Etnisch profileren: nieuw beleid

Iedereen heeft vooroordelen, dat is menselijk. Maar als je ernaar handelt, kunnen vooroordelen leiden tot discriminerend gedrag. Dat zien we bijvoorbeeld bij sommige controles waaronder het stoppen van auto’s, waarbij (nog) geen sprake is van een overtreding. 

Agenten selecteren voor sommige controles iets vaker burgers die behoren tot groepen die ze op basis van hun intuïtie of ervaringskennis als ‘afwijkend’ of ‘verdacht’ bestempelen. Daarbij spelen stereotypen over specifieke groepen een grote rol, bijvoorbeeld bij de profielen ‘Marokkanen’ of ‘Antillianen’. Uit gezaghebbend recent onderzoek uit 2016 blijkt dat etnische minderheden relatief zijn oververtegenwoordigd in proactieve controles en dat daar niet altijd een objectieve rechtvaardiging is. Dan ligt het gevaar van ‘etnisch profileren’ op de loer. Daarvan is sprake als de selectie voor de controle uitsluitend of voornamelijk is gebaseerd op etnische afkomst en huidskleur.

De nationale politie erkent dat deze manier van controleren voorkomt. Zij noemt dat ontoelaatbaar en onprofessioneel, omdat politiewerk om onpartijdigheid en objectiviteit vraagt.

Vanaf december 2017 volgt de nationale politie daarom de definitie die de Raad van Europa van ‘etnisch profileren’ geeft. Op basis hiervan moet je als agent voortaan iedere aanhouding kunnen uitleggen aan de hand van individueel gedrag en objectieve criteria, dat wil zeggen los van persoonskenmerken als etniciteit en huidskleur. Dit nieuwe beleid is een belangrijke stap om - vaak onbewuste - discriminatie van burgers door agenten te voorkomen. Maar omdat het gaat om wat er in de praktijk met het nieuwe beleid gebeurt, is het belangrijk dat dit gemonitord en ook geëvalueerd wordt. Ook schrijft de politie voor dat agenten de burgers die ze staande houden respectvol moeten benaderen.



Wil je iets kwijt over dit onderwerp?