Verslag bijeenkomst "Leven met een beperking in Nederland”

Donderdag 30 oktober 2014, Nieuwegein

1. Inleiding

Halverwege 2015 zal het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap naar alle waarschijnlijkheid worden geratificeerd. Het College voor de Rechten van de Mens wordt straks de toezichthouder op de uitvoering van het verdrag. Om te weten te komen waar het College zijn aandacht vooral op moet gaan richten, maakt het College een inventarisatie van de knelpunten waar mensen met een beperking in Nederland tegenaan lopen.

Op 30 oktober 2014 organiseerde het College voor de Rechten van de Mens een bijeenkomst over leven met een beperking in Nederland. Ruim 100 personen vertelden op de bijeenkomst over knelpunten die ze dagelijks in Nederland ervaren vanwege het hebben van een beperking. In zes verschillende workshops werden ervaringen gedeeld over zes verschillende thema’s:

  1. fysieke toegankelijkheid;
  2. toegang tot informatie;
  3. onderwijs;
  4. arbeidsmarkt;
  5. bewustwording;
  6. persoonlijke integriteit & privacy.

Daarnaast werden er in deze workshops ideeën geïnventariseerd over wat er moet gebeuren om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking optimaal mee kunnen doen in onze samenleving.

2. Workshopverslag

Dit verslag geeft per workshop een overzicht van de knelpunten die mensen met een beperking in Nederland ervaren alsmede potentiële oplossingen om deze knelpunten te verminderen.

Workshop 1. Fysieke toegankelijkheid

Tijdens de workshop over fysieke toegankelijkheid werd door de deelnemers gesproken over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, openbare gebouwen en openbare ruimte, met name voor rolstoelgebruikers en mensen met een visuele beperking. Bijhet openbaar vervoer vormt het gebrek aan toegankelijkheid van bussen, treinen en trams een knelpunt.

Problemen met fysieke toegankelijkheid die tijdens de workshop werden aangekaart hebben met name te maken met de inrichting van het openbaar vervoer en de fysieke bouw van gebouwen en openbare ruimtes. Ook het gebrek aan kennis bij professionals en de weinig behulpzame houding van dienstverleners en professionals veroorzaken problemen. Denk bijvoorbeeld aan buschauffeurs die geen hulp willen verlenen aan een rolstoelgebruiker bij het instappen in een bus. Daarnaast ervaren deelnemers problemen vanwege bepaalde regels, waaronder te korte haltetijden bij busstations en door onduidelijke of ontoegankelijke informatie en apparaten, zoals displays op stations en bij bushaltes.

De deelnemers bespraken ook een groot aantal potentiële oplossingen. Allereerst moet er meer aandacht komen voor toegankelijkheid in trainingen en in opleidingen van architecten, stratenmakers en ontwerpers van apparaten. Ten tweede moet er al voor de uitvoering worden gedacht aan de toegankelijkheid van gebouwen, openbaar vervoer en apparaten, zodat er niet achteraf (dure) aanpassingen moeten worden gedaan. Daarnaast moet de bewustwording bij personeel en professionals worden vergroot: mensen moeten zich meer inleven in hoe het is om een beperking te hebben. Bewustwording moet volgens velen al op jonge leeftijd plaatsvinden. Gerelateerd hieraan moeten belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen meer betrokken worden bij zaken die met fysieke toegankelijkheid te maken hebben. Bovendien moeten bepaalde zaken volgens de workshopdeelnemers worden vastgelegd in wetgeving: bij bussen moet er genoeg tijd zijn voor het in- en uitstappen van mensen met een beperking en bussen moeten integraal toegankelijk zijn. Bestaande regelgeving moet beter worden gehandhaafd. Denk hierbij aan het controleren van naleving van bouwplannen tijdens de bouw van een gebouw. Daarnaast werd verwezen naar goede ervaringen binnen Nederland: horecagelegenheden die voor iedereen toegankelijk zijn trekken bijvoorbeeld ook klanten met een beperking en hebben daardoor meer inkomsten. De financiële voordelen van goede toegankelijkheid moeten worden benadrukt en gestimuleerd. Bovendien werd er naar buitenlands beleid verwezen: in de Verenigde Staten worden vaker rechtszaken aangespannen tegen uitbaters van ontoegankelijke gebouwen en krijgen kleine bedrijven belastingaftrek voor het toegankelijk maken van hun gebouwen.

Workshop 2 Toegang tot informatie

Bij workshop 2 betreffende de toegang tot informatie werd voornamelijk gesproken over digitale toegankelijkheid. Veel deelnemers ervaren problemen met betrekking tot de toegankelijkheid van websites en informatie die digitaal wordt doorgestuurd. Problemen in verband met de toegang tot informatie worden in de workshop met name genoemd door mensen met een visuele beperking, maar ook problemen voor mensen met verstandelijke beperkingen of bijvoorbeeld dyslexie worden kort aangehaald.

Tijdens de workshop werd een specifiek voorbeeld van ontoegankelijke informatie meerdere keren aangehaald: ontoegankelijke overheidsinformatie. Overheidswebsites zijn volgens de deelnemers vaak ontoegankelijk, teksten zijn vaak te ingewikkeld en sommige informatie wordt enkel per post opgestuurd waardoor het voor mensen met een visuele beperking niet te lezen is.

Naast problemen met digitale toegankelijkheid gaven deelnemers ook aan problemen te ervaren met bepaalde apparaten, waaronder pinautomaten en touchscreens en met digitale informatieschermen, waaronder displays op stations en bushaltes. Bovendien gaven deelnemers aan dat het soms erg lang duurt voordat informatie toegankelijk beschikbaar is en het veel moeite en tijd kost deze toegankelijke informatie aan te vragen en te regelen. Verder kwamen een aantal problemen in verband met toegankelijkheid van vrijetijdsvoorzieningen ook even kort naar voren. Tot slot werd ook de angst voor verwachte knelpunten door verandering in wetgeving geuit.

Desondanks kwamen er ook een aantal goede ervaringen uit de workshop naar voren. Zo zijn er tegenwoordig keurmerken voor de toegankelijkheid van websites, waaronder het waarmerk drempelvrij. Bovendien bestaan er steeds meer hulpmiddelen om digitale toegankelijkheid te vergroten, waaronder het gebruik van ‘skiplinks’ en het programma Accessibility.

Ook bij deze workshop keek men naar potentiële oplossingen voor knelpunten. Allereerst noemde een aantal deelnemers het belang van aandacht bij opleidingen over wat toegankelijke informatie precies inhoudt. Daarnaast waren de deelnemers van mening dat bewustwording al op scholen moet beginnen en dat jonge kinderen met en zonder beperking niet altijd van elkaar gescheiden moeten worden. De manier waarop communicatie met mensen met een beperking plaatsvindt vanuit bijvoorbeeld gemeenten, zou volgens deelnemers ook meer in persoon plaats moeten vinden, zeker aangezien gemeenten gebruik maken van het dienstverleningsconcept STEP (d.w.z. Schriftelijk, Telefonisch, Elektronisch en PERSOONLIJK). Ten vierde zou er al in een vroeg stadium van ontwikkeling van informatietechnologieën nagedacht moeten worden over toegankelijkheid, zodat aanpassingen niet achteraf moeten worden verwezenlijkt en toegankelijke informatie per direct beschikbaar is. Bovendien moet het beeld dat aanpassingen duur zijn, verdwijnen. Daarnaast wezen de deelnemers op het belang van inspraak van ervaringsdeskundigen zowel via formele als via informele wegen, maar kaartten ze ook aan dat niet iedereen kan en wil participeren. Een aantal deelnemers gaf aan dat ervaringsdeskundigen vaak als gratis informanten ingezet worden zonder hiervoor betaald te krijgen. Aan de andere kant willen niet alle deelnemers betaald krijgen en/of verantwoordelijk gehouden worden voor hun input. Tot slot gaf een deelnemer aan dat goede ervaringen en voorbeelden benadrukt en beloond moeten worden. Verder gaf een deelnemer aan dat het jammer is dat er geen sancties zijn voor het niet uitvoeren van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.

Workshop 3 Onderwijs

Tijdens workshop 3 keken de deelnemers naar de knelpunten die mensen met een beperking tegen komen in het onderwijs. De deelnemers kaartten knelpunten aan in verband met de fysieke toegankelijkheid van (delen van) scholen. Zo zijn er problemen bij voornamelijk oude gebouwen zonder liften en gebouwen waar het kantoor van de directeur niet bereikbaar is. Ook zijn er knelpunten met betrekking tot de bereikbaarheid van scholen: scholen zijn niet altijd bereikbaar met het openbaar vervoer en het openbaar vervoer is vaak te duur.

Daarnaast ervaren mensen problemen met betrekking tot bewustwording en het bestaan van vooroordelen. De deelnemers geven onder meer aan dat mensen door een gebrek aan interactie en kennis niet weten hoe ze met mensen met een beperking moeten omgaan. Ook leraren weten vaak niet welke aanpassingen er voor leerlingen met een beperking beschikbaar zijn en hebben vooroordelen over de capaciteiten van mensen met een beperking.

Daarnaast kwam er uit de workshop naar voren dat er vaak geen doeltreffende aanpassingen worden gedaan voor leerlingen met een beperking. Zo vormen onder meer toetsen en lesmethoden een probleem. Dit komt volgens de deelnemers onder meer door dat er weinig kennisuitwisseling bestaat tussen scholen onderling, waardoor iedere school het wiel opnieuw probeert uit te vinden. Ook voor wat betreft de toelating tot het onderwijs, en met name de toelating tot het MBO, gaven deelnemers aan vaak problemen te ondervinden. Zo stelden sommige deelnemers dat leerlingen ten onrechte worden geweigerd op basis van bepaalde kwalificatie-eisen zoals zelfstandigheid.

Tot slot gaven de deelnemers aan dat er problemen bestaan als gevolg van het bindend studie advies en huidige wetgeving. Doordat zorg en onderwijs te zeer uit elkaar zijn getrokken sluit deze soms niet aan op de situatie van een van leerlingen met een beperking.. Hierdoor vallen bepaalde leerlingen tussen wal en schip vallen. Daarnaast is het melden, sanctioneren en toetsen van discriminatie volgens sommige deelnemers niet altijd makkelijk.

Mogelijke oplossingen voor de problemen in het onderwijs liggen volgens de deelnemers onder meer bij het kijken naar de goede voorbeelden en ervaringen die er op het moment zijn alsmede het bestuderen van de problemen in het huidige beleid.

Workshop 4 Arbeidsmarkt

Workshop 4 richtte zich op twee verschillende onderwerpen: knelpunten die mensen met een beperking ondervinden bij de sollicitatieprocedure en knelpunten die mensen met een beperking ondervinden op de werkvloer.

De deelnemers gaven aan zowel bij het solliciteren als in de situatie op de werkvloer tegen vooroordelen aan te lopen. Bij sollicitatieprocedures zijn werkgevers vaak terughoudend bij het aannemen van mensen met een beperking en weten bovendien vaak niet van het bestaan van hulpmiddelen die zij kunnen gebruiken wanneer ze iemand met een beperking in dienst nemen. Zoals ook werd aangegeven bij de workshop over onderwijs, weten mensen vaak niet hoe ze om moeten gaan met iemand die een beperking heeft. Wat betreft vooroordelen gaven de deelnemers aan dat werkgevers vaak denken dat mensen met een beperking een hoge kostenpost vormen.

Ook bestaat er een gebrek aan kennis bij werkgevers en ambtenaren die te maken krijgen met mensen met een beperking: zo worden de capaciteiten van mensen met een beperking vaak niet juist ingeschat en bestaat er op de werkvloer vaak onbegrip voor iemand met een beperking, met name waar deze beperking niet zichtbaar is. Deelnemers gaven aan dat er op de werkvloer onvoldoende permanente aandacht is voor mensen met een beperking en de bijbehorende vraagstukken.

Gerelateerd aan vooroordelen en een gebrek aan kennis is het feit dat mensen met een beperking vaak op een betuttelende manier worden behandeld, iets dat door de deelnemers niet als prettig wordt ervaren. Daarnaast ervaren werknemers met een verstandelijke beperking op de werkvloer problemen met onduidelijke informatie en communicatie.

Een aantal deelnemers gaf aan vaak tegen problemen met het UWV aan te lopen. Zo is het niet altijd makkelijk een bepaalde vergoeding of aanpassing te krijgen. Aanpassingen op de werkvloer zijn volgens de deelnemers sowieso moeilijk te verkrijgen en werken niet altijd naar behoren.

Tot slot gaven de deelnemers aan dat zij niet volwaardig kunnen participeren op de arbeidsmarkt en vragen zij zich af hoe de decentralisatie van de WMO naar de gemeenten in de praktijk zal uitwerken, evenals de haalbaarheid van de Quotumwet.

Uit deze workshop zijn verschillende oplossingen naar voren gekomen. Allereerst gaven de deelnemers aan dat de beeldvorming in de media moet veranderen: mensen met een beperking moeten niet op een betuttelende manier worden weergegeven en de capaciteiten en mogelijkheden van mensen met een beperking moeten worden benadrukt. Ten tweede zouden werkgevers moeten worden ondersteund en onderwezen, zodat er minder drempels zijn om mensen met een beperking aan te nemen. Ook collega’s zouden meer moeten weten over hun collega’s met een beperking en het gesprek met hen aan moeten gaan. Daarnaast zou een maatjesproject volgens deelnemers goed werken bij sollicitatieprocedures en op de werkvloer. Bovendien werd er aangegeven dat de overheid een voorbeeldfunctie vervult bij het aannemen van arbeidsbeperkten. De quotumwet werd door sommige deelnemers bekritiseerd, omdat deze vooroordelen bevestigt. Een andere deelnemer gaf aan dat de Quotumwet er juist ook voor kan zorgen dat, doordat er meer mensen met een beperking op de arbeidsvloer zijn, werkgevers zich bewuster worden van de vraagstukken die te maken hebben met arbeidsbeperkten. Bij de afsluiting van de workshop kwam concluderend naar voren dat de eigen kracht en inspraak van mensen met een beperking moet worden benadrukt: de overheid moet luisteren naar de wensen van mensen met een beperking en moet hen op volledige kracht laten participeren. Dit geeft tevens het gevoel echt onderdeel te zijn van de samenleving.

Workshop 5 Bewustwording

Workshop 5 bestond uit een discussie over het beeld van mensen met een beperking zoals deze in Nederland bestaat. Uit de discussie kwamen verschillende onderwerpen naar voren. Verscheidene deelnemers gaven aan dat er stereotypen en vooroordelen bestaan over mensen met een beperking. Zo bestaat er onder meer het beeld dat aanpassingen die mensen met een beperking krijgen privileges zijn en dat mensen geen keuzevrijheid moeten hebben in verband met het aanvragen van aanpassingen. In de media is de beeldvorming van mensen met een beperking vaak een van mensen die zielig zijn en pijn hebben. Veel mensen gaan uit van wat mensen met een beperking niet kunnen. Zij kijken niet naar waar zij wel toe in staat zijn. Dit houdt ook verband met het gebrek aan kennis dat er over het hebben van een beperking bestaat. Deelnemers gaven verschillende voorbeelden van onder meer problemen met fysieke toegankelijkheid en de toegang tot informatie. Dat dit niet goed geregeld is, hangt samen met bewustwording.

