College roept gemeenten en woningcorporaties op om na te denken over een oplossing voor de problematiek die ontstaat bij overname van huurwoonwagens

9 april 2021 - Laatste update 9 april 2021

Woonwagenbewoners die ervoor kiezen om hun huurwoonwagen in eigendom over te nemen van de gemeente of woningcorporatie kunnen in ingewikkelde situaties terecht komen. Hier is sprake van als zij om financiële of andere redenen niet in staat zijn om het onderhoud aan de woonwagen goed te laten verrichten. Zo blijkt uit een zaak die een vrouw bij het College indiende. Het College roept gemeenten en woningcorporaties op om na te denken over mogelijke oplossingen.

Wat is er aan de hand?

Een woonwagenbewoonster stapte naar het College met een klacht over discriminatie op grond van ras (afkomst) door Stichting Woonconcept (oordeel 2021-32). De woonwagen van de vrouw is van hout en heeft een levensduur van maximaal 30 jaar. De vrouw had geen geld om de woonwagen te onderhouden, waardoor haar woonwagen onbewoonbaar is geworden. De vrouw vroeg Stichting Woonconcept om haar een nieuwe woonwagen te verhuren. De stichting weigerde dit, omdat de vrouw als eigenaar van de woonwagen zelf verantwoordelijk werd geacht voor het onderhoud aan haar woonwagen.

Oordeel College

Het College oordeelde eerder dat het niet realiseren van dergelijke specifieke woonwensen, niet leidt tot discriminatie op grond van ras (oordeel 2020-112). Daar komt bij dat de stichting in deze zaak niet kan worden verplicht om een huurwoonwagen ter beschikking te stellen aan de vrouw, omdat zij geen woonwagen huurt van de stichting. In deze zaak heeft het College ook niet kunnen vaststellen dat de vrouw nadeliger is behandeld dan personen die wonen in een (onbewoonbaar geraakte) koopwoning en die in aanmerking te willen komen voor een huurwoning. Toch brengt deze zaak aan het licht dat er ingewikkelde situaties kunnen ontstaan als woonwagenbewoners hun huurwoonwagen in eigendom overnemen van een gemeente of woningcorporatie en die woonwaanwagens op termijn niet meer bewoonbaar zijn.

Mensenrechten en woonwagencultuur

Mensenrechten verplichten de overheid ertoe de woonwagencultuur te beschermen. Deze verplichtingen houden in dat de overheid het ‘leven in de woonwagencultuur’ mogelijk moet maken en waar nodig actief moet faciliteren. Het wonen in en rond een woonwagen is namelijk een integraal onderdeel van de traditionele leefwijze en cultuur van woonwagenbewoners. Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wordt deze beschermd door het recht op privé- en gezinsleven.

Oplossing ligt bij gemeenten en woningcorporaties

Houten woonwagens bereiken, ook bij voldoende onderhoud, na verloop van tijd een  maximale levensduur en moeten dan vervangen worden. Normaliter zou in de praktijk de eigenaar van een woonwagen voldoende financiële middelen moeten opbouwen om de woonwagen te vervangen. Voor woonwagenbewoners die geen eigen inkomen hebben en afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering is dit echter niet mogelijk. Onder meer omdat de voorwaarden voor een dergelijke uitkering het niet toelaten om een substantieel bedrag te sparen dat nodig is om een nieuwe woonwagen te kunnen kopen. Het College vindt daarom dat zowel gemeenten als woningcorporaties moeten nadenken over de mogelijkheden om in dit soort gevallen een oplossing te bieden aan woonwagenbewoners die in deze situatie verkeren. Ook dienen zij huurders bij het aanbod om woonwagens in eigendom over te dragen op dit risico te wijzen.

Meld discriminatie

Ben je gediscrimineerd of heb je een vraag over mensenrechten? Wil je weten of je met je klacht bij ons terecht kunt of wil je eerst weten of er nog andere oplossingen zijn? Je kunt telefonisch of per mail contact met ons opnemen.

Onderwerpen

Woonwagenbewoners