Participatie op centraal niveau (Rijk en landelijke uitvoeringsinstanties)

Het VN-verdrag handicap gaat uit van een sociaal model dat gericht is op het wegnemen van obstakels die mensen met een beperking verhinderen om daadwerkelijk aan de samenleving deel te nemen. Ervaringsdeskundigheid is daarbij een sleutelwoord. Lees meer in hoofdstuk 1 van de jaarlijkse rapportage 2020 van het College of bekijk de video ‘Van Medisch Model naar sociaal model’ van ervaringsdeskundige Mari Sanders. 

Tip 1: Gebruik Handreiking “Wetgeving & het VN-verdrag handicap”  

Bij nieuwe wetsvoorstellen is het belangrijk om duidelijk te maken dat en hoe er sprake is geweest van betekenisvol overleg met ervaringsdeskundigen en hun organisaties. Het College heeft in 2021 checklists gemaakt die daarbij behulpzaam kunnen zijn. Deze checklists zijn tot stand gekomen met input van wetgevingsjuristen, andere betrokkenen in het wetgevingstraject en mensen met een beperking en hun organisaties. Deze checklists kun je vinden in de handreiking ‘Wetgeving & het VN-verdrag handicap’.  

Tip 2: Participatie bij beleid: vanaf het begin 

Participatie draagt bij aan de kwaliteit en effectiviteit van beleid als je luisterend in gesprek gaat met ervaringsdeskundigen. Het VN-comité benadrukt dat mensen met een beperking al aan het begin van een nieuw traject betrokken moeten worden en niet alleen als een nieuw beleidsvoorstel al in een vergevorderd stadium is. Belangrijk is ook om in gesprek te blijven en terug te koppelen wat er gedaan wordt met de inbreng van ervaringsdeskundigen en organisaties. 

Tip 3: Mix van ervaringsdeskundigen en organisaties 

Alle mensen met beperkingen hebben eigen ervaringen, kennis en behoeften. Tegelijkertijd is het onmogelijk om met iedereen te spreken. Organisaties van mensen met een beperking vormen een goed begin. Dan weet je zeker dat je ook mensen met een beperking zelf aan tafel krijgt. Let bij het betrekken van ervaringsdeskundigen en organisaties op een brede vertegenwoordiging.  

  • Zorg voor diversiteit van mensen met beperkingen: er zijn mensen met verschillende soorten langdurige beperkingen (lichamelijk, verstandelijk, psychosociaal en zintuigelijk). 

  • Het VN-comité handicap benadrukt het belang om mensen uit verschillende bevolkingsgroepen en van alle leeftijden te betrekken. Het verdrag noemt in het bijzonder vrouwen (artikel 6) en kinderen met een beperking (artikel 7).  

  • Zorg voor een mix van koepelorganisaties waarbij verschillende organisaties zijn aangesloten (zoals Ieder(in) en MIND Landelijk platform psychische gezondheid) en individuele organisaties die gericht zijn op mensen met een specifieke beperking, bijvoorbeeld de Oogvereniging. 

  • Probeer mensen uit verschillende bevolkingsgroepen en van verschillende leeftijden te betrekken, bijvoorbeeld via migrantenorganisaties en jongerenorganisaties.  

  • Ervaringen moeten ‘vers’ zijn. Bijvoorbeeld: als het om onderwijs gaat, betrek dan ook jongeren. 

  • Denk bij het inwinnen van deskundigheid op gebieden als techniek en beleid ook aan professionals die technische kennis of beleidsmatige kennis kunnen koppelen aan hun eigen ervaringsdeskundigheid. 

Tip 4: Toegankelijkheid  

Het is belangrijk dat het overleg toegankelijk is voor ervaringsdeskundigen. Vraag aan mensen wat zij eventueel nodig hebben om vergadering bij te wonen en denk aan algemene toegankelijkheid:  

  • Zijn de tijdstippen van de vergaderingen passend?  

  • Kan een ervaringsdeskundige met een rolstoel terecht in de zaal van het overleg?  

  • Zijn vergaderstukken in pdf toegankelijk voor mensen met een visuele beperking?  

  • Is de taal eenvoudig en daardoor toegankelijk voor mensen met een verstandelijke beperking?  

Tip 5: Overleg op locatie 

Een uitdaging bij het nauw overleg is om kloven tussen beleidsmatige logica en de realiteit van het leven van mensen met een beperking te dichten. Daarbij is het belangrijk je zo goed mogelijk in de leefwereld van ervaringsdeskundigen te verplaatsen en open te staan voor hun verhalen. Een tip van mensen met een beperking is om op werkbezoek te gaan, bijvoorbeeld door een dagdeel met hen mee te gaan om zelf te ervaren welke obstakels zij tegenkomen.  

Tip 6: Focal Point  

Is er binnen jouw organisatieonderdeel of departement al een focal point: een vast aanspreekpunt op het gebied van het VN-verdrag handicap? Weet deze collega te vinden of vraag om een aanspreekpunt VN-verdrag handicap aan te wijzen. Een focal point VN-verdrag handicap kan bijvoorbeeld meedenken met collega’s over het bijeenbrengen van ervaringsdeskundigen en een sparringpartner zijn bij vragen over het verdrag. Ook als er nog geen focal point VN-verdrag handicap is, is het goed om ervaringen op te halen bij collega’s en ervaringen te evalueren en delen.  

Tip 7: Vaste checks in formats 

Werken jullie binnen je organisatieonderdeel volgens vaste formats? Dan kan het een goed idee zijn om samen te kijken naar het opnemen van vaste checks over de inzet van ervaringsdeskundigheid in jullie formats. Bijvoorbeeld: met wie is gesproken en heeft terugkoppeling plaatsgevonden? Zo wordt participatie een duurzaam onderdeel van elk proces en helpen jullie om je organisatieonderdeel te laten voldoen aan het VN-verdrag handicap.  

Tip 8: Passende vergoeding  

Ervaringsdeskundigheid is een deskundigheid als iedere andere deskundigheid. Bied daarom naast vergoeding van reiskosten een passende vergoeding als je om overleg vraagt met zelfstandige ervaringsdeskundigen. Bijvoorbeeld aan de hand van de handreiking ‘Vergoedingen voor de inzet van ervaringsdeskundigheid’ vastgesteld door de Patiëntenfederatie. Denk ook aan maatwerk. 

Heb jij zelf nog tips? 

Neem contact met ons op via info@mensenrechten.nl

Meer informatie