Functieprofiel - Ondervoorzitter Onderzoek & Advies

Het College

Het College voert de taken uit die bij de Wet College voor de Rechten van de Mens zijn opgedragen. Het College doet onderzoek, adviseert, geeft voorlichting en oordeelt in individuele gevallen over discriminatie. Dit instituut belicht, bevordert, bewaakt en beschermt de naleving van mensenrechten in Nederland. De missie is om bij te dragen aan een samenleving waar mensenrechten zijn gegarandeerd voor iedereen op Nederlands grondgebied, en om ervoor te zorgen dat mensen niet belemmerd worden door discriminatie en vooroordelen als zij zichzelf willen ontwikkelen. De collegeleden zijn verantwoordelijk voor de behandeling van de aan hen door de voorzitter van het College toegewezen onderwerpen en zaken. Met behoud van ieders ruimte en verantwoordelijkheid voor de persoonlijke taakvervulling is het College op basis van constructieve samenwerking eindverantwoordelijk voor de kwaliteit en de effectiviteit van de uitvoering van de wettelijke opdracht.

De Omgeving

De Paris Principles zijn een belangrijk richtsnoer voor de inrichting en werkwijze van het College. Structurele samenwerking met maatschappelijke organisaties en doelgroepen zijn daarin sleutelwoorden. Daarnaast is het College pluriform in samenstelling en gedachtegoed, in die zin dat er zoveel mogelijk spreiding is van maatschappelijke/culturele/levensbeschouwelijke/demografische/politieke achtergronden, deskundigheid en disciplines. Het College opereert onafhankelijk van internationale lichamen, overheden en maatschappelijke actoren. De autonomie neemt niet weg dat het College zijn taken uitvoert in nauwe verbondenheid met zijn omgeving. Het College staat open voor signalen van anderen. Het College is transparant in zijn prioriteitstellingen en wijze van opereren. Het College draagt bij aan de verbinding tussen het internationale en nationale mensenrechtensysteem. Het College wil effectief zijn in de uitoefening van zijn mandaat en richt zich op het behalen van resultaten. Het College heeft gezag als nationaal instituut voor de rechten van de mens.

Raad van Advies

De Raad van Advies adviseert het College elk jaar over het voorgenomen beleidsplan van het College en adviseert de minister van Veiligheid en Justitie over de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van het College. De maximaal 11 leden van de Raad van Advies zijn afkomstig van maatschappelijke organisaties die zich de bescherming van een of meer rechten van de mens aantrekken, van werkgevers- en werknemersorganisaties en uit kringen van de wetenschap (multidisciplinair), als ook de Nationale Ombudsman, de voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens en de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak.

Het organisatieprofiel van het College vindt zijn weerslag in het individuele optreden van de collegeleden. De kernwaarden van de organisatie, die de collegeleden onderschrijven en uitdragen, worden neergelegd in een organisatieprofiel. Het collegelid werkt binnen de beleidslijnen die het College gezamenlijk heeft vastgesteld. Het collegelid weet in te schatten wanneer afstemming noodzakelijk is om tot een gezamenlijk gedragen standpunt te komen. De voorzitter geeft leiding aan de werkzaamheden van de collegeleden. Ondervoorzitters voeren in mandaat taken van de voorzitter uit. Voorzitter en ondervoorzitters vormen een Dagelijks Bestuur, dat optreedt wanneer spoed is vereist. De besturing van de organisatie is vastgelegd in het besturingsmodel, waarin ook de rollen van het College en het bureau zijn onderscheiden.

Het College wordt ondersteund door het bureau dat geleid wordt door de directeur. Het bureau is belast met de beleidsvoorbereiding en de uitvoering van de taken van het College. Waar nodig werkt het collegelid nauw samen met medewerkers aan de opdracht die het College heeft. Zij respecteren daarbij elkaars competenties, professionele vrijheid en rollen.

De functie

Collegeleden kunnen een verschillend takenpakket hebben. Niet alle collegeleden behoeven deel te nemen aan het oordelenproces. Takenpakketten kunnen rouleren.

