Oordelen

Cition B.V. maakt geen verboden onderscheid op grond van godsdienst door man voor functie van parkeercontroleur af te wijzen omdat hij vrouwen geen handen wil geven. Wel sprake van discriminatoire bejegening bij sollicitatie.

Oordeelnummer 2012-54
22-03-2012
Godsdienst
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een man solliciteert naar de functie van parkeercontroleur bij Cition B.V., een bedrijf dat verantwoordelijk is voor het parkeerbeleid in de gemeente Amsterdam. De man is moslim en geeft vanwege zijn geloofsovertuiging geen hand aan personen van het andere geslacht. Als een vrouwelijk lid van de sollicitatiecommissie hem ophaalt uit de ontvangstruimte maakt de man haar duidelijk dat hij vanwege zijn geloofsovertuiging vrouwen geen handen geeft. De medewerkster reageert hierop door op luide toon in de ontvangstruimte te zeggen dat “hij nu al lekker punten scoorde” en “zo al goed begon’’. Tegen haar collega zei ze dat een gesprek geen zin meer had. Kort daarna is het sollicitatiegesprek beëindigd. Het bedrijf heeft de man afgewezen voor de functie. De man voelt zich discriminatoir bejegend door de medewerkster en vindt dat het bedrijf hem vanwege zijn godsdienst heeft gediscrimineerd door hem af te wijzen voor de functie van parkeercontroleur. Het bedrijf erkent dat het gesprek niet helemaal goed is verlopen. Daarnaast stelt het bedrijf dat zij de man heeft afgewezen voor de functie omdat hij niet bereid is vrouwen een hand te geven. Het bedrijf verwacht namelijk van al haar parkeercontroleurs dat zij elkaar en de burgers op gelijkwaardige, respectvolle wijze bejegenen. Een belangrijk onderdeel hiervan is voor het bedrijf het geven van een hand.

Beoordeling

De Commissie oordeelt dat Cition B.V. de man discriminatoir heeft bejegend. Tevens oordeelt de Commissie dat Cition B.V. jegens de man geen verboden onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt door hem af te wijzen voor de functie van parkeercontroleur.

Toelichting

Bejegening

Het bedrijf heeft het verloop van de kennismaking niet betwist. Daarnaast staat vast dat de medewerkster wist dat de man haar geen hand gaf vanwege zijn geloofsovertuiging. De opmerkingen werden op luide toon gemaakt in de ontvangsthal en in het bijzijn van mensen die niets van doen hadden met het sollicitatiegesprek. De aard van de opmerkingen, alsmede de wijze waarop en de omstandigheden waaronder ze gemaakt zijn, heeft de Commissie tot het oordeel gebracht dat sprake is van discriminatoire bejegening.

Afwijzing

De Commissie stelt vast dat het bedrijf de man heeft afgewezen omdat hij personen van het andere geslacht geen hand wil geven. Door dit wel van de man te eisen, maakt het bedrijf indirect onderscheid op grond van godsdienst. De man, een moslim, wordt namelijk door deze eis bijzonder getroffen vanwege zijn geloofsovertuiging. Alleen als het bedrijf een objectieve rechtvaardiging voor het onderscheid heeft, is het onderscheid niet verboden. De Commissie oordeelt dat in dit geval het indirecte onderscheid niet is verboden. Voor de Commissie is hierbij van belang dat de functie van parkeercontroleur zich grotendeels afspeelt in de openbare ruimte. Het contact met burgers komt spontaan tot stand en is niet vooraf te regelen. De contacten zijn kort en meestal eenmalig. Daarnaast kan het werk van de parkeercontroleur (negatieve) emoties oproepen bij de burgers. De aard van de werkzaamheden zorgt er voor dat het niet vooraf duidelijk is of er een aanvaardbaar alternatief is waarbij de burger op dezelfde wijze gelijkwaardig en respectvol wordt bejegend.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: