Internationaal toezicht

Internationaal toezicht

Landen hebben zich verplicht om mensenrechten voor iedereen te garanderen. Dat betekent dat zij zich daar ook op laten controleren. Bij het afsluiten van een internationaal verdrag wordt er een toezichthoudend comité ingesteld. Als een lidstaat zo'n verdrag ratificeert, accepteert het ook het internationale toezicht. De overheid, niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en mensenrechteninstituten rapporteren om de paar jaar aan zulke toezichthoudende comités over hoe de lidstaat het betreffende verdrag implementeert. Op basis van de rapportages volgt dan een gesprek (de zogenaamde dialoog) tussen het comité en de overheid. Daaruit volgen aanbevelingen aan de lidstaten om de mensenrechten in het eigen land te verbeteren.

De volgende internationale organisaties zijn onder andere belast met het signaleren van mensenrechtenkwesties in Nederland:

  • De Verenigde Naties
  • De Raad van Europa

Verenigde Naties (VN)

 

In de VN zijn twee toezichthoudende organen:

  1. VN-Mensenrechtenraad 
  2. VN-Verdragsorganen 

VN-Mensenrechtenraad

De VN-Mensenrechtenraad bestaat uit vertegenwoordigers van 47 staten, die zijn verkozen uit de Algemene Vergadering van de VN. De leden van de Mensenrechtenraad komen diverse keren per jaar samen om de mensenrechten in bepaalde landen te bespreken. Ook kan de Mensenrechtenraad specifieke mensenrechtenkwesties bespreken en aanbevelingen doen aan landen. De Mensenrechtenraad wordt hierbij geholpen door een Adviescomité van onafhankelijke deskundigen en door Speciale Rapporteurs die onderzoek doen. De Mensenrechtenraad heeft twee manieren om toezicht te houden:

  1. De Universal Periodic Review (UPR)
  2. De individuele klachtenprocedure.

Universal Periodic Review (UPR)

De Mensenrechtenraad bediscussieert sinds 2008 elke vier jaar de mensenrechtensituatie in de lidstaten van de VN met behulp van de zogenaamde Universal Periodic Review. In Nederland wordt dit proces ook wel het 'mensenrechtenexamen' genoemd. Zowel de 47 leden van de Mensenrechtenraad als andere VN-lidstaten kunnen op basis van diverse rapportages aan de lidstaat in kwestie vragen hoe de situatie ervoor staat. De vragen zijn gericht op positieve ontwikkelingen en goede voorbeelden waar andere landen van kunnen leren. Ook vragen de lidstaten in de UPR-dialoog naar knelpunten waar een land de mensenrechtensituatie nog kan verbeteren. Alle 193 lidstaten van de VN ondergaan dit 'examen'. Nederland onderging in 2008 en 2012 zo'n review.

De UPR bestaat uit een aantal stappen. De overheid, niet-gouvernementele organisaties en een mensenrechteninstituut leveren een rapportage in bij de VN. Van deze rapporten wordt een samenvatting gemaakt voor de andere staten in de raad. Deze samenvatting helpt landen om goede vragen te stellen aan het land dat de UPR ondergaat. De vragenronde vindt plaats tijdens de zogenaamde UPR-dialoogsessie. In mei 2012 kreeg Nederland van 47 andere landen vragen. De minister van Binnenlandse Zaken heeft in de sessie direct geantwoord op de vragen. In het gesprek gaven lidstaten ook adviezen aan Nederland over hoe zij de situatie kan verbeteren. In totaal ontving Nederland 119 aanbevelingen in 2012. Deze aanbevelingen worden door de voltallige Mensenrechtenraad aangenomen.

