leveringszekerheid niet mogelijk was. De overheid is echter niet aansprakelijk voor de immateriële schade. De Groningers hebben in deze zaak namelijk niet uitgelegd waarom zij geen schade zouden hebben geleden als de overheid wel tot vermindering was overgegaan. Volgens de rechtbank kan niet worden gezegd dat de immateriële schade het gevolg is van onzorgvuldig handelen door de overheid.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

In deze zaak zijn een aantal mensenrechten van toepassing, waaronder het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven.

Het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven

Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt het recht op respect voor privé- en familieleven, de woning en de correspondentie. Daarnaast is het een belangrijke bepaling als het gaat om omgevingskwesties. Aantastende activiteiten die plaatsvinden in de directe omgeving van mensen, zoals gaswinning in het Groninger Gasveld, kunnen ook een nadelige invloed hebben op hun privéleven. Artikel 8 beschermt dan ook verschillende belangen in situaties die met de omgeving te maken hebben. Zo beschermt artikel 8 het rustige genot van de woning. En niet alleen tegen het binnentreden van de woning, maar ook tegen hinder door geluid, emissies en stank. In zaken die vergelijkbaar zijn met de situatie in Groningen wordt artikel 8 EVRM dan ook doorgaans ingeroepen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft vergelijkbare zaken behandeld op het gebied van verstedelijking, geluidsoverlast en industriële milieuvervuiling. Daaruit is gebleken dat artikel 8 in vele gevallen toepasbaar is geweest.

Verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren

Niet alleen de overheid, maar ook bedrijven moeten mensenrechten respecteren. Een aantal internationale organisaties hebben de verantwoordelijkheden van bedrijven voor mensenrechten omschreven. Zo staat in de “Richtlijnen inzake bedrijven en mensenrechten” van de Verenigde Naties dat bedrijven moeten voorkomen dat mensenrechten worden geschonden. Ook moeten zij mogelijk negatieve gevolgen van hun handelen voor mensenrechten aanpakken. Volgens deze richtlijnen moeten bedrijven mensenrechten risico’s in kaart brengen en verminderen.

Wat schreef de media hierover?

NAM aansprakelijk voor immateriële schade aardbevingen Groningen, Nu.nl, 1 maart 2017

NAM ook aansprakelijk voor immateriële schade aardbevingen, NOS, 1 maart 2017

NAM aansprakelijk gesteld voor psychisch leed na beving: 'Dit is een doorbraak', Volkskrant, 1 maart 2017

Rechter Assen: NAM is aansprakelijk voor immateriële schade van de bevingsslachtoffers, Dagblad van het Noorden, 1 maart 2017

NAM ook aansprakelijk voor immateriële aardbevingsschade, Trouw, 1 maart 2017

NAM ook aansprakelijk voor immateriële schade door aardbevingen, Telegraaf, 1 maart 2017

NAM moet ook psychische schade aardbevingen vergoeden, Het Financieele Dagblad, 1 maart 2017

Immateriële schade Groningen kent 'nauwelijks gelijkwaardige zaken', Het Financieele Dagblad, 1 maart 2017