Publicaties

Advies 2010/1: inzake het stellen van voorwaarden aan het wervings- en selectiebeleid van organisaties die taken voor de gemeente uitvoeren

Samenvatting

Advies aan de gemeente Amsterdam i.v.m. de uitvoering van de 'motie Flos'

 

De strekking van de in de gemeenteraad aangenomen ‘motie Flos’ lijkt het voorkomen van een eenzijdig naar religie, politieke gezindheid, culturele achtergrond of afkomst samengesteld personeelsbestand, van organisaties die door de gemeente gefinancierde taken uitvoeren ten behoeve van alle Amsterdammers. Hoofdregel van de gelijkebehandelingswetgeving is dat werkgevers zo’n selectie op in de wet genoemde gronden niet mogen maken, omdat zij daarmee discrimineren. Daarop zijn uitzonderingen mogelijk. Het kan voor de gemeente een oplossing zijn om in de overeenkomsten met organisaties de voorwaarde op te nemen dat zij zich voor hun wervings- en selectiebeleid aan de spelregels van de gelijkebehandelingswetgeving houden.

 

Hieronder staan allereerst de vragen die door de gemeente Amsterdam aan de Commissie Gelijke Behandeling zijn voorgelegd:

 

  1. Wanneer komt een werkgever in strijd met de gelijkebehandelingswetgeving, als deze in zijn wervings- en selectiebeleid selecteert op godsdienst (of levensovertuiging), politieke gezindheid, geslacht, seksuele gerichtheid of (etnische) afkomst? In samenhang daarmee:

  2. Welke voorwaarden mag een gemeente stellen aan organisaties met wie zij een relatie aangaat m.b.t. het aanbieden van diensten (aan de gemeente), aangaande de selectie van personeel van deze organisaties?

  3. Kan de gemeente bij het verstrekken van subsidies aan organisaties die voor haar diensten verzorgen en/of bij het aangaan van overeenkomsten met aanbieders van diensten, de eis stellen dat een dergelijke organisatie zich onthoudt van godsdienstige of politieke ‘wervings- of bekeringsactiviteiten’ onder het Amsterdamse publiek tot wie deze organisatie zich richt bij de uitvoering van de met de gemeente Amsterdam overeengekomen diensten?