Oordelen

Stichting Libertas Leiden heeft een man op het werk aangesproken in verband met het bidden en het lezen van de Koran, maar dat levert geen discriminatie op.

Oordeelnummer 2016-124
22-11-2016
Godsdienst
lees verder

Samenvatting

Situatie

Om zijn taakstraf te vervullen, ging een man bij het ‘Huis van de Buurt Morschwijk’ aan het werk. Hij werkte twee dagen en ging in zijn pauze bidden. Ook las hij een keer de Koran onder werktijd. Aan het begin van de derde werkdag sprak de beheerder van het buurthuis de man daarop aan. De man zegt dat de beheerder tegen hem zei dat hij niet meer mocht bidden of de Koran mocht lezen. De beheerder zegt dat zij de man aansprak omdat zij concrete afspraken met hem wilde maken hierover.

Beoordeling

De man vervulde zijn taakstraf in het buurthuis. De beheerder van het buurthuis gaf de man opdrachten en zag erop toe dat hij zijn werk deed. Daarmee is sprake van arbeid binnen een gezagsrelatie zodat het College de klacht van de man kan beoordelen.

Het staat vast dat de beheerder de man aansprak in verband met het bidden en het lezen van de Koran. De man zegt dat de beheerder een verbod uitsprak maar de beheerder betwist dit uitdrukkelijk. De reclasseringsmedewerker van de man vertelt tijdens de zitting dat hij zowel de man als de beheerder direct na hun gesprek te woord stond. Ook hij kreeg van beiden een verschillende versie te horen van wat zou zijn besproken in het gesprek. Door gebrek aan bewijs kan het College niet vaststellen wat er precies is gezegd. Daarom toont de man niet aan dat sprake was van een verbod en dat hij is gediscrimineerd op grond van zijn godsdienst. Van belang is dat de enkele wens van de beheerder om met de man afspraken te maken over het bidden en het lezen van de Koran niet discriminerend is.

Oordeel

Stichting Libertas Leiden heeft jegens de man geen verboden onderscheid op grond van godsdienst gemaakt.

 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: