College vraagt een hogere plaats op de agenda voor economische, sociale en culturele rechten

29 mei 2017 - Laatste update 29 mei 2017

Economische, sociale en culturele rechten zouden een belangrijkere rol moeten spelen in Nederland. Dat is een van de boodschappen van het College voor de Rechten van de Mens in Genève vandaag. Maandag 29 mei presenteert collegelid Nicola Jägers het rapport van het College over de naleving van het Internationale Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) in Nederland. Deze rechten bieden belangrijke garanties, zoals het recht op arbeid, sociale zekerheid, huisvesting, onderwijs en een behoorlijke levensstandaard.

College vraagt een hogere plaats op de agenda voor economische, sociale en culturele rechten

Wat is de aanleiding?

Het Comité inzake economische, sociale en culturele rechten (CESCR) is een comité met achttien onafhankelijke deskundigen uit de hele wereld dat toezicht houdt op de naleving van het IVESCR. Het doet dat aan de hand van een rapportageprocedure. Landen die partij zijn bij het IVESCR moeten elke vijf jaar een rapport indienen. De Nederlandse regering heeft in februari 2016 haar zesde rapportage ingeleverd. Het Comité bespreekt deze rapportage op 1 en 2 juni 2017 in een zogeheten constructieve dialoog. Comitéleden stellen dan vragen aan vertegenwoordigers van de regering. Zij moeten deze tijdens de zitting beantwoorden. De uitkomst van de dialoog is een slotcommentaar. Daarin benoemt het Comité wat het goed vindt gaan in Nederland, en waar verbetering nodig is. Het Comité neemt het slotcommentaar aan op 16 juni.

Mensenrechteninstituten en niet-gouvernementele organisaties mogen hun eigen rapporten aanleveren die het CESCR gebruikt bij de voorbereiding van de dialoog met de regering. Deze rapporten zijn een belangrijke bron van aanvullende informatie. Omdat het College het Nationale Mensenrechteninstituut van Nederland is, met A-status, heeft het een bijzondere status bij dit soort bijeenkomsten in de Verenigde Naties. Naast het College leverde ook het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten input voor de zitting, namens een grote groep mensenrechtenorganisaties.

Hoofdpunten van het rapport van het College

Het IVESCR speelt nog een te kleine rol Voor een betere naleving van economische, sociale en culturele rechten in Nederland is het nodig dat deze rechten meer aandacht krijgen bij het tot stand komen van nieuwe wetten en regels. Bijvoorbeeld, bij de decentralisaties hebben gemeenten veel taken gekregen op het terrein van zorg en ondersteuning. Dat gaat over mensenrechten, zoals het recht op gezondheid en het recht op huisvesting, van mensen in kwetsbare situaties. Toch is in de Memorie van Toelichting bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en in de discussies in het Parlement niets terug te vinden over de vraag of de nieuwe regels wel voldoen aan de rechten die in het IVESCR zijn gegarandeerd. Op verschillende plaatsen in zijn rapport wijst het College op de verantwoordelijkheden van gemeenten. In de uitvoering van hun taken moeten zij voldoen aan de normen uit het IVESCR. Een ander belangrijk punt in het rapport van het College is dat het in Nederland moeilijk is voor de rechter een beroep te doen op de rechten uit het IVESCR. De rechter komt vaak tot de conclusie dat het niet mogelijk is nationale regels en praktijk aan deze rechten te toetsen, omdat ze geen rechtstreekse werking hebben. De motivatie van de rechter is dat er beleid van de overheid nodig is om deze internationaal gegarandeerde rechten uit te voeren. Om dit te veranderen is het nodig dat economische, sociale en culturele rechten meer bekendheid krijgen. Dat geldt voor ambtenaren die wetten en andere regels en beleid maken en uitvoeren. Dat geldt voor de centrale en de lokale overheid. Ook bij de juridische beroepsgroepen, zoals de advocatuur en de rechterlijke macht, is meer bekendheid nodig over deze rechten.

Caribisch NederlandEen tweede belangrijk punt is dat er te veel verschillen zijn in de uitvoering van het IVESCR in Caribisch Nederland, in vergelijking met Europees Nederland. Als er verschillen bestaan, moeten die goed zijn gemotiveerd. Dat is niet altijd het geval.

Recht op arbeidOndanks diverse maatregelen en een toenemend opleidingsniveau van mensen met een migratieachtergrond is hun achterstand op de arbeidsmarkt nog steeds groot. Meer inzet is nodig om discriminatie te voorkomen en te bestrijden. De overheid zou ook beter moeten onderzoeken wat de effecten zijn van de maatregelen, en waar nodig het beleid bijstellen.

Verschillende onderzoeken van het College laten zien hoe hardnekkig het probleem van zwangerschapsdiscriminatie is. Het is goed dat er nu een nationaal actieplan is om dit tegen te gaan. Maar in dit plan ontbreken concrete maatregelen om de bereidheid van vrouwen om discriminatie te melden te vergroten. Ook is niet goed geregeld wat de overheid gaat doen om ervoor te zorgen dat werkgevers de stappen gaan zetten om discriminatie wegens zwangerschap te voorkomen en tegen te gaan.

De positie van mensen met een beperking op de arbeidsmarkt verdient eveneens dringend de aandacht. De wetten die ervoor zijn bedoeld om hun positie te verbeteren hebben onvoldoende effect. Een van de structurele problemen met de Participatiewet is dat deze wet alleen van toepassing is op mensen die in het doelgroepenregister staan. Alleen dan kunnen werkgevers aanspraak maken op subsidie. Dat zorgt dus voor ongelijkheid tussen verschillende mensen met een beperking: wie niet in het doelgroepenregister staat, heeft minder kansen op toetreding tot de arbeidsmarkt.

Recht op onderwijsOnder dit hoofdstuk behandelt het College verschillende punten, zoals gelijke kansen in het onderwijs. Er is verder aandacht voor de problemen die kinderen met een beperking of een chronische ziekte hebben om op een gewone school onderwijs te kunnen volgen. Voor veel van hen is dat niet mogelijk, omdat scholen aangeven niet in staat te zijn de benodigde aanpassingen te doen. Er zijn inmiddels maatregelen om het aantal thuiszitters terug te dringen. Maar het is ook nodig dat er meer duidelijkheid komt over de normen voor toegankelijk onderwijs waar scholen aan moeten voldoen.

Recht op een behoorlijke levensstandaardIn mei 2017 heeft het College zijn jaarlijkse rapportage gepubliceerd over armoede, sociale uitsluiting en mensenrechten. Daarin gaat het uitgebreid in op de relatie tussen armoede en gezondheid, onderwijs, arbeid en huisvesting. Het College brengt de belangrijkste aanbeveling onder de aandacht van het Comité. Die luidt dat er een alomvattend beleid nodig is om armoede te bestrijden, met daarbij een centrale plaats voor mensenrechten. Onder dit thema is aandacht voor armoede in Caribisch Nederland. Daar zijn maatregelen nodig om de levensstandaard te verbeteren, vooral van kwetsbare en gemarginaliseerde groepen.

Meer informatie

Rapport van het College voor de zitting (mei 2017)

Rapport van het College voor de voorbereidende werkgroep (oktober 2016)

Meer informatie over de zitting vindt u op de website van de VN. Daar vindt u onder meer de rapportage van de Nederlandse regering, en de rapporten van de niet-gouvernementele organisaties.

De zitting wordt rechtsreeks uitgezonden via http://webtv.un.org/live-now/watch/61st-session-committee-on-economic-social-and-cultural-rights/5020523800001

Vanmiddag om 15:00 begint de bijeenkomst waarin Nicola Jägers het rapport van het College presenteert. Donderdag van 15:00 – 18:00 en vrijdag van 10:00 – 13:00 uur is de dialoog tussen het Comité en de regering.