Toegelicht

Te weinig opvangplaatsen voor zwerfjongeren

21 december 2016 - Laatste update 22 juni 2020

Verschillende hulporganisaties voor zwerfjongeren melden dat er een tekort is aan (nood)opvangplekken. Daardoor komt het voor dat dakloze jongeren in de opvang voor volwassenen terecht komen. Volgens hulpverleners kan dat tot problemen leiden; ook staatssecretaris Van Rijn heeft laten weten dat dit onwenselijk is. Hij wijst op de verantwoordelijkheid van gemeenten slaapplaatsen voor jongeren te regelen, en te voorkomen dat zij tussen volwassenen worden opgevangen. Verder zijn er berichten dat de druk op de reguliere opvang toeneemt. Niet alleen de dakloze jongeren kunnen dus moeilijk terecht in de opvang, het probleem speelt breder voor mensen die behoefte hebben aan – kortere of langere – opvang.

 

In maart 2016 berichtte het CBS dat het aantal daklozen tussen 2009 en 2015 sterk was toegenomen. In 2015 hadden ongeveer 31.000 mensen in Nederland geen vaste woon- of verblijfplaats. Zij verblijven in de opvang, op straat, in openbare gebouwen of bij familie of vrienden. De Federatie Opvang wijst erop dat dit aantal vrijwel zeker een onderschatting is, omdat niet alle dakloze mensen zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen.

Er zijn verschillende oorzaken van dakloosheid. Voor een deel gaat het om individuele problemen. Mensen kunnen na verlies van (een deel van) hun inkomen hun huis niet meer betalen, wat tot huisuitzetting kan leiden. Anderen hebben geen huis meer na een relatiebreuk als ze niet voldoende inkomen hebben om een eigen huis te huren of te kopen. Weer anderen komen op straat nadat zij een psychiatrische instelling of de gevangenis hebben verlaten en voor hen geen passende huisvesting is. Ook mensen zonder geldige verblijfsstatus komen op straat terecht.

Er zijn echter ook structurele oorzaken, zoals een beperkt aanbod van betaalbare woonruimte. De Woonbond meldde bijvoorbeeld in mei 2016 dat er te weinig sociale huurwoningen zijn. Volgens de Woonbond zijn er in de periode 2009-2015 in de corporatiesector 262.400 sociale huurwoningen verdwenen door verkoop, sloop en liberalisatie. Dat terwijl de vraag naar sociale huurwoningen toeneemt, omdat veel mensen minder te besteden hebben, ouderen en GGZ-patiënten langer thuis moeten blijven wonen en omdat statushouders een woning nodig hebben. Soms speelt ook bureaucratie een rol. Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning moet een gemeente een dakloze opvang verstrekken, ook al staat de dakloze niet in die gemeente ingeschreven (art. 1.2.1 Wmo). Toch hanteren verschillende centrumgemeenten een regiobindingsbeleid: wie geen binding met de regio heeft, wordt niet toegelaten.

Dakloos zijn is meer dan alleen geen plaats hebben om elke dag te kunnen slapen. Het heeft vergaande gevolgen en kan leiden tot sociale uitsluiting. Veel mensen die dakloos zijn, staan niet in de Basisregistratie Persoonsgegevens, wat weer tot gevolg heeft dat zij geen uitkering en voorzieningen kunnen aanvragen. Zij komen dan in een vicieuze cirkel terecht. In november 2016 verscheen over die problematiek een rapport van de Nationale ombudsman. In de kabinetsreactie op dit rapport aan de Tweede Kamer liet minister Plasterk weten dat hij gaat onderzoeken of aanpassingen van de regels mogelijk zijn. Verder hebben veel mensen die dakloos zijn een gebrek aan privacy, en een grotere kans slachtoffer te worden van geweld of intimidatie.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

Het recht op huisvesting is onderdeel van het recht op een behoorlijke levensstandaard, zoals onder andere is gegarandeerd in artikel 11 van het Internationale verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. Artikel 31 van het (herzien) Europees Sociaal Handvest (ESH) verplicht staten de toegang tot adequate huisvesting te bevorderen en dak- en thuisloosheid te voorkomen en te verminderen teneinde het geleidelijk uit te bannen.

Wat is het recht op huisvesting?

Het recht op huisvesting betekent niet dat de overheid de plicht heeft om voor iedereen een huis te bouwen en dat mensen zonder huis een woning kunnen afdwingen van de overheid. Het betekent wel dat de overheid maatregelen moet treffen om dakloosheid te voorkomen en speciale aandacht moet hebben voor de meest kwetsbare en gemarginaliseerde mensen, zoals kinderen en jongeren, mensen met een beperking, ouderen, mensen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, en mensen zonder geldige verblijfsstatus. Volgens de VN Speciale Rapporteur inzake het recht op huisvesting spelen de volgende factoren mee bij dakloosheid: armoede, werkloosheid, een tekort aan betaalbare woonruimte, gedwongen huisuitzettingen, onvoldoende sociale woningen en te weinig aandacht voor de meest kwetsbare mensen. Ook wijst hij erop mensen met psychische problemen vaak op straat komen, wanneer het sluiten van instellingen voor geestelijke gezondheidszorg niet gepaard gaat met voldoende steun voor zelfstandig wonen. Bij het voorkomen en bestrijden van dakloosheid zou dus met deze factoren rekening moeten worden gehouden. Al deze factoren lijken ook in Nederland een rol te spelen bij de toename van het aantal mensen dat dakloos is.

Uit het recht op huisvesting vloeit voor de overheid een verplichting voort om maatregelen te treffen om dakloosheid te voorkomen. De overheid heeft tot taak de omvang van dakloosheid vast te stellen en goed inzicht te hebben in wie dakloos is en wat de oorzaken daarvan zijn. Zij moet een beleid voeren dat wordt ontwikkeld in overleg met mensen die dakloos zijn.

Bovendien vereist de verplichting dakloosheid terug te dringen, zoals neergelegd in het Europees Sociaal Handvest, het invoeren van een aantal noodmaatregelen, zoals het voorzien in opvang als noodvoorziening. Daarbij dient de overheid tegelijkertijd daklozen te helpen bij het oplossen van hun problemen en te voorkomen dat zij opnieuw dakloos worden. Dit zei het Comité inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, dat toezicht houdt op de naleving van het ESH, in de uitspraak in de zaak FEANTSA tegen Nederland (2014).Het is daarbij belangrijk dat het om passende opvang gaat, waarbij rekening wordt gehouden met, bijvoorbeeld, leeftijd.

Wat doet het College?

Het College beschermt, bewaakt, bevordert en belicht alle mensenrechten in Nederland. In het kader van de strategische agenda houdt het zich onder meer bezig met de bescherming van mensenrechten op lokaal niveau.

Wat verscheen in de media?

#Uitzicht, zo is het om jong en dakloos te zijn NOS, 8 december 2016

Van Rijn roept grote steden op slaapplaats zwerfjongere te regelen NOS, 8 december 2016

Zorgen over tekort aan opvangplekken voor zwerfjongeren, Parool, 9 december 2016

Jongeren horen niet op straat! Stichting zwerfjongeren, 8 december 2016

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?