Actiepunten tegen institutioneel racisme

straatbeeld

Ieder jaar vindt de internationale dag tegen racisme plaats. Wereldwijd wordt stilgestaan bij de strijd tegen racisme en iedere vorm van discriminatie. In 2021 valt deze dag samen met de periode van de Tweede Kamerverkiezingen.

Vijf actiepunten voor het nieuwe kabinet

Het toekomstige kabinet heeft de belangrijke taak om zich te richten op het uitbannen van institutioneel racisme. Het College voor de Rechten van de Mens roept op om daadkrachtig op te treden. De volgende vijf acties zouden volgens het College genomen moeten worden:

College voor de Rechten van de Mens - Vijf actiepunten tegen institutioneel racisme

Vind je het ook hoog tijd voor deze actiepunten? Deel deze oproep per e-mail en via sociale media met je netwerk. Download hier de pdf.

#1 Wijs een nationaal coördinator discriminatiebestrijding aan

Benoem een coördinator binnen de rijksoverheid die zorgt voor samenhang in het beleid ter bestrijding van discriminatie en racisme op verschillende terreinen in de samenleving, en die binnen de overheid structuren en werkwijzen aanpakt die institutioneel racisme in de hand werken.

Het College benadrukt al langer de noodzaak voor een nationaal coördinator discriminatiebestrijding (NCD). In zijn jaarlijkse rapportage mensenrechten in Nederland 2019, met als thema ‘Veilig jezelf zijn in het openbaar’, pleitte het College voor een NCD om versnippering van het nationale antidiscriminatiebeleid en gaten in de (rechts)bescherming tegen discriminatie te adresseren. 

In een position paper over de bestrijding van discriminatie en racisme heeft het College uitgewerkt wat er nodig is voor deze coördinator om zijn rol effectief uit te kunnen voeren. De NCD zou bij moeten dragen de slagvaardigheid van de overheid in de strijd tegen discriminerend gedrag te vergroten. Deze coördinator zou:

  • Een ruim mandaat moeten hebben om beleidsinitiatieven te nemen en plannen op te stellen.
  • Onderdeel moeten zijn van de rijksoverheid, op hoog ambtelijk niveau. De NCD is dus geen toezichthouder, daarvoor zijn andere instanties waaronder de Nationale Ombudsman, de Autoriteit Persoonsgegevens en het College voor de Rechten van de Mens
  • Intern en extern moeten functioneren als aanspreekpunt voor het nationaal anti-discriminatiebeleid. Daaronder valt ook het fungeren als contactpunt voor organisaties vanuit bevolkingsgroepen die te maken hebben met discriminatie.
  • Een duidelijk omschreven mandaat moeten hebben om over voldoende middelen en personeel te beschikken.

#2 Versterk de rechtsbescherming tegen institutioneel racisme
Zoek naar aanvullende vormen van rechtsbescherming om institutioneel racisme beter aan te kunnen vechten. Structurele discriminerende praktijken en werkwijzen komen vaak onvoldoende in beeld in individuele zaken bij de (bestuurs)rechter.

Voor burgers is het moeilijk om institutionele discriminatie door overheidsinstanties aan te tonen, omdat die niet aan het licht komt in de tekst van een besluit. Bij de (bestuurs)rechter blijft de mogelijk discriminerende praktijk die achter een besluit schuil gaat daarom vaak buiten beeld. Er is behoefte aan aanvullende vormen van rechtsbescherming om dergelijke praktijken beter aan te kunnen vechten. Het College gaat onderzoek doen naar wat nodig is voor de rechtsbescherming tegen structurele discriminatie en institutioneel racisme.

#3 Zorg voor transparante uitoefening van controle en toezicht
Wees bij het uitoefenen van controle- en toezichtsbevoegdheden transparant over de manier van selecteren van burgers, ook als die selectie door een computersysteem wordt gemaakt. De afkomst of etnische kenmerken van een persoon mogen bij risicoprofielen nooit de bepalende factor zijn.

In een handreiking aan uitvoeringsinstanties zal het College verduidelijken waaraan het gebruik van risicoprofielen moet voldoen om de rechten van de mens te garanderen. Dit om structurele discriminerende praktijken en werkwijzen te voorkomen.

