EHRM oordeelt over recht op gezinsleven

14 oktober 2014 - Laatste update 27 januari 2016

Op 3 oktober oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat Nederland het recht op gezinsleven van een Surinaamse vrouw heeft geschonden. De vrouw kreeg geen verblijfsvergunning om in Nederland bij haar Nederlandse echtgenoot en haar drie Nederlandse kinderen te blijven. Zij moest als enige lid van het gezin Nederland verlaten nadat zij er 16 jaar had gewoond. Het Hof oordeelde dat Nederland de belangen van de vrouw om bij haar gezin te blijven niet goed had afgewogen tegen de belangen van de staat om haar naar Suriname terug te sturen. In de beslissing besteedde Nederland ook te weinig aandacht aan het belang van de drie kinderen.

EHRM oordeelt over recht op gezinsleven

Eerder concludeerde ook het College dat Nederland de aanvragen van mensen om in Nederland bij hun gezin te verblijven te streng beoordeelt. In het onderzoek van het College ging het niet om de beslissing om een gezinslid terug te sturen naar het land van herkomst, maar om de beslissing een gezinslid toe te laten tot Nederland. Ook in die beslissing weegt Nederland niet alle belangen van het gezin mee en wordt er te weinig aandacht besteed aan de belangen van de kinderen.