Toegelicht

Hulp bij euthanasie niet bestraft

22 oktober 2013 - Laatste update 22 juni 2020

Vandaag deed de rechter uitspraak over de hulp bij zelfdoding van de 70-jarige Albert Heringa.

 

Wat speelt er?

Heringa hielp in 2008 zijn 99-jarige moeder te sterven. Ziek was deze niet, maar wel klaar met het leven. De voorbereidingen en het innemen van de grote hoeveelheden anti-malariamedicijnen heeft hij gefilmd. Deze beelden zijn vastgelegd in de documentaire 'De laatste wens van Moek en in februari 2010 op televisie uitgezonden. Aansluitend opende het Openbaar Ministerie een onderzoek en in december 2012 besloot het Openbaar Ministerie toch tot vervolging. Vandaag oordeelde de rechter dat Albert Heringa schuldig is verklaard zonder strafoplegging.Heringa zou, omdat hij geen arts is, niet volgens de euthanasiewetgeving hebben gehandeld. Ook speelt mee dat zijn moeder haar leven als 'voltooid' ervoer, een reden die niet mogelijk is volgens de huidige euthanasiewet.

Mensenrechten

Het recht op leven is vastgelegd in diverse verdragen zoals artikel 2 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten en artikel 11 Grondwet, dat betrekking heeft op de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. Het recht op leven behoort tot de meest fundamentele rechten van de mens. Het legt staten een verbod op om moedwillig mensen te doden alsook de verplichting om het leven te beschermen van alle mensen binnen de nationale rechtsmacht.

Wat betekent het recht op leven voor vragen rondom medische beslissingen over het levenseinde? In de zaak Pretty oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat artikel 2 geen recht om te sterven omvat, zoals door de ongeneeslijk zieke mevrouw Pretty aangevoerd. Volgens het Hof heeft artikel 2 geen negatieve dimensie maar alleen de positieve verplichting voor de overheid om het leven te beschermen. Er is volgens het Hof ook geen verband tussen het te beschermen recht op leven en de kwaliteit van dat leven of wat een persoon verkiest te doen met dat leven. Artikel 2 vestigt dus geen recht op zelfbeschikking over het eigen leven.

Artikel 8 EVRM (recht op privacy en familie- en gezinsleven) daarentegen omvat dit recht wel. Het Hof beschouwt het recht om medische behandeling te weigeren, zelfs als het een mogelijk levensreddende medische behandeling betreft, als een wezenlijk aspect voor het recht op zelfbeschikking. Een aanspreekbare volwassen patiënt moet immers het recht hebben om keuzes te maken volgens zijn eigen opvattingen en waarden, ook binnen de gezondheidszorg. De overheid heeft zich daar niet mee te bemoeien. Hiermee lijkt het Europese Hof wel sympathiek te staan tegenover de opvatting dat een oorspronkelijke persoonlijke beslissing tot beëindiging van het leven onderdeel is van het recht op privéleven. Het is echter nog niet juridisch vastgesteld hoeveel ruimte de overheid hierbij aan burgers moet geven om diens doodswens uit te voeren. Met betrekking tot nationale wetgeving over hulp bij zelfdoding hanteert het EHRM een ruime ‘margin of appreciation’ voor de nationale overheid. Deze mag de rechten van art. 8 EVRM beperken wanneer dat 'in overeensetmming met de wet' is en 'noodzakelijke in een democratische samenleving' (zie art. 8 lid 2 EVRM).

Elke zaak van hulp bij zelfdoding vraagt een eigen afweging van overwegingen van persoonlijke vrijheid en publieke belangen. Het Hof heeft nog geen zaak behandeld over de Nederlandse euthanasiewetgeving.

Euthanasie – nationale wetgeving

Sinds 2002 is de huidige euthanasiewetgeving van kracht. Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is nog steeds strafbaar volgens de artikelen 293 en 294 Strafwet. Maar als een arts een dergelijke daad uitvoert conform specifieke zorgvuldigheidseisen dan wordt de betrokken arts niet strafrechtelijk vervolgd. De arts moet wel voldoen aan zorgvuldigheidseisen en ten minste één andere, onafhankelijke arts raadplegen. De levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding dient medisch zorgvuldig uitgevoerd te worden. De gemeentelijke lijkschouwer meldt het geval vervolgens bij een van de vijf Regionale toetsingscommissies euthanasie, die zich over het naleven van de zorgvuldigheidseisen een oordeel vormt. Wanneer deze vaststelt dat de procedure niet volgens de regels gebeurd is, dan stelt deze het OM op de hoogte. Sinds 2002 is er geen enkele arts vervolgd na een euthanasie of hulp bij zelfdoding.

Bij de totstandkoming van de Euthanasiewet stelde de Nederlandse overheid zich op het standpunt dat het recht op leven niet onvervreemdbaar is. “Het recht op leven kan niet als onvervreemdbaar worden beschouwd in de zin dat die onvervreemdbaarheid in de weg zou staan aan de hoogst individuele en persoonlijke afweging die iemand kan maken om het eigen leven niet voort te zetten wanneer dat leven in de ogen van de betrokkene niet langer als menswaardig wordt beschouwd.” De Euthanasiewet legt een bijzondere strafuitsluitingsgrond vast voor de arts die handelt overeenkomstig de uitdrukkelijke doodswens van de patiënt. Daarom is de wet volgens de regering niet in strijd met het in mensenrechtelijke verdragen vastgelegde recht op leven. De regering is van mening dat uit artikel 2 EVRM niet de verplichting voortvloeit om de vraag of de arts zorgvuldig heeft gehandeld in alle gevallen aan het oordeel van de rechter te onderwerpen.

Mensenrechtencomité

Het Mensenrechtencomité van de VN uitte in 2001 zijn zorgen over de nieuwe euthanasiewetgeving. Het Comité uitte de zorg dat de arts onder buitensporige druk komt te staan waardoor die niet meer volgens de zorgvuldigheidseisen handelt of dat er te routinematig handelen intreedt. Dit zou ertoe kunnen leiden dat het systeem niet uitsluitend wordt gebruikt voor extreme situaties waarin alle inhoudelijke voorwaarden strikt worden nageleefd. Het Comité is ook niet blij met de controle achteraf door de toetsingscommissie en beveelt aan dat controle vooraf verstevigd wordt. In reactie op dit commentaar van het Mensenrechtencomité benadrukt de Nederlandse overheid de nauwgezette beoordeling door de toetsingscommissie en ook de periodieke evaluaties naar de werking van de Euthanasiewet.

In de media

Datum

Titel artikel Bron
08-10-2013 Zoon schuldig aan hulp zelfdoding moeder (99), geen celstraf Trouw
24-09-2013 OM eist voorwaardelijke straf voor hulp bij euthanasie NRC
24-09-2013 Divers NOS
   
   
   
   
   
   
   
   

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?