Daarnaast ondervinden de deelnemers vaak problemen van de manier waarop zij door mensen bejegend worden: mensen behandelen hen vaak op een betuttelende manier.

Naast specifieke problemen met betrekking tot bewustwording en beeldvorming, gingen de deelnemers ook in op mogelijke oorzaken van deze problemen. Zo gaven deelnemers aan dat mensen met en zonder beperkingen al op jonge leeftijd van elkaar gescheiden worden en dat dit niet altijd het geval moet zijn. Mensen met een beperking worden op scholen vaak als de uitzondering gezien. Een aantal deelnemers gaf aan dat er in Nederland geen inclusieve samenleving bestaat, maar een samenleving waarin er een dominante cultuur bestaat.

Uit deze workshop kwam ook een groot aantal potentiële oplossingen naar voren. Zo gaven de deelnemers aan dat de diversiteit van de mensen in de samenleving, ook binnen de groep mensen met een beperking, getoond zou moeten worden in verschillende media. Een aantal deelnemers vond dat bekende Nederlanders ingezet zouden moeten worden, terwijl andere deelnemers dit niet nodig vonden. Daarnaast zou het personeelsbestand ook de diversiteit van mensen in de Nederlandse samenleving moeten reflecteren en zouden meer mensen met een beperking in dienst moeten worden genomen. Bovendien hebben de overheid en overheidsinstanties volgens een aantal deelnemers een voorbeeldfunctie, als werkgever, als iemand die zorgt voor fysieke toegankelijkheid van zijn eigen gebouwen en als uitdrager van positieve beeldvorming. Daarnaast werd het belang van het vergroten van kennis - bijvoorbeeld tijdens opleidingen - benadrukt. Hierbij wordt ook genoemd dat het van belang is om ervaringsdeskundigen in te zetten. Tot slot is het van belang een samenleving te creëren die inclusief is.

Goede voorbeelden zouden volgens een aantal deelnemers moeten worden benadrukt. In de workshop kwamen ook verschillende goede voorbeeldenter sprake. Zo werd er onder meer verwezen naar het gebruik van het persoonlijk plan bij de WMO, waarbij mensen met een beperking om hun inspraak worden gevraagd, naar webwinkels die goed toegankelijk zijn en naar de zogeheten Thomas huizen waarin mensen met en zonder beperking samen wonen.

Workshop 6. Persoonlijke integriteit & privacy

Tijdens workshop 6 werden de onderwerpen persoonlijke integriteit en privacy besproken. Uit deze workshop zijn voor beide onderwerpen verschillende knelpunten naar voren gekomen. Problemen die persoonlijke integriteit raken liggen er met name bij gedwongen behandeling, medicatie en dwang en drang in zorginstellingen. Enigszins gerelateerd aan dit onderwerp van gedwongen behandeling is een algemener knelpunt: een groot aantal deelnemers gaf aan dat hun keuzevrijheid voor behandelingen en medicijnen wordt beperkt door de voorwaarden die aan uitkeringen en behandelingen gesteld worden. Ook wordt er gesproken over zorgmijders en zorgweigeraars, het recht op zelfbeschikking en de (beperkingen in) keuzevrijheid wat betreft het accepteren van behandelingen en zorg.

Tijdens de discussie over privacy, werd vooral gesproken over het (elektronische) patiëntendossier. Deelnemers ervaren problemen met het inzien en corrigeren van hun dossier en gaven aan dat het dossier vaak niet klopt en door veel mensen bekeken kan worden.

Daarnaast kwam uit de workshop een algemeen knelpunt naar voren: de bureaucratie waar mensen met een beperking tegenaan lopen. Deelnemers gaven aan dat zij vaak keer op keer hun verhaal moeten doen, formulieren moeten invullen en zich steeds weer moeten verantwoorden voor de aanpassingen die zij aanvragen.