De taken zijn ondergebracht in de volgende hoofdbestanddelen van de functie:

  1. Werken aan een gezamenlijke strategie, visie en agenda.
  2. Inhoudelijk bijdragen aan effectieve onderzoeken, rapportages en adviezen.
  3. Invloed uitoefenen door middel van communicatie, contacten en optreden.
  4. Oordelende taak.

Het College zet mensenrechten in Nederland op verschillende politieke en maatschappelijke agenda’s. In dat kader onderzoekt, adviseert en oordeelt het College.

Om deze in de buitenwereld tot gelding te brengen treedt het College naar buiten, onderhoudt het contacten, vraagt aandacht voor en organiseert de opinievorming over de gekozen onderwerpen. De keuze van de onderwerpen volgt uit voortdurende strategische analyses en het gesprek dat daarover gevoerd wordt met de buitenwereld. Deze taakbeschrijving brengt tot uitdrukking dat het College resultaatgericht en in verbinding met anderen te werk gaat.

Ad 1: Werkt aan een gezamenlijke visie, strategie en agenda

  • Stelt zich voortdurend op de hoogte van maatschappelijke ontwikkelingen die het werk van het College kunnen raken.
  • Is aangehaakt bij (internationale) juridische, technologische en politiek-bestuurlijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de mensenrechtensituatie in Nederland.
  • Interpreteert eigen waarnemingen en signalen van buiten, vertaalt deze waar nodig in actie voor de organisatie.
  • Geeft mede richting aan de strategische doelstellingen van het College en de vertaling daarvan in activiteiten.
  • Draagt bij aan de inrichting, werkwijze en slagvaardige besluitvorming van het College.
  • Is aanwezig bij en speelt een actieve rol in consultaties over de strategie en de plannen van het College.
  • Verifieert of doelstellingen gehaald worden, stelt zo nodig bij. Hij/zij evalueert de gekozen aanpak en haalt daar verbeterpunten uit.

Ad 2: Draagt inhoudelijke bij aan effectieve onderzoeken, rapportages en adviezen

  • Specificeert doel en te bereiken effect en geeft kaders aan waarbinnen het werk plaatsvindt.
  • Laat resultaten van onderzoek uitmonden in te nemen acties van overheden en maatschappelijke partijen.
  • Bepaalt mede de onderwerpen die in rapportages aan de orde komen in het licht van de strategie van het College.
  • Draagt bij aan de observaties en conclusies van mensenrechtenrapportages en toetst deze bij externe partijen.
  • Signaleert kansen voor ongevraagde advisering en schept draagvlak voor adviestrajecten.
  • Draagt inhoudelijk bij aan adviezen, organiseert de inbreng van externe kennis en onderhoudt contacten over het adviestraject met belanghebbenden.
  • Leidt waar nodig het feitenonderzoek en hoorzittingen over de onderwerpen die aan hem of haar zijn toegewezen.
  • Bewaakt de kwaliteit van producten en stimuleert de medewerkers van het bureau bij de uitvoering van het werk.

Ad 3: Oefent invloed uit door middel van communicatie, contacten en optreden

  • Ziet kansen en benut mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de mensenrechtensituatie in Nederland, ook langs onconventionele wegen.
  • Treedt op in het openbaar en brengt daar de inzichten van het College over het voetlicht.
  • Brengt de onderwerpen uit het eigen werkgebied in de publiciteit in woord en geschrift, afgestemd met de organisatie en de voorzitter.
  • Geeft voorlichting over het werk van het College en brengt werkbezoeken aan relevante organisaties in binnen- en buitenland.
  • Onderhoudt contacten met strategische partners die de mensenrechten in Nederland mede kunnen bevorderen.
  • Ontwikkelt en onderhoudt een netwerk met uiteenlopende disciplines en organisaties, ziet en benut kansen voor samenwerking.
  • Houdt contact met en informeert zich bij (vertegenwoordigers van) degene wiens rechten geschonden (dreigen te) worden.
  • Gaat het gesprek aan met de instanties die verantwoordelijk zijn voor de bescherming en promotie van mensenrechten.

Ad 4: Oordelende taak

Behandelt enkelvoudig of collegiaal verzoeken om een oordeel, houdt zittingen en geeft een weloverwogen, goed gemotiveerd oordeel.

  • Geeft in dit proces functioneel leiding aan juridische adviseurs.

NB: Voor collegeleden belast met oordelen gelden aanvullende eisen op het gebied van gelijkebehandelingsrecht en rechterlijke vaardigheden.

Externe blik en contacten

Van het collegelid wordt een actieve en open houding gevraagd bij het aangaan en onderhouden van externe contacten. Vaak zal het initiatief, de setting en de agenda voor het contact van het collegelid uitgaan.

Het collegelid streeft naar een balans tussen het uitdragen van de visie van het College en het luisteren naar en waarderen van de inbreng van anderen. Ook waar het College in zijn onafhankelijke rol eigen keuzes maakt, moet het collegelid verbinding houden met uiteenlopende partijen, die vaak een uitgesproken opvatting hebben. Het collegelid kent de ratio van de gemaakte keuzes en weet deze over te brengen op anderen.

Het collegelid legt in zijn contacten een goed gevoel voor verhoudingen aan de dag. Hij of zij is bekend met de positie en de context van de gesprekspartner en handelt daar naar. Zowel naar gezagsdragers als naar maatschappelijke groeperingen en individuele personen handelt het collegelid situationeel passend.

Het collegelid zal ook in grotere verbanden overtuigend het woord kunnen voeren en verbinding kunnen houden met de aanwezigen. Hij of zij is in staat om te gaan met de organisatiepolitieke aspecten van dergelijke contacten.

In algemene zin kan het gaan om de volgende partijen:

  • Vertegenwoordigers van belangenorganisaties en individuen wier rechten in het geding zijn.
  • Vertegenwoordigers van internationale (verdrags)organisaties, waarbij het optreden in formele setting veelal voorbehouden is aan de voorzitter of ondervoorzitter.
  • Collegeleden en leidinggevenden van mensenrechten- en kennisinstituten in binnen- en buitenland.
  • Andere toezichthouders over afstemming van werkzaamheden en inhoudelijke zaken.
  • Bewindslieden en beleidsbepalende ambtenaren, vertegenwoordigers van hoge colleges van Staat en andere overheidsinstanties, voor zover niet behartigd door de voorzitter of ondervoorzitter.
  • Parlementsleden en vertegenwoordigers van politieke partijen.
  • Toonaangevende personen uit de wetenschap, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld.
  • Media.

De ondervoorzitter vervult - naast en in aansluiting op de taken als collegelid - in een bestuurlijke rol specifieke taken.

De ondervoorzitter Frontoffice & Oordelen doet dit ten aanzien van het oordelenproces, de ondervoorzitter Onderzoek & Advies doet dit met betrekking tot de beleidsprocessen van het College.

Voor beide ondervoorzitters geldt:

  • De ondervoorzitter levert een bijdrage aan de strategische beleidsvorming en positionering van het College door inhoudelijk en strategisch input te leveren voor het proces van gezamenlijke visievormingen/besluitvorming door het College.
  • De ondervoorzitter heeft een aandeel in de bewaking van de eenheid van beleid en bewaking van de kaders die het College heeft gesteld. Daarvoor is hij/zij eerste aanspreekpunt voor het afdelingshoofd en zorgt in collegiale samenwerking met deze zowel proactief als reactief voor:
  1. invulling van de gemandateerde opdrachtgeversrol waar deze niet door een ander collegelid als bestuurlijk opdrachtgever wordt vervuld;
  2. terugkoppeling naar en eventuele nadere kaderstelling door het College;
  3. coördinatie binnen de samenwerking van collegeleden onderling en met het ondersteunende bureau;
  4. een inhoudelijke bijdrage aan het jaarplan.
  • De ondervoorzitter heeft zitting in het dagelijks bestuur (DB) van het College:
  1. neemt samen met voorzitter en de andere ondervoorzitter beslissingen die geen uitstel verdragen of naar hun aard geen beslissing door het College als geheel behoeven;
  2. draagt bij aan noodzakelijke prioritering bij acute capaciteits- en planningsvragen, waarin meerdere collegeleden betrokken zijn;
  3. is mede verantwoordelijk voor terugkoppeling van werkzaamheden en besluitvorming door het DB aan het College.
  • De ondervoorzitter voert vanuit zijn/haar specifieke verantwoordelijkheid in mandaat een aantal taken van de voorzitter uit en vervangt zo nodig de voorzitter.
  • De ondervoorzitter draagt bij aan ontwikkeling en balancering van het gekozen bestuursmodel door de afgesproken lijnen te bewaken en te volgen en knelpunten te signaleren.
  • De ondervoorzitter neemt in relatie tot de eigen taakvervulling een prominent aandeel in de externe vertegenwoordiging van het College:
  1. door in overleg met de voorzitter een aandeel in de aanwezigheid in de media te nemen;
  2. door het College op strategisch niveau extern te vertegenwoordigen.