De uiteindelijke aanbevelingen zijn niet juridisch bindend. Met andere woorden: de Nederlandse overheid kan de aanbevelingen naast zich neerleggen. Of aanbevelingen worden geaccepteerd, moet Nederland toelichten in een reactie aan de VN na het uitbrengen van de aanbevelingen. Daarna heeft de Nederlandse overheid vier jaar de tijd om de (geaccepteerde) aanbevelingen om te zetten in beleid. Na vier jaar start een nieuwe UPR-cyclus van rapportages en dialoog. Twee jaar na het uitkomen van de UPR-aanbevelingen staat het de Nederlandse overheid, het nationaal mensenrechteninstituut en de niet-gouvernementele organisaties vrij om een interim-rapportage in te leveren. Hierdoor informeert men de Mensenrechtenraad over de tussentijdse ontwikkelingen van de mensenrechtensituatie in Nederland en kan er een discussie plaatsvinden in de Mensenrechtenraad over wat er nog (extra) moet gebeuren.

Individuele klachtenprocedures

De individuele klachtenprocedure houdt in dat elk individu waar ook ter wereld een klacht kan indienen bij de Mensenrechtenraad over schendingen van de rechten van de mens. Dit kan echter alleen als het gaat om grove en systematische schendingen die in zijn of haar land plaatsvinden. Een individu kan geen klacht indienen over individuele gevallen. 

VN-Verdragsorganen

Bij elk VN-verdrag is een toezichthoudend comité ingesteld. Lidstaten die het verdrag getekend en geratificeerd hebben zijn verplicht aan deze comités te rapporteren. In de comités zitten onafhankelijke experts. Zij houden toezicht op de naleving van het specifieke verdrag. Er zijn negen mensenrechtenverdragen van de VN. Hiervan heeft Nederland er zeven geratificeerd. Dit zijn de volgende verdragen inclusief het jaar van ratificatie door Nederland en het toezichthoudend Comité:

Het volgende verdrag heeft Nederland noch getekend, noch geratificeerd:

  • het Internationaal Verdrag voor Rechten van Migrerende Werknemers en hun Familieleden (CMW).

 

Rapportages en dialoog

De expertcomités houden toezicht op landen door een onderzoek te doen op basis van een landenrapportage en door een dialoog te voeren met het land. Om de paar jaar rapporteert een regering over elk verdrag aan de comités. NGO's en mensenrechteninstituten kunnen eveneens informatie aanleveren, zodat de experts een breder beeld krijgen van de mensenrechtensituatie in een land. Op basis van alle rapportages stelt het comité een vragenlijst op voor de regering. Na de schriftelijke beantwoording van de vragen volgt dan nog een dialoogsessie in Genève waarbij de regering nog eens wordt bevraagd over de genomen maatregelen en de vooruitgang die al dan niet geboekt is. Na deze dialoog stelt het comité een lijst van aanbevelingen op voor het land. Deze aanbevelingen zijn niet juridisch bindend. Landen nemen aanbevelingen doorgaans serieus en implementeren de aanbevelingen zoveel mogelijk in beleid. In een eerstvolgende rapportage (na vier jaar) koppelt het land de voortgang terug en doet het comité opnieuw onderzoek naar de naleving van het verdrag.

 

Individuele klachtenprocedures

Een aantal verdragen kent ook de mogelijkheid van een individuele klachtenprocedure bij een VN-comité (HRC, CERD, CAT, CEDAW, CRPD). In een individuele klachtenprocedure onderzoekt het comité klachten van burgers. Het comité bepaalt zo of er sprake is van een schending van een verdrag in een bepaald land. De uitkomst van zo'n procedure is juridisch niet bindend, maar staten worden geacht de aanbevelingen serieus te nemen en op te volgen.

 

Algemene aanbevelingen

VN-verdragscomités kunnen ook algemene aanbevelingen uitbrengen. Deze zogenaamde General Comments geven een toelichting op een verdragsartikel en verschaffen lidstaten meer duidelijkheid over de verplichtingen die zij hebben om het verdragsartikel na te leven. Voor een overzicht van de aanbevelingen van landencommentaren, zie: www.mensenrechtenkwesties.nl.

