13 sep2016

Zwangerschapsdiscriminatie neemt niet af, maar meldingsbereidheid vrouwen halveert

43% van de vrouwen op de arbeidsmarkt heeft te maken gehad met mogelijke discriminatie wegens zwangerschap of pril moederschap. De omvang van zwangerschapsdiscriminatie is de afgelopen vier jaar niet afgenomen, zo blijkt uit onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens. Wel gedaald is de bereidheid van vrouwen om zwangerschapsdiscriminatie te melden: dit percentage nam af van 26% in 2012 naar 14% nu.

In opdracht van het College voor de Rechten van de Mens enquêteerde TNS NIPO  ruim 1000 vrouwen die in de afgelopen vier jaar zwanger zijn geweest en/of moeder zijn geworden en in deze periode werkten of werk zochten. Aanvullend hielden onderzoekers van het College interviews met vrouwen. Dit onderzoek is een herhaling van het zwangerschapsdiscriminatie-onderzoek dat het mensenrechteninstituut vier jaar terug deed. Waar in 2012 45% van de ondervraagden te maken kreeg met situaties die duiden op zwangerschapsdiscriminatie, blijkt dit percentage nu nog steeds 43%. “Helaas is er geen verbetering opgetreden inzake deze hardnekkige vorm van discriminatie, die de baanzekerheid van vrouwen ondermijnt en een groot maatschappelijk probleem vormt”, zegt Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens. “Van de door ons ondervraagde vrouwen die tijdens hun zwangerschap op het punt stonden een arbeidsovereenkomst te tekenen, gaf 32% aan dat het contract niet doorging of werd gewijzigd, nadat bekend werd dat zij zwanger waren. Bij 44% van de vrouwen met een aflopend contract, werd dit vermoedelijk niet verlengd wegens zwangerschap. Hoge percentages en bovendien in strijd met de wet.”

In strijd met de wet

Volgens de gelijkebehandelingswet en diverse mensenrechtenverdragen is discriminatie wegens zwangerschap, een kinderwens of moederschap verboden. Toch hebben jaarlijks 50.000 Nederlandse vrouwen ervaringen die wijzen op zwangerschapsdiscriminatie. Opmerkelijk is dat slechts 28% van de vrouwen met een dergelijke ervaring, zich daadwerkelijk gediscrimineerd voelt. Dit lage percentage wordt onder meer veroorzaakt doordat vrouwen te weinig kennis hebben over hun rechten en plichten.

Ondervraagden herkennen mogelijke zwangerschapsdiscriminatie het best als het gaat om ontslag of het niet verlengen van een contract (63%). Mogelijke discriminatie rondom verlof wordt het slechtst herkend (10%). Deze percentages zijn gelijk gebleven sinds 2012. “De acties die de Rijksoverheid naar aanleiding van ons vorige onderzoek heeft ondernomen op het gebied van informatievoorziening, zijn onvoldoende effectief gebleken”, constateert Van Dooijeweert. “De combinatie van het gebrek aan kennis over dit onderwerp en een lagere meldingsbereidheid door vrouwen maken het discriminatieprobleem voor werkgevers onvoldoende zichtbaar. Zo kunnen we dus niet toewerken naar het aanpakken van zwangerschapsdiscriminatie.”

Halvering meldingsbereidheid

Wanneer vrouwen zich gediscrimineerd voelen wegens zwangerschap of moederschap, blijkt slechts 1 op de 7 bereid hier melding van te maken. Dit is bijna een halvering ten opzichte van 2012. De belangrijkste reden voor ondervraagden om deze vorm van discriminatie niet aan te kaarten bij hun werkgever, vakbond of elders, is de verwachting dat ‘dit toch niets uithaalt’. Opvallend is dat het aantal meldingen bij het College de afgelopen vijf jaar wel is toegenomen, wat waarschijnlijk samenhangt met oproepen van het College om zwangerschapsdiscriminatie te melden. Tussen 2011 en 2015 rondde het College jaarlijks meer verzoeken tot oordelen met betrekking tot zwangerschap of moederschap af (gemiddeld 44) dan in de vijf jaar daarvoor ervoor (gemiddeld 15). Uit gegevens van het College blijkt dat meldingen van zwangerschapsdiscriminatie wel degelijk tot genoegdoening kunnen leiden.