Speelruimte

Door zijn onafhankelijke positie heeft het College een grote ruimte om binnen de kaders van de wet zijn thema's en aanpak zelf te kiezen. De collegeleden participeren in deze gezamenlijke keuzes door hun inbreng in de collegevergaderingen en bij de voorbereiding van onderwerpen.

Het collegelid beslist mede over de strategie van de organisatie en stelt samen met anderen de kaders vast voor het werk. Dit komt tot uiting in het vaststellen van het meerjarenplan en het jaarplan met hun begroting. Ook beslist het collegelid samen met anderen over het bestuursreglement en andere interne regels.

Wat betreft eigen werkzaamheden beslist het collegelid binnen de kaders van het Collegebeleid zelfstandig over dossiers en onderwerpen die hem of haar zijn toevertrouwd en stuurt medewerkers aan op de inhoud.

Collegeleden die belast zijn met de oordelende taak beslissen in de aan hen voorgelegde zaken zonder last of ruggespraak. Zij handelen individueel of als raadkamer zaken af en slaan daarbij acht op de oordelenlijn van het College, alsook de bredere maatschappelijke en juridische context, waarbinnen het oordeel gegeven wordt.

Beheersmatig is het College in beginsel gebonden aan de regelgeving binnen de rijksoverheid.

De ondervoorzitter is verantwoording verschuldigd aan de voorzitter van het College voor de uitvoering van de gemandateerde taken en aan het College voor de werkzaamheden in de rol van gemandateerd opdrachtgever.

De ondervoorzitter oefent zijn taken uit met inachtneming van de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de leidinggevenden van de afdeling Frontoffice & Oordelen c.q. de afdeling Onderzoek & Advies en de directeur.

Een meer gespecificeerde taakverdeling tussen voorzitter en ondervoorzitters wordt tussen hen vastgesteld en in de organisatie bekend gemaakt.

Kennis en ervaring

Het College ontleent zijn gezag aan eigen deskundigheid en aan het vermogen om kennis van anderen aan te boren en in te zetten voor het bereiken van het doel. Naast de hier genoemde algemene kennisdomeinen kan bij een openvallende plaats ook gekeken worden naar kennis van een meer specifieke aard.

  • Kennis van ten minste een deel van de mensenrechten en de (internationale) toezichtmechanismen.
  • Kennis van de doorwerking van mensenrechten in beleid en wetgeving van de overheid.
  • Kunnen toepassen van mensenrechtelijke kaders op specifieke casuïstiek.
  • Inzicht in sociaal-maatschappelijke en politiek-bestuurlijke aangelegenheden en ontwikkelingen.
  • Kennis van de werking van de overheid en van de rol van het bestuur, adviesorganen volksvertegenwoordiging, en ambtelijke ondersteuning daarbinnen
  • Ervaring met het omgaan met tegengestelde belangen en het voeren van richtinggevende gesprekken daarover met belangendragers.
  • Signalen uit de buitenwereld kunnen opvangen, duiden en omzetten in activiteiten.
  • Kennis van en ervaring met beleidsbeïnvloeding op hoog niveau.
  • In staat om inhoudelijk richting te geven aan onderzoeks- en adviestrajecten en de resultaten daarvan gericht in te zetten in de buitenwereld.
  • Kennis van het bevorderen van mensenrechteneducatie.
  • Risico’s kunnen inschatten en kunnen nemen waar dat nodig is.