Ook kwam uit de discussies naar voren dat vooroordelen over mensen met een beperking effecten hebben op onder meer het vinden van werk en de bejegening die mensen ondervinden door overheidsinstanties. De deelnemers gaven aan dat zij zelf vaak weinig inspraak hebben op zaken die hun betreft, waaronder ook de inhoud van en inzage in hun eigen patiëntendossiers.

Ook bij deze workshop werd er uitgebreid gediscussieerd over mogelijke oplossingen voor de bovenstaande knelpunten. De deelnemers gaven onder meer aan dat menswaardigheid een belangrijk uitgangspunt is, waarbij sommige mensen helemaal zelf bij dit uitgangspunt kunnen komen en anderen hierbij een beetje hulp nodig hebben. Daarnaast werd er onder meer gediscussieerd over of de professionele afstand tussen cliënten en hulpverleners kleiner zou moeten worden. Om vooroordelen en negatieve of betuttelende bejegening tegen te gaan zou er volgens de deelnemers meer educatie en wetgeving moeten komen. Een deelnemer geeft ook aan dat het omdraaien van de rollen cliënt en hulpverlener goed kan werken. Om zowel het probleem van de bureaucratie waar mensen tegenaan lopen en de knelpunten die mensen in verband met het elektronisch patiëntendossier ervaren aan te pakken, opperden de deelnemers dat mensen zelf de eigen beheerders van hun patiëntendossier zouden moeten worden, zodat zij hier inzage en inspraak op hebben en het meteen kunnen laten zien wanneer dit nodig is. Volgens de deelnemers is het belangrijk de nadruk te leggen op de eigen kracht en inspraak van mensen. Mensen zouden moeten worden aangesproken op wat zij kunnen, niet op wat zij niet kunnen.

Tot slot werd kort besproken wat de toekomst van dit debat zal zijn. Een aantal deelnemers zag het niet snel gebeuren dat veel zal veranderen, andere deelnemers juist weer wel. Concluderend gaf een deelnemer aan dat de decentralisatie een goede beweging lijkt, maar door gebrek aan financiële middelen en toezicht erg lastig wordt.

Samenvatting

Tijdens de bijeenkomst “Leven met een beperking in Nederland” werden knelpunten besproken met betrekking tot fysieke toegankelijkheid, toegang tot informatie, onderwijs, arbeidsmarkt, bewustwording en persoonlijke integriteit en privacy. Knelpunten die naar voren kwamen zijn onder meer problemen met de toegankelijkheid van gebouwen, het openbaar vervoer en informatie. Daarnaast gaven veel deelnemers aan tegen vooroordelen, stereotypen en betuttelende behandeling aan te lopen. Dat maakt het voor hen moeilijk mee te doen in de samenleving, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt of in het onderwijs. Bovendien kwam er uit de workshops ook naar voren dat er een gebrek aan kennis bestaat over het omgaan met mensen met een beperking, mede doordat mensen met een beperking en mensen zonder beperking al op jonge leeftijd van elkaar worden gescheiden en mensen met een beperking niet volledig kunnen participeren door de knelpunten die zij ervaren. Tot slot gaven deelnemers aan vaak weinig inspraak te hebben bij beslissingen die hen aangaan en zouden ze meer keuzevrijheid willen hebben.

Tijdens de bijeenkomst werden veel potentiële oplossingen besproken. Zo gaven deelnemers onder meer aan dat er al van jongs af aan voor moet worden gezorgd dat er bewustwording gecreëerd wordt over leven met een beperking. Daarnaast zou er volgens de deelnemers in opleidingen meer aandacht moeten komen voor het leven met een beperking, zou beeldvorming moeten veranderen en moeten mensen met een beperking zelf meer inspraak krijgen.



Wil je iets kwijt over dit onderwerp?