Nederland moet betere bescherming bieden aan kinderen zonder nationaliteit

6 januari 2021 - Laatste update 7 januari 2021

Op 29 december 2020 oordeelde het VN Mensenrechtencomité dat Nederland de rechten van een kind heeft geschonden en diens rechten onvoldoende heeft beschermd door het met ‘nationaliteit onbekend’ te registreren. Nu het kind geen enkele nationaliteit heeft, én niet als staatloze is erkend, zijn diens rechten onvoldoende beschermd.

De zaak, aangespannen door verschillende mensenrechtenorganisaties, gaat over Denny Zhao, geboren in Utrecht in 2010. Zijn moeder is in China geboren, maar is nooit ingeschreven bij de Chinese burgerlijke stand. Zij is als slachtoffer van mensenhandel in Nederland gekomen. Omdat zij geen bewijs kon overleggen van haar eigen identiteit en nationaliteit, is haar zoon in Utrecht ingeschreven met ‘nationaliteit onbekend’. Mensen zonder nationaliteit kunnen niet alle mensenrechten uitoefenen. Om daartegen bescherming te bieden, kunnen mensen die staatloos zijn, aanspraak maken op een aantal rechten. Het probleem in dit geval – dat niet op zichzelf staat – is dat niet is vastgesteld dat Denny staatloos is. Daarvoor ontbreekt in Nederland een wettelijke regeling. Mensenrechten garanderen kinderen het recht om bij geboorte een nationaliteit te krijgen. Denny heeft de Nederlandse nationaliteit aangevraagd, zijn verzoek is afgewezen. Het is voor hem onmogelijk de nationaliteit van een ander land aan te vragen. Het gevolg is dat Denny Zhao geen enkele nationaliteit heeft en geen erkende staatloze is.

Bescherming van de rechten van het kind

Artikel 24 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) bepaalt dat kinderen het recht op bescherming hebben en dat elk kind het recht heeft een nationaliteit te verwerven. Het Mensenrechtencomité neemt in zijn overwegingen het Kinderrechtenverdrag mee. Ook kijkt het naar Richtlijn No. 4 over staatloosheid van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen over het recht van kinderen een nationaliteit te verkrijgen.

Zowel het Mensenrechtenrechtencomité als het Kinderrechtencomité hebben Nederland in de rapportageprocedure al eerder op de vingers getikt voor deze tekortschietende bescherming van de rechten van kinderen. Het is nu de eerste keer dat er een uitspraak in een individuele zaak is gedaan. Door alle feiten, regels en procedures op een rij te zetten, komen de tekortkomingen duidelijk over het voetlicht. Het Mensenrechtencomité concludeert dat artikel 24, derde lid, is geschonden, omdat het voor Denny onmogelijk was een nationaliteit te verkrijgen. Omdat ook alle procedures die namens hem zijn gevoerd niet tot een oplossing hebben geleid, concludeert het Comité dat ook het recht op een rechtsmiddel geschonden.

Wat moet er nu gebeuren

De Nederlandse staat moet Denny nu een effectief rechtsmiddel bieden. Het Comité formuleert als aanbevelingen dat hij onder meer compensatie zou moeten krijgen. Ook moet er een nieuwe beoordeling komen van zijn verzoek om registratie als staatloze, en van de beslissing over de aanvraag om als Nederlandse staatsburger te worden erkend. Nederland moet hierbij de uitspraak van het Comité in acht nemen. Ook moet Nederland de levensomstandigheden van Denny onderzoeken en zijn verblijfsvergunning. Daarbij moet Nederland het beginsel van de bescherming van de rechten van het kind meenemen. Ook zegt het Comité dat er een vaststellingsprocedure zou moeten komen, en dat de wetgeving en procedures over het aanvragen van nationaliteit in overeenstemming worden gebracht met artikel 24 IVBPR.

Goede wettelijke regeling nodig

Een nationaliteit is een belangrijk onderdeel van de persoonlijke identiteit. Voor toegang tot veel rechten en voorzieningen is het een vereiste om een nationaliteit te hebben. Mensen zonder nationaliteit bevinden zich dan ook in een kwetsbare situatie. Zij hebben vaak geen toegang tot basisrechten zoals toegang tot werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg. Sommigen worden herhaaldelijk voor korte of langere tijd in detentie gehouden omdat ze niet in staat zijn te bewijzen wie ze zijn en of waar ze vandaan komen. Kinderen zijn extra kwetsbaar, als zij zijn uitgesloten van rechten en voorzieningen, kan dat ernstige gevolgen hebben voor hun ontwikkeling. Eind 2020 is een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer gestuurd dat beoogt de huidige situatie te verbeteren. De voorgestelde regelingen bieden nog geen volledige bescherming. Het is van het grootste belang dat deze baanbrekende uitspraak van het VN Mensenrechtencomité wordt nageleefd.

Verder lezen

Volledige uitspraak VN Mensenrechtencomité

Persbericht NJCM – PILP

Institute on Statelessness and Inclusion

Informatiepagina UNHCR over staatloosheid in Nederland

Advies Raad van State over Wet vaststellingsprocedure staatloosheid

Advies Adviescommissie Vreemdelingenzaken over Wet vaststellingsprocedure staatloosheid

Onderwerpen

staatloosheid