Opening bijeenkomst ‘Leven met een beperking in Nederland’

30 oktober 2014, ‘t Veerhuis, Nieuwegein

Van harte welkom. Mijn naam is Dick Houtzager. Ik ben lid van het College voor de Rechten van de Mens. Het College is twee jaar geleden opgericht om de mensenrechten in Nederland in de gaten te houden en te bevorderen. Daarbij horen ook de rechten van mensen met een beperking.

Ik neem u mee terug naar 20 november 1989. Toen kwam binnen de Verenigde Naties een bijzonder Verdrag tot stand: het Kinderrechtenverdrag. Volgende maand is dat 25 jaar geleden. Bij de verjaardag van dat Verdrag wordt uitgebreid stil gestaan; er worden in Nederland verschillende bijeenkomsten georganiseerd. Dat Verdrag, dat Nederland in 1995 goedgekeurd heeft, heeft behoorlijke effecten gehad. Een belangrijk artikel in dat Verdrag gaat over het belang van het kind: de overheid moet bij alle maatregelen die zij neemt, in beleid en wetten dus, rekening houden met het belang van het kind. Dat gebeurt steeds meer, zoals bijvoorbeeld in de situatie van kinderen van ouders die zonder geldige papieren in Nederland verblijven. Die hebben recht op onderwijs en gezondheidszorg en mogen niet meer worden opgesloten in gevangenissen voor vreemdelingen. De rechters in Nederland doen steeds meer met het Kinderrechtenverdrag. Maar vooral Europese rechters gebruiken het Verdrag als inspiratiebron. Dat heeft dan ook zijn weerslag op Nederland.

Nu zijn we hier niet bij elkaar voor de verjaardag van het Kinderrechtenverdrag, maar voor de inwerkingtreding van het Verdrag voor de rechten van personen met een handicap. Dat kwam in 2006 in New York tot stand. De regering heeft afgelopen zomer een belangrijke stap gezet: het wetsvoorstel om het Verdrag goed te keuren is naar de Tweede Kamer gestuurd. De bedoeling is dat het Verdrag halverwege 2015 in werking treedt. De Tweede Kamer kijkt momenteel naar het wetsvoorstel en heeft al kritische vragen gesteld. Sommige van die vragen hebben we als College voor de Rechten van de Mens de Kamerleden ingefluisterd: we vinden dat de ambitie van de regering om met het Verdrag een meer inclusieve samenleving te maken, niet hoog genoeg is. En dat terwijl het Verdrag toch heel wat met zich meebrengt. Op bijna alle terreinen van het leven, of dat nu gaat om toegankelijkheid, wonen, werk, onderwijs, noodsituaties of het stichten van een gezin, heeft het Verdrag iets te zeggen. Op zich zijn alle rechten die nu in het Verdrag staan, al op iedereen in Nederland van toepassing, maar niet zo specifiek voor mensen met een beperking. Het Verdrag vraagt van de overheid, zowel op rijksniveau als van de 403 gemeenten in Nederland, dat die haar beste beentje voor zet om die rechten voor mensen met een beperking waar te maken. En dat mag best iets meer dan nu uit het wetsvoorstel blijkt. Zo zegt het Verdrag dat mensen die moeite hebben om zelf beslissingen te nemen, bijvoorbeeld als gevolg van een psychische beperking, daarbij ondersteund moeten worden. In Nederland zijn er nog verschillende wetten waarbij iemand anders die beslissing voor hen neemt. Over het aanpassen van die regels vinden we in het wetsvoorstel heel weinig terug. Ook vinden we in het wetsvoorstel weinig terug van het recht om zelfstandig te wonen, zoals dat in het Verdrag staat.

Ik ben blij dat u hier vandaag in grote aantallen bent. Het College krijgt straks de taak om te kijken hoe het met de uitvoering van het Verdrag in Nederland staat. Om te weten te komen waar we onze aandacht in het bijzonder op moeten richten, hebben we u gevraagd met ons mee te denken. We hebben in september jongstleden al via internet gevraagd welke ervaringen mensen met een beperking hebben op de verschillende levensterreinen. Uit de reacties die we kregen bleek dat veel mensen bewustwording belangrijk vinden, dat voor veel mensen het meedoen aan recreatie, cultuur en sport moeilijk is, dat de persoonlijke mobiliteit belangrijk wordt gevonden en dat toegankelijkheid in Nederland nog te wensen over laat. Andere terreinen die genoemd werden: onderwijs en werk en zelfstandig wonen.

Nu willen we graag met u in gesprek. Zo dadelijk, in de verschillende workshops, hebt u de gelegenheid om uw ervaringen met elkaar en met ons te delen. Wij gebruiken de uitkomsten om ons goed voor te bereiden op die taak. We sturen u over twee weken een verslag van de workshops van vandaag. Daarin worden geen namen genoemd, zodat u nu vrijuit kunt zeggen wat u te vertellen hebt. We blijven de komende jaren graag het gesprek met u aangaan om na te gaan waar het goed gaat en waar het beter moet.

Ik noemde het Kinderrechtenverdrag om aan te geven wat de impact van een verdrag kan zijn. Laten we hopen dat we over een paar jaar ook kunnen concluderen dat Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking in Nederland effect heeft gehad. Dan kunnen we in 2031, 25 jaar na het tot stand komen van het Verdrag in New York, zeker een feestje vieren.

Praktische dingen

Er zijn een paar praktische dingen die ik met u wil doornemen. De workshops beginnen om 14.15 uur en het eerste deel daarvan duurt een uur. Dan hebben we een kwartier pauze, en het vervolg van de workshops begint om 15.30 uur, half vier. Om kwart over vier stoppen we waarna er wat te drinken is. U hebt bij binnenkomst een badge gekregen waarop staat aan welke workshop u deelneemt. Er is duidelijk aangegeven in welke ruimte u moet zijn en er zijn mensen die u naar de juiste ruimte wijzen. Ook zijn er verpleegkundigen aanwezig met ADL-bevoegdheid.

Ten slotte noem ik nog onze campagne op Facebook. Op dinsdag 4 november plaatsen we op onze Facebookpagina (mensenrechtenNL) twee filmpjes waarin we aandacht vragen voor situaties die mensen met een beperking tegen kunnen komen. U kunt die pagina liken en de filmpjes delen.

Veel inspiratie gewenst vanmiddag!



Wil je iets kwijt over dit onderwerp?