Dossier

Homoseksualiteit/LHBT in het onderwijs

Homoseksualiteit/LHBT in het onderwijs

Voorlichting: wat speelt in Nederland?

LHBT'ers krijgen op school regelmatig te maken met pesterijen en discriminatie. Dit geldt zowel voor docenten als voor leerlingen. Homo is een veelgebruikt scheldwoord, er wordt gepest en het is vaak moeilijk om uit de kast te komen. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat een groot deel van de leerlingen van middelbare scholen van mening is dat een homoseksueel beter niet open kan zijn over zijn seksuele gerichtheid. Daarnaast heeft de helft van de leerlingen moeite met openlijke uitingen van homoseksualiteit. Ook leren scholieren weinig over homoseksualiteit: ongeveer tweederde van de middelbare scholieren krijgt hier geen voorlichting over. De zelfmoordcijfers liggen onder homojongeren tot vijf keer hoger dan onder heterojongeren.

Een aantal Tweede Kamerleden heeft een motie ingediend om de kerndoelen in het onderwijs te wijzigen om voorlichting te geven op scholen over homoseksualiteit en seksuele diversiteit. Naar aanleiding van deze motie is vanaf het schooljaar 2012–2013 de voorlichting over homoseksualiteit en seksuele diversiteit op scholen verplicht. De bedoeling is dat hierdoor de positie van LHBT'ers in Nederland zal verbeteren. De overheid erkent de problemen binnen het onderwijs en heeft naast de verplichte voorlichting ook andere maatregelen in gang gezet.

Wat zegt de wet?

Nederlandse wetgevingDiscriminatie op het werk op grond van seksuele voorkeur en op school is verboden op grond van de Grondwet en diverse wetten, zoals de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Ook transgender personen mogen niet gediscrimineerd worden. De in de AWGB vermeldde grond geslacht is op deze groep van toepassing.

Internationaal kaderEr bestaat geen verdrag dat zich specifiek richt op de LHBT-groep. In verschillende VN- verdragen zijn non-discriminatiebepalingen opgenomen op grond van seksuele gerichtheid. De problemen die spelen op scholen raken naast het recht om niet gediscrimineerd te worden ook het recht op onderwijs, dat in diverse verdragen is opgenomen. Voorbeelden van dergelijke verdragen zijn het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) en het Europees verdrag voor de rechten van de mens. De Yogyakarta Principles bevatten een vertaling van bestaande mensenrechten voor LHBT personen. Deze Principles verklaren onder meer dat gelijke toegang tot onderwijs, gelijke behandeling op scholen, een onderwijsinhoud die aansluit op de behoeften van leerlingen van alle seksuele oriëntaties en genderidentiteiten, het voorkomen van pesten en gelijke kansen voor leren zonder discriminatie belangrijke verplichtingen zijn van staten. In de Verklaring van Montreal, die werd aangenomen na een conferentie over rechten van LHTB personen, gaat het bijvoorbeeld om bescherming tegen geweld, het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op asiel.

Personeelsbeleid: wat speelt in Nederland?

Instellingen met een godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag mogen specifieke eisen stellen aan hun personeel. Deze eisen zijn dan gelet op het doel van de instelling nodig voor de vervulling van de functie. De eisen mogen niet leiden tot onderscheid op grond van het 'enkele feit' van de hetero- of homoseksuele gerichtheid, ras, geslacht, burgerlijke staat e.d. Het begrip 'enkele feit' van de seksuele gerichtheid heeft niet alleen betrekking op seksuele gevoelens en liefdesgevoelens. Het heeft ook betrekking op liefdesuitingen, zoals het hebben van relaties.

Een voorbeeld is als een homoseksuele docent een relatie heeft met een man en daarmee samenleeft. Het is niet toegestaan om de docent om deze reden af te wijzen. Wel kunnen er bijkomende omstandigheden zijn die het onderscheid rechtvaardigen. Bijvoorbeeld als de gedragingen van de homoseksuele docent afbreuk doen aan het functioneren op een bepaalde school met een bepaalde opvatting. Wat precies bedoeld wordt met bijkomende omstandigheden in relatie tot homoseksuele gerichtheid is niet duidelijk. Uit de parlementaire geschiedenis van de AWGB blijkt dit niet en ook het College (voorheen Commissie Gelijke Behandeling) heeft zich hierover nog niet uitgesproken aangezien deze niet in een concrete zaak aan de orde zijn geweest. In oordeel 2011-102 heeft het College wel geoordeeld over een zaak over het enkele feit en bijkomende omstandigheden in relatie tot burgerlijke staat. In dat oordeel is alleen vastgesteld wat niet als bijkomende omstandigheden kan worden opgevat.

Schrappen enkele feit constructieIn de praktijk blijkt de huidige formulering in de AWGB van de enkele feit constructie telkens misverstanden op te roepen. Daarom heeft het kabinet in 2010 een wetsvoorstel ingediend waarin de enkele feit constructie wordt geschrapt 'met behoud van grondrechten'. Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede Kamer worden behandeld. In het regeerakkoord Bruggen slaan is afgesproken om de zogenaamde enkele-feitconstructie in de AWGB te schrappen. In 2012 hebben enkele fracties in de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel opgesteld met als inzet de wijziging van enkele artikelen uit de AWGB. De bedoeling van het voorstel is om de mogelijkheid in te perken die instellingen op godsdienstige, levensbeschouwelijke of politiek grondslag (waaronder scholen) hebben om onderscheid te maken bij het aanstellen van personeel en bij de toelating van leerlingen. Het wetsvoorstel is in 2013 bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt.

Wat zegt de wet?

Nederlandse wetgevingDe belangrijkste regels ten aanzien van LHBT en solliciteren vinden we in de Algemene wet gelijke behandeling. Ten aanzien van enkele gronden zijn uitzonderingen opgenomen in de wet.

  • Artikel 5, eerste lid, sub a, b, c en d, AWGB: verbod bij werving en selectie en bemiddeling;
  • Artikel 5, tweede lid, sub a, b en c, AWGB: uitzonderingen voor bepaalde instellingen, enkele feit constructie.

Internationaal kaderRichtlijn 2000/78/EArtikel 2, eerste lid, artikel 2, tweede lid, onder a), artikel 2, tweede lid, onder b), en artikel 4, tweede lid, van Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.

De Europese Commissie heeft Nederland in 2008 er op gewezen dat in de wet de uitzonderingen voor instellingen op godsdienstige grondslag, waaronder de enkele feit constructie, te ruim zijn geformuleerd ten opzichte van Europese regelgeving. Het College heeft daarop aan de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties advies uitgebracht. Het College kan in de praktijk uit de voeten met de huidige wettelijke bepalingen en past deze strikt toe. De in de wet genoemde uitzonderingen zijn amper aan de orde geweest in zaken die aan het College zijn voorgelegd. Toch adviseerde het College de desbetreffende artikelen van de AWGB te herformuleren. Het heeft de voorkeur de uitzonderingen preciezer te laten aansluiten bij de Europese regelgeving.

Wat doet het College?

Het College belicht, beschermt, bewaakt en bevordert de mensenrechten in Nederland door advies, onderzoek, voorlichting en monitoring. Daarnaast brengt het College individuele oordelen uit over discriminatie in het onderwijs.Iedereen die zich op school gediscrimineerd voelt, kan het College om een oordeel vragen over de situatie: Is er nu wel of niet sprake van discriminatie? Alles over de procedure rondom het verzoek om een oordeel bij het College vindt u hier.