Oordelen

KPN B.V. discrimineerde een vrouw op grond van haar zwangerschap door het dienstverband te beëindigen.

Oordeelnummer 2015-133
24-11-2015
Geslacht
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw werkte vanaf september 2015 bij KPN als technisch consultant. Zij werkte op inleenbasis voor de duur van een project met een maximum termijn van een jaar. De vrouw vertelde op 22 september 2015 dat zij zwanger was en dat zij vanaf november met zwangerschaps- en bevallingsverlof zou gaan. KPN beëindigde op 30 september 2015 het dienstverband. De vrouw belde de teamleider op om te vragen waarom het dienstverband was beëindigd. De vrouw verklaart dat de teamleider zei dat haar afwezigheid van vier maanden het probleem was. De vrouw zegt dat zij de telefoon op speaker had staan en dat haar echtgenoot meeluisterde. Hij bevestigt ter zitting dat de afwezigheid van vier maanden als de reden van de beëindiging werd gegeven. KPN zegt dat zij niet discrimineerde. De teamleider betwist dat hij heeft gezegd dat de afwezigheid van vier maanden de reden voor de beëindiging was. Hij verklaart dat hij heeft gezegd dat de vrouw niet voldoende functioneerde. KPN overlegt schriftelijke verklaringen van collega’s waaruit blijkt dat de vrouw niet goed genoeg functioneerde.

Beoordeling

KPN beëindigde het dienstverband met de vrouw kort nadat zij vertelde dat zij zwanger was. Zowel de vrouw als haar echtgenoot verklaren dat de teamleider in een telefoongesprek zei dat de beslissing genomen was omdat de vrouw vier maanden afwezig zou zijn. Hoewel de echtgenoot in een bijzondere relatie staat tot de vrouw, hecht het College waarde aan zijn verklaring. Daarbij komt dat de verklaringen van de teamleider ter zitting overtuigingskracht missen. Daarmee bestaat het vermoeden dat de zwangerschap van de vrouw een rol speelde bij de beëindiging. KPN zegt dat de vrouw niet goed genoeg functioneerde. Dat blijkt ook uit de verklaringen van collega’s, aldus KPN. Het College oordeelt dat, ook als aangenomen moet worden dat er twijfels waren over het functioneren van de vrouw, KPN niet bewijst dat de zwangerschap van de vrouw geen enkele rol heeft gespeeld. Bovendien overtuigen de verklaringen van KPN niet. De teamleider zegt dat hij de vrouw heeft aangesproken op haar functioneren maar dit blijkt nergens uit. Ook is van belang dat de vrouw als junior netwerkbeheerder begon terwijl KPN eigenlijk een senior wilde. Daarbij komt dat zij niet beschikte over alle ‘tools’, zoals een telefoon en toegang tot het netwerk. In deze context wekt het bevreemding dat KPN, in een periode van nog geen drie weken, heeft vastgesteld dat de vrouw niet aan de verwachtingen zou kunnen gaan voldoen.

Oordeel

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat KPN B.V. jegens een vrouw verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht bij het beëindigen van de arbeidsverhouding.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: