Kinderrechten in Nederland: deze vragen stelt het VN-kinderrechtencomité aan Nederland

29 oktober 2019 - Laatste update 7 augustus 2020

Het VN-Kinderrechtencomité heeft vragen aan Nederland gesteld over hoe Nederland de rechten van kinderen beschermt en uitvoering geeft aan het VN-Kinderrechtenverdrag. Deze zogeheten ‘List of issues prior to reporting’ krijgt Nederland in het kader van het periodieke onderzoek naar de naleving van het verdrag in Nederland.

De vragen die het Kinderrechtencomité stelt zijn onder meer gebaseerd op informatie die het Comité heeft gekregen van het College voor de Rechten van de Mens en andere Nederlandse organisaties, zoals het Kinderrechtencollectief, de Kinderombudsman, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen en de Nationale Jeugdraad.

Informatie van het College aan het VN-Kinderrechtencomité

Het College heeft het Kinderrechtencomité eerder in 2019 laten weten dat het met de meeste kinderen in Nederland weliswaar goed gaat, maar dat er ook kinderen zijn van wie de rechten in de knel komen (Hoe staat het met kinderrechten in Nederland? Het College rapporteert). Zo heeft het College aandacht gevraagd voor staatloze kinderen, het recht op gelijke toegang tot onderwijs, kinderen die in armoede opgroeien en kinderen die vanwege hun seksuele geaardheid op school te maken hebben met pesten en discriminatie.

Wat vraagt het VN-Kinderrechtencomité

Het Comité stelt veel vragen aan Nederland. Zo vraagt het informatie over de middelen die de regering beschikbaar stelt om de naleving van het Kinderrechtenverdrag te bevorderen, ook voor gemeenten en kinderrechtenorganisaties. Ook wil het Comité weten wat de regering doet om de bewustwording over het Kinderrechtenverdrag te vergroten. Het vraagt wat Nederland doet om discriminatie tegen te gaan van kinderen vanwege hun afkomst, handicap of chronische ziekte of hun seksuele geaardheid.

Een ander punt dat aan bod komt is de situatie van staatloze kinderen. Het Comité vraagt informatie over de wettelijke bescherming van deze kinderen en de mogelijkheden voor toegang tot onderwijs en zorg. Ook vraagt het Comité de regering hoe zij garandeert dat alle kinderen met een beperking toegang krijgen tot inclusief onderwijs. Verder wil het Comité uitleg over de gevolgen van armoede voor de ontwikkeling van kinderen, de bescherming van kinderrechten in Caribisch Nederland en de toegang tot en kwaliteit van jeugdzorg.

Hoe verloopt de procedure verder?

De Nederlandse regering heeft een jaar de tijd gekregen om de vragen te schriftelijk te beantwoorden. Ze doet dat in een rapport voor het VN-Kinderrechtencomité. Daarna mogen het College voor de Rechten van de Mensen en andere organisaties daarop reageren en weer informatie aanleveren bij het Comité. Vervolgens bespreekt het Comité het rapport van de regering. Dat gebeurt tijdens een zitting waarin het vragen stelt aan vertegenwoordigers van de regering. Op basis van het rapport en de dialoog met de regering formuleert het Comité dan zijn slotcommentaar. Daarin besteedt het aandacht aan de zorgpunten en doet het aanbevelingen aan Nederland.

Verder lezen