Hiermee hangt nauw samen de aandacht die uitgaat naar het verzekeren van de menselijke maat in besluiten van de overheid. Ook het College vindt dit van belang. Het betekent dat mensenrechten, en in het bijzonder menselijke waardigheid, het uitgangspunt moeten zijn bij het werk van de uitvoeringsorganisaties van de overheid. Hierdoor ontstaat ruimte om rekening te houden met individuele omstandigheden. Zo kan er bij het terugvorderen van toeslagen de impact op sociale en economische rechten meegewogen worden, zoals het recht op sociale zekerheid, huisvesting en werk.

Tegelijkertijd betekent ruimte voor individuele afwegingen, dat ambtenaren een nog belangrijkere rol krijgen zowel om in gesprek te treden met de burger als in het nemen van besluiten. Het waarborgen van een respectvolle benadering van de burger is nodig. Zo moet voorkomen worden dat ambtenaren bewust of onbewust burgers discrimineren doordat zij handelen op basis van vooroordelen. Dit probleem doet zich bijvoorbeeld voor bij de politie, waarbij etniciteit regelmatig een rol lijkt speelt in het besluit om iemand te controleren.

Trainingen aan overheidsfunctionarissen zullen nodig zijn om (onbedoelde) discriminatie in de uitvoering van hun werkzaamheden te voorkomen. Het College is in gesprek met de overheid over het geven van dergelijke trainingen. Naast de ambtenaren bij de Belastingdienst gaat het bijvoorbeeld om de UWV, Sociale Verzekeringsbank (SVB) en DUO. Het College bouwt daarbij voort op de ervaring die het heeft met het trainen van werkgevers over het voorkomen dat vooroordelen en stereotiepe denkbeelden over groepen de keuzes bij werving en selectie beïnvloeden. Vindt hier meer informatie over de training Selecteren zonder vooroordelen.

#4 Draag actief bij aan het ontmantelen van racisme
Voorkom het normaliseren van negatieve denkbeelden over mensen met een migratieachtergrond, door te zorgen dat de overheid negatieve stereotypering  en stigmatisering van gemarginaliseerde groepen tegengaat.

Negatieve beelden over mensen met een migratieachtergrond zijn een belangrijke oorzaak van discriminatie. De overheid moet voorkomen dat zij negatieve stereotypering in de hand werkt, en actief bijdragen aan het tegengaan van stigmatisering van bepaalde bevolkingsgroepen. Er zijn verschillende aandachtspunten:

  • Beperk de registratie en openbaring van etniciteit en nationaliteit
    Het is nodig om te bekijken of de registratie van etniciteit en nationaliteit strikt noodzakelijk is voor de taakuitvoering van overheidsinstanties, en of het vermelden van de etnische achtergrond van daders in criminaliteitsstatistieken niet onnodig stigmatiserend werkt.
  • Voorkom (verdere) normalisering van discriminatie en racisme
    Blijf voortdurend uitstralen dat iedereen een plek heeft in de samenleving. Het is de taak van bewindslieden en politici om zich uit te spreken tegen racisme, in het bijzonder wanneer ernstige discriminatie-incidenten zich hebben voorgedaan.
  • Zet bewustwordings- en kenniscampagnes voort
    De in gang gezette bewustwordingsactiviteiten tegen institutioneel racisme moeten worden voortgezet, onderzoek de effecten, en versterk of pas aan waar nodig. Ook het verstrekken van informatie over wat discriminerend gedrag is en waar burgers terechtkunnen met meldingen/klachten is van belang.

#5 Betrek het maatschappelijk middenveld bij oplossingen
Geef belangen- en minderheidsorganisaties een stem bij de ontwikkeling van beleid ter bestrijding van institutioneel racisme en implementeer breed gedragen oplossingen in de samenleving.

Participatie is een cruciaal onderdeel voor het beschermen van mensenrechten en het verzekeren van gelijke behandeling van iedereen. Het is van groot belang dat overheden daadwerkelijk luisteren naar de betrokkenen en dat besluiten met hen en niet voor hen worden genomen. Alleen dan komen alle potentiële gevolgen van institutioneel racisme in beeld, evenals de mogelijkheden voor effectieve oplossingen van problemen. Dit versterkt de legitimiteit van maatregelen, komt ten goede van de effectiviteit en respecteert bovendien de waardigheid van de betrokkenen.

Meer informatie