Competenties

Bij de keuze van competenties is gekeken naar het profiel van de organisatie en individueel gedrag en eigenschappen, die nodig zijn om resultaten te behalen als collegelid. Deze worden naar de kern als volgt weergegeven:

  • Onafhankelijke oordeelsvorming
  • Objectieve oordeelsvorming
  • Onafhankelijk kunnen handelen
  • Standpunten kunnen innemen
  • Moed; rechte rug houden bij weerstand
  • Overtuigend, bevlogen en inspirerend vanuit deskundigheid
  • Gezaghebbend en gezaguitstralend
  • Integriteit

Aan de hand van deze resultaatsgebieden zijn de volgende competenties bepaald. De termen zijn ontleend aan algemene begrippen van competenties als gebruikelijk binnen de Rijksoverheid.

Onafhankelijk

Onderneemt acties die meer gebaseerd zijn op eigen overtuigingen dan op een verlangen om anderen een plezier te doen. Vaart een eigen koers.

Omgevingsbewustzijn, nader toegespitst als Bestuurssensitiviteit*

Toont zich bewust van andere mensen en hun omgeving, alsmede de eigen invloed hierop. Laat zien de gevoelens en behoeften van anderen te onderkennen.

*hiermee wordt bedoeld: anticipeert op en onderkent de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op het vigerend beleid en de positie van het College.

Netwerkvaardigheden

Ontwikkelt en bestendigt relaties, allianties en coalities buiten de eigen organisatie en benut deze voor het verkrijgen van informatie, steun en medewerking.

Overtuigingskracht

Verkrijgt instemming met bepaalde plannen, ideeën of producten waarvoor bij de ander in eerste instantie geen draagvlak is.

Visie

Neemt afstand van de dagelijkse praktijk; concentreert zich op de hoofdlijnen en het lange termijnbeleid.

Individugericht leiderschap

Geeft richting en sturing aan een medewerker in het kader van diens taakvervulling.

Oordeelsvorming

Weegt (nieuwe) gegevens en mogelijke handelwijzen tegen elkaar af in het licht van relevante criteria, en komt tot een realistische beoordeling.

Besluitvaardigheid

Neemt beslissingen door middel van het ondernemen van acties, of legt zich vast door middel van het uitspreken van meningen.

Profiel

De ondervoorzitter beschikt over brede kennis van mensenrechten en gelijke behandeling, zodat in beide afdelingen mensenrechten en gelijke behandeling integraal gewaarborgd zijn en de wettelijke opdracht van het College steeds vanuit het meest geijkte instrument vorm krijgt. Daarbij gelden de volgende accenten:

De ondervoorzitter Onderzoek & Advies fungeert als bestuurlijk opdrachtgever voor de Jaarlijkse Rapportage aan de regering.

De ondervoorzitter Onderzoek & Advies:

  • heeft relevante ervaring met kwantitatief en kwalitatief empirisch sociaal wetenschappelijk onderzoek;
  • weet hoe te bevragen en opbrengsten van onderzoek te duiden;
  • heeft inhoudelijk gedegen en up to date kennis van de mensenrechtensituatie in Nederland en weet in concrete gevallen de relevante mensenrechtelijke aspecten helder te benoemen;
  • is aantoonbaar ingevoerd in de politiek-bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen;
  • heeft gevoel voor communicatie en ervaring met publiciteit en optreden in de media.