Risicofactoren zwangerschapsdiscriminatie

Discriminatie komt op verschillende werkterreinen voor. Denk aan de sollicitatieprocedure, het aangaan (of verbreken van) een arbeidsverhouding, het regelen van arbeidsvoorwaarden en de algemene arbeidsomstandigheden. 1 op de 10 vrouwen geeft aan door hun meest recente zwangerschap een promotie, salarisverhoging of opleiding te zijn misgelopen. 11% werd tijdens een sollicitatieprocedure expliciet afgewezen vanwege zwangerschap, moederschap of kinderwens. Een opmerkelijke risicofactor voor bepaalde vormen van zwangerschapsdiscriminatie blijkt het beroepsniveau. Zo ervaren vrouwen werkzaam op een hoger beroepsniveau meer moeilijkheden bij het opnemen van verlof. Vrouwen werkzaam op een lager beroepsniveau krijgen vaker te maken met openlijke kritiek op hun zwangerschap. Tot de andere factoren die de kans op zwangerschapsdiscriminatie vergroten, behoren onder meer het hebben van een tijdelijk dienstverband, het meemaken van problemen rondom de bevalling, werkzaam zijn in de profitsector, of een leidinggevende functie hebben. 

Bevallingscomplicaties

In het herhalingsonderzoek is ook stilgestaan bij de gevolgen die negatieve ervaringen op de werkvloer kunnen hebben voor de gezondheid van moeder en kind. 35% procent van de ondervraagden die werkten of solliciteerden, kreeg bevallingscomplicaties of gezondheidsproblemen. Uit het onderzoek lijken aanwijzingen naar voren te komen dat vrouwen vaker dit type problemen ondervinden, wanneer ze voor hun bevalling op het werk onprettige ervaringen hebben meegemaakt.

Actieplan

Naar aanleiding van zijn onderzoeksrapport roept het College voor de Rechten van de Mens de overheid op een gericht actieplan tegen zwangerschapsdiscriminatie op te stellen en uit te voeren. Dit plan moet zowel een aanzienlijke informatiecomponent richting werkgevers en vrouwen bevatten, als een onderdeel dat gericht is op handhaving. De rechten en plichten van (aanstaande) moeders in een arbeidsrelatie, maar ook de mogelijke risico’s rondom het werk en de noodzaak van het melden moeten in de informatiecomponent worden opgenomen. In dit actieplan moet, meent het College, de Rijksoverheid de ambitie uitspreken dat het aantal gerapporteerde zwangerschapsdiscriminatie-ervaringen over vijf jaar gehalveerd is.

Lees het onderzoeksrapport 'Is het nu beter bevallen?'

Voor de redactie

College voor de Rechten van de Mens, Marysha Molthoff, perswoordvoerder, tel. 030 - 888 3 888 of 06 - 52 30 73 28, e-mail m.molthoff@mensenrechten.nl, www.mensenrechten.nl.

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens is een onafhankelijke toezichthouder op mensenrechten in Nederland. Het College is bij wet ingesteld en beschermt, bevordert, bewaakt en belicht mensenrechten door middel van onderzoek, advies en voorlichting. Dit geldt zowel voor Europees Nederland als Caribisch Nederland: de eilanden Bonaire, St.Eustatius en Saba. Het College voor de Rechten van de Mens ziet ook toe op de naleving van de gelijkebehandelingswetgeving en in individuele gevallen oordeelt het of iemand gediscrimineerd is op het werk, in het onderwijs of als consument.

Wat zijn mensenrechten?

Mensenrechten zijn rechten die gelden voor ieder mens in Nederland. Ze beschermen ons tegen de macht van de staat en zorgen ervoor dat een mens in waardigheid kan leven. Zo heb je bijvoorbeeld recht op een vrije mening, onderwijs, genoeg te eten en een dak boven je hoofd. Die rechten zijn vastgelegd in de Grondwet en internationale verdragen.

◀ Terug naar berichten