Nationale mensenrechteninstituten

Nationale mensenrechteninstituten

VN en nationale mensenrechteninstituten

In 1993 besloten de VN-lidstaten dat elk land een nationaal mensenrechteninstituut zou moeten oprichten. De belangrijkste taak van zo'n nationaal mensenrechteninstituut is de bevordering en bescherming van mensenrechten door het op onafhankelijke wijze toezien op de naleving van mensenrechten door een land. Wereldwijd zijn er 101 nationale mensenrechteninstituten (oktober 2012). Nationale mensenrechteninstituten moeten aan een aantal voorwaarden voldoen die zijn vastgelegd in de Paris Principles.

Taken en rol

Mensenrechteninstituten houden toezicht op wat de overheid doet op mensenrechtengebied. Ze doen onderzoek, ze adviseren over preventieve maatregelen om mensenrechten beter te beschermen en ze vergroten het bewustzijn van burgers over hun mensenrechten. Daarnaast zijn mensenrechteninstituten door hun onafhankelijke positie in staat om verschillende partijen, waaronder de overheid en niet-gouvernementele organisaties, met elkaar te verbinden en informatie voor een breed publiek beschikbaar te stellen.

A-, B- of C- status

Het Internationaal Coördinerend Comité van Mensenrechteninstituten (ICC) is in 1993 opgericht met als taak om de nationale mensenrechteninstituten te ondersteunen in het werken met de Verenigde Naties. Het ICC bepaalt of een nationaal mensenrechteninstituut voldoet aan de Paris Principles. Hierin zijn regels vastgelegd waar een nationaal mensenrechteninstituut aan moet voldoen, zoals onafhankelijkheid en het hebben van een breed takenpakket op het hele terrein van de rechten van de mens. Het kantoor van de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) ondersteunt het ICC. Met behulp van een accreditatieprocedure, bepaalt het ICC in hoeverre een nationaal mensenrechteninstituut voldoet aan de Paris Principles. In deze procedure kent het ICC een letter (A, B of C) toe aan het instituut, welke correspondeert met een bepaalde status.

 

A-status

Het nationaal mensenrechteninstituut voldoet aan alle Paris Principles. Het wordt daarmee volwaardig lid van het ICC en krijgt het recht om te spreken op internationale fora, zoals de VN-Mensenrechtenraad. Wereldwijd zijn er 69 mensenrechteninstituten met deze status, waarvan 22 in Europa. Het College voor de Rechten van de Mens heeft in mei 2014 de A-status verworven.

 

 

B-status

Het nationaal mensenrechteninstituut voldoet slechts ten dele aan de Paris Principles, en mag op internationaal niveau deelnemen, maar niet stemmen binnen het ICC of interveniëren in VN-fora.

 

 

C-status

Het nationaal mensenrechteninstituut voldoet niet aan de Paris Principles en mag als waarnemer deelnemen aan sessies bij het ICC. Het Roemeens Instituut voor de Mensenrechten is hiervan een voorbeeld.

 

De status van een nationaal mensenrechteninstituut wordt elke vijf jaar (opnieuw) beoordeeld, of zoveel eerder als daar aanleiding toe is. Een organisatie kan de A-status verliezen of een lagere status krijgen toegekend als zij bijvoorbeeld haar onafhankelijke positie ten opzichte van de overheid verliest, of als zij steun betuigt aan opkomende regimes die in hun strijd de mensenrechten schenden.

De vorm van de organisatie is niet van wezenlijk belang voor de accreditatie. Zowel een ombudsman, als een commissie als een instituut, zoals het College voor de Rechten van de Mens, kunnen de A-status als nationaal mensenrechteninstituut verwerven.

Samenwerken op internationaal niveau

Mensenrechteninstituten rapporteren op verschillende momenten aan VN-organisaties over de mensenrechtensituatie in hun land en welke inspanningen de overheid verricht om mensenrechten na te leven. Alle instituten komen jaarlijks een week bijeen in Genève voor de ICC-vergadering. Zij wisselen dan samen met de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens kennis en ervaringen uit. Daarnaast komen elke twee jaar alle mensenrechteninstituten bijeen voor een grote conferentie rondom één bepaald onderwerp.

European Network of National Human Rights Institutions (ENNHRI)

Op Europees niveau werken mensenrechteninstituten samen in de European Network of National Human Rights Institutions (ENNHRI). Dit is een regionale organisatie, die onderdeel is van het ICC. Binnen deze groep werkt men samen om gemeenschappelijke standpunten in te brengen bij discussies over bijvoorbeeld nieuwe verdragen binnen de Raad van Europa, of over nieuwe beleidsvoorstellen op EU-niveau.

Bureau voor de Grondrechten van de Europese Unie (FRA)

Daarnaast ontmoeten mensenrechteninstituten van de EU-lidstaten elkaar op de jaarlijkse ENNHRI-bijeenkomst van het Bureau voor de Grondrechten van de Europese Unie (FRA). Deze organisatie is belast met het bewaken van de mensenrechten in de EU. Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie is de basis voor het werk van dit Bureau. Daarnaast geeft zij desgewenst (ongevraagd) advies aan Europese instanties en lidstaten over het verbeteren van mensenrechtensituaties.