Beide ondervoorzitters beschikken over de volgende competenties en vaardigheden:

  • visie;
  • kennis van recente maatschappelijke en politieke ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein;
  • vaardig in het motiveren van mensen tot resultaatgericht en effectief werken, ook buiten de hiërarchische verhoudingen om;
  • weet te verbinden en te inspireren;
  • gevoel voor impact van handelen van het College en eigen handelen zowel binnen als buiten de organisatie;
  • omgevingsbewustzijn;
  • vaardig in het omzetten van externe ontwikkelingen naar handelingen van het College;
  • externe gerichtheid waaronder ten behoeve van de effectiviteit van het College herkenbaar aansluiting weten te vinden bij belangen en drijfveren van maatschappelijke partijen en betrokken mensen;
  • schakelt moeiteloos tussen het individu en zijn belangen en bestuurlijke gremia, (vertegenwoordigers van) overheids- en belangenorganisaties, maatschappelijke groeperingen en sociale partners;
  • kan in besluit- en oordeelsvorming omgaan met omvangrijke politieke, maatschappelijke en/of financieel-economische belangen;
  • presenteert zich - ook in de media - helder en aansprekend;
  • vaardig in het formuleren van adviezen en/of oordelen geënt op het te verwezenlijken doel;
  • vaardig in het voorzitten van diverse overlegvormen;
  • goede schriftelijke en mondelinge beheersing van het Engels.

Arbeidsvoorwaarden

Voor de functie Ondervoorzitter Onderzoek & Advies geldt een invulling van 0,8 fte. De functie van Ondervoorzitter Onderzoek & Advies is ingeschaald in schaal 16. De benoeming van Ondervoorzitter Onderzoek & Advies geschiedt voor een tijdvak van ten hoogste 6 jaar, met een eventuele mogelijkheid van herbenoeming voor de duur van maximaal 3 jaar.

Procedure

De search, werving en voorselectie voor deze functie wordt verricht door PublicSpirit. De vacature is opengesteld op vrijdag 11 november 2016. U kunt reageren tot uiterlijk vrijdag 3 december 2016. Na deze datum wordt uw sollicitatie in reserve genomen. De procedure bevat de volgende processtappen:

  • een voorgesprek met de consultant van PublicSpirit in de weken 49, 50 en 51;
  • presentatie geselecteerde kandidaten aan het College: 12 januari 2017;
  • eerste ronde selectiegesprekken bij het College met twee selectieadviescommissies, elk bestaande uit een vertegenwoordiging vanuit het College, de Raad van Advies en het Bureau: 19, 20 of 25 januari 2017;
  • eventueel volgt een tweede ronde selectiegesprekken bij het College met één selectieadviescommissie, bestaande uit een afvaardiging van de eerdere selectieadviescommissies: 27 januari 2017;
  • een assessment kan deel uitmaken van de procedure;
  • een referentieonderzoek maakt deel uit van de procedure;
  • een antecedenten- of integriteitsonderzoek kan deel uitmaken van de procedure;
  • een gespreksronde met de OR, in de 4e week februari 2017;
  • de voordracht aan de Minister van Veiligheid en Justitie: per functie een meervoudig benoemingsadvies van de Raad van Advies;
  • benoeming van de kandidaat in de functie bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie;
  • een arbeidsvoorwaardengesprek met Voorzitter College en adviseur P&O.

Meer informatie

PublicSpirit kan u meer informatie verschaffen over de functie. Voor inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met Gert-Jan Jongkind. Heeft u vragen over de sollicitatieprocedure, dan kunt u terecht bij zijn assistente Marianne Pinke. Beiden zijn bereikbaar via telefoonnummer 033 - 445 9050. Mocht u na het lezen van dit uitgebreide functieprofiel zelf geen interesse hebben in deze functie maar wel iemand uit uw netwerk kennen die wellicht belangstelling heeft, dan bent u uiteraard vrij om dit profiel aan hem/haar ter beschikking te stellen.

Solliciteren

Uw sollicitatie kunt u indienen via onze website (www.publicspirit.nl). Vanuit de vacature op de website kunt u solliciteren via de direct solliciteren button. U kunt hier een motivatiebrief en een cv indienen. Indien uw sollicitatie correct door ons is ontvangen, krijgt u een automatisch gegenereerde ontvangstbevestiging. U wordt door ons geïnformeerd over het verloop van uw sollicitatie.



Wil je iets kwijt over dit onderwerp?