Toegelicht

Politicus veroordeeld voor discriminerende uitlatingen

16 februari 2016 - Laatste update 16 maart 2016

Op 1 februari 2016 veroordeelde het Gerechtshof Amsterdam een lokale politicus tot een boete van 1.000 euro voor het beledigen van en aanzetten tot discriminatie van homoseksuelen.

Politicus veroordeeld voor discriminerende uitlatingen

Wat speelt er?

De politicus liet zich in 2010 als lijsttrekker van de Republikeinse Moderne Partij tijdens een verkiezingsdebat in de Rode Hoed beledigend uit over homo's. 'Ik heb een hekel aan homofielen. Als iedereen op mij stemt, sodemieter ik ze er allemaal uit”, was een van zijn uitspraken.

Het Amsterdamse Hof deed al eerder in 2013 uitspraak in deze zaak en sprak de politicus toen vrij. Het Amsterdamse Hof vond dat de uitlatingen vielen onder de vrijheid van meningsuiting van de politicus. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak en verwees de zaak terug naar het Hof. Deze veroordeelde de politicus in 2016 alsnog tot een boete van 1.000 euro vanwege zijn uitlatingen. Het Amsterdamse Hof oordeelde dat de uitlatingen beledigend waren voor homoseksuelen en mensen aanzet tot discriminatie van homoseksuelen.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

In deze kwestie spelen diverse mensenrechten een rol. Aan de ene kant de vrijheid van meningsuiting en aan de andere kant het recht om niet gediscrimineerd te worden.

Recht op non-discriminatie

Mensenrechten hebben als uitgangspunt dat alle mensen gelijkwaardig zijn. Het verbod op discriminatie vormt de kern van de mensenrechten. Het discriminatieverbod is vastgelegd in onder meer artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten , artikel 14 en artikel 1, 12e protocol van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en in artikel 1 van de Nederlandse Grondwet.

In het Nederlandse wetboek van Strafrecht is het beledigen van een groep vanwege hun ras, godsdienst, levensovertuiging of seksuele gerichtheid strafbaar gesteld (artikel 137c Wetboek van Strafrecht). Ook het aanzetten tot discriminatie van een groep vanwege onder meer hun seksuele gerichtheid is strafbaar (137d Wetboek van Strafrecht).

De vrijheid van meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet en in artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. In een democratische samenleving wordt het belangrijk gevonden veel ruimte te laten voor de vrijheid om je mening te uiten. Het recht op vrije meningsuiting biedt ook bescherming aan meningsuitingen die mogelijk als kwetsend, schokkend of verontrustend ervaren worden.

Maar de vrijheid van meningsuiting is niet absoluut. Waar de vrijheid van meningsuiting precies ophoudt, is moeilijk te bepalen. Zeker is dat een politicus in het politieke debat veel ruimte heeft. Dit blijkt ook uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Toch is er ook voor een politicus in het publieke debat een grens aan de vrijheid zijn mening te uiten. In bovengenoemde zaak is de politicus over die grens heengegaan. Het Amsterdamse Hof oordeelde dat de uitlatingen van de politicus over homoseksuelen onnodig grievend waren. Het Hof nam hierbij in aanmerking dat het bij homoseksuelen gaat om een minderheidsgroepering en dat ook politici moeten waken dat ze niet bijdragen aan de (verdere) aantasting van de rechten van zo’n minderheidsgroep.

In de media

16-02-2016 Oud-politicus alsnog veroordeeld voor discrimineren homo’s

16-02-2016 Amsterdamse ex-politicus toch veroordeeld voor homofobie

16-02-2016 Toch boete voor ex-politicus wegens antihomo-uitspraken

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?