 

Raad van Europa

Nederland is een van de 47 lidstaten van de Raad van Europa. Dit is een regionale organisatie die zich richt op het verspreiden en bevorderen van democratie en mensenrechten. De Raad van Europa heeft meer dan tweehonderd verdragen tot stand gebracht. Nederland is bij de meeste verdragen partij. Het meest bekende verdrag van de Raad van Europa is het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Net als bij de VN zijn bij de Raad van Europa verschillende comités en organen belast met het toezicht op de mensenrechtensituatie in o.a. Nederland. Hieronder staan ze op een rij. Alleen de uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn juridisch bindend.

  • Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens houdt toezicht op het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) door klachten te behandelen van individuen tegen de lidstaat. Individuen moeten dan wel eerst alle mogelijke rechtsprocedures op nationaal niveau hebben doorlopen. De uitspraken van het Europese Hof zijn bindend; lidstaten zijn verplicht om bij een geconstateerde schending maatregelen te nemen. Het Comité van Ministers van de Raad van Europa controleert de naleving van deze uitspraken. Bekijk hoe het Europese Hof voor de Rechten van de Mens werkt
  • De Commissaris voor de Mensenrechten bezoekt alle 47 landen en spreekt dan met zowel de regering, als met parlementsleden, NGO's en instituten zoals het mensenrechteninstituut. Op basis van zijn bezoek geeft hij aanbevelingen aan het land om de mensenrechtensituatie verder te verbeteren.
  • De Europese Commissie tegen discriminatie en intolerantie (ECRI) bezoekt RvE-landen. Dit Comité geeft dan specifieke aanbevelingen en zij geeft uitleg over wat RvE-lidstaten kunnen doen om hun beleid ter bestrijding van discriminatie te verbeteren via general recommendations.
  • Het Europees Comité ter voorkoming van foltering (CPT) is ingesteld bij het Anti- Folterverdrag van de RvE. Dit onafhankelijke Comité bezoekt om de paar jaar alle 47 landen. Het Comité inspecteert dan inrichtingen waar de overheid mensen van hun vrijheid heeft beroofd, zoals politiecellen en gevangenissen.
  • Het Europees Comité voor Sociale Rechten houdt toezicht op het Europees Sociaal Handvest. Nederland dient om de vier jaar te rapporteren aan dit Comité. Verder behandelt het Comité klachten tegen landen. Tegen Nederland is in oktober 2009 een klacht gegrond verklaard. De klacht betrof het onthouden van opvang aan kinderen zonder verblijfsvergunning.

Hoe staat het nu met…

De aanbevelingen van het VN-Comité tegen Foltering (CAT)

Op 31 mei 2013 deed het VN-Comité tegen Foltering (CAT) zijn aanbevelingen aan Nederland om de rechten uit het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing beter te implementeren. Die aanbevelingen gingen over uiteenlopende onderwerpen, zoals het recht op toegang tot een advocaat bij politieverhoor, detentie van vreemdelingen en gedwongen opname in de geestelijke gezondheidszorg. Wat heeft de Nederlandse regering sindsdien gedaan om de aanbevelingen in de praktijk te brengen?

Recht op toegang tot advocaat bij politieverhoor

Detentie van migranten

Gedwongen opname in de geestelijke gezondheidszorg

Wat doet het College?

Een van de wettelijke taken van het College voor de Rechten van de Mens is om samen te werken met internationale organisaties. Het College gaat dit doen door te rapporteren aan toezichthoudende comités en door delegaties te ontvangen in Nederland. Verder gaat het College de inspanningen van de regering om aanbevelingen te realiseren nauwgezet volgen. Dit kan ertoe leiden dat het College in brieven aan de regering of aan het parlement aandacht vraagt voor de naleving van verdragen en aanbevelingen, met als doel de mensenrechtensituatie in Nederland te verbeteren. Voor een overzicht van de aanbevelingen van landencommentaren zie: www.mensenrechtenkwesties.nl