Oordelen

Universitair Medisch Centrum Utrecht discrimineert pedagogisch medewerker door haar niet toe te staan haar onderarmen tijdens het werk te bedekken.

Oordeelnummer 2017-77
21-06-2017
Godsdienst
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw werkt als pedagogisch medewerker bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC). Vanwege haar islamitische geloof bedekt zij haar armen. Het UMC kent een beleid dienstkleding. Dit beleid is gebaseerd op de richtlijn ‘Persoonlijke Hygiëne medewerker’ van de Werkgroep Infectie Preventie. Daarin staat dat medewerkers die op enig moment contact hebben met patiënten tijdens deze zorgcontacten dienstkleding dragen. De dienstkleding heeft korte mouwen. Eigen kleding met lange mouwen mag daar niet onderuit komen. Dienstkleding moet de onderarmen onbedekt laten zodat een goede handhygiëne mogelijk is. Omdat de vrouw vaak fysiek contact heeft met patiënten staat het UMC haar niet toe haar onderarmen tijdens het werk te bedekken. Volgens de vrouw discrimineert het UMC haar vanwege haar godsdienst. Het UMC zegt dat er geen sprake is van discriminatie. Volgens het UMC zijn de door de vrouw aangedragen alternatieven voor het onbedekt laten van de onderarmen niet passend en/of niet werkbaar.

 

Beoordeling

De verplichting om de onderarmen onbedekt te laten treft personen die vanwege hun geloof hun onderarmen willen bedekken bijzonder. Daarom is sprake van indirecte discriminatie. Dat is niet verboden als daar een goede reden, de objectieve rechtvaardiging, voor is. De verplichting om de onderarmen te bedekken bestaat om een zo goed mogelijke preventie tegen infecties te bereiken. Het UMC heeft daar belang bij. De vrouw heeft alternatieven aangedragen voor het onbedekt laten van de armen bij contacten met patiënten, waaronder het dragen van losse wegwerp- of katoenen mouwen. Het UMC overtuigt het College er niet van dat deze alternatieven voor de vrouw in haar werk als pedagogisch medewerker geen werkbaar alternatief is. Ook stelt het College op basis van foto’s die de vrouw heeft overgelegd vast dat het UMC haar beleid niet consequent uitvoert. Daarom slaagt het UMC er niet in aan te tonen dat het noodzakelijk is om de vrouw te verplichten haar onderarmen onbedekt te laten en is er sprake van discriminatie op grond van godsdienst.

 

Oordeel

Universitair Medisch Centrum Utrecht maakt jegens de vrouw verboden onderscheid op grond van godsdienst.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: