Oordelen

SRLEV N.V. discrimineerde niet door een medische opslag toe te passen op een premie voor een levensverzekering.

Oordeelnummer 2017-84
05-07-2017
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een echtpaar vroeg bij SRLEV N.V., een verzekeraar, een levensverzekering aan op elkaars leven ter aflossing van een hypothecaire geldlening. De man en de vrouw vulden ieder een eigen gezondheidsverklaring in. De vrouw vermeldde dat zij in het verleden een levensbedreigende ziekte had, waarvan zij genas. SRLEV liet het echtpaar weten dat zij de verzekering alleen kon afsluiten tegen een verhoogde premie, omdat de vrouw ziek was geweest. Het echtpaar aanvaardde de levensverzekering tegen de verhoogde premie. In 2016 vroeg het echtpaar de verzekeraar om de verhoogde premie op 14 juni 2016 te beëindigen. Het echtpaar stelde dat de WGBH/CZ het met ingang van die datum verbiedt om onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte te maken bij het aanbieden van goederen of diensten. SRLEV besloot de verhoogde premie vanaf maart 2017 te beëindigen. Het echtpaar voert aan dat SRLEV hen discrimineerde door de verhoogde premie niet al vanaf 14 juni 2016 te beëindigen. De vrouw genas al in 2004 en was volgens de medische richtlijnen na tien jaar blijvend genezen.  SRLEV voert aan dat zij de vrouw niet discrimineerde. Niet de ziekte van de vrouw was de reden voor de hogere premie, maar haar hogere sterfterisico als gevolg van medische behandelingen. Zo er wel sprake is van onderscheid op grond van handicap of chronisch ziekte bestaat hiervoor een goede reden, aldus de verzekeraar.

Beoordeling

Het College is van oordeel de vrouw een chronische ziekte heeft. Hierbij weegt dat zij volgens de verzekeraar tijdens de looptijd van de verzekering in vergelijking met mensen van haar eigen leeftijd een verhoogd sterfterisico heeft. De vrouw komt dan ook een beroep toe op de WGBH/CZ. Het College stelt vast dat het criterium dat de verzekeraar hanteert voor de medische opslag, is, het verhoogde sterfterisico tijdens de looptijd van de verzekering. Hiermee maakt de verzekeraar geen direct onderscheid, omdat niet alle handicaps of chronische ziekten leiden tot een verhoogd sterfterisico. Wel maakt de verzekeraar hiermee indirect onderscheid omdat mensen met een handicap of chronische ziekte hierdoor bijzonder worden getroffen. Maar indirect onderscheid is niet verboden als hiervoor een goede reden bestaat. De verzekeraar vindt dat zij hiervoor een goede reden heeft. Zij wil een solide, betaalbaar en rendabel verzekeringsstelsel in standhouden, waaraan solidariteit ten grondslag ligt. Hieronder verstaat zij dat de hoogte van de premie zodanig is dat iedere Nederlander de verzekering moet kunnen afsluiten. Verder moet het voor een verzekeringnemer rendabel zijn om zich te verzekeren. Onder ‘solidariteit’ verstaat zij de bereidheid van verzekerden met kleine risico’s om via de premie bij te dragen aan het verzekeren van de grotere risico’s van andere verzekerden. Als zij geen medische opslag toepast, waardoor iedere verzekerde dezelfde premie zou betalen, zou de premie voor verzekerden met een laag risico te hoog worden. Zij zullen dan  overstappen naar een concurrent, die een lagere premie vraagt. De verzekeraar kan hierdoor in de financiële problemen komen, waardoor verzekeringnemers het risico lopen dat ze geen uitkering krijgen. Het College stelt vast dat de verzekeraar bij de vaststelling van de medische opslag de individuele medische situatie van de vrouw betrok, zoals de informatie van haar medisch specialist en de informatie van haarzelf. Op basis hiervan en van de gegevens van herverzekeraars bedroeg de medische opslag in de periode van 14 juni 2016 tot 1 maart 2017 € 16,80 per maand. Het College is van oordeel dat de verzekeraar een goede reden heeft gegeven voor het gemaakte onderscheid. Hierbij is van belang dat zij rekening hield met de individuele medische situatie van de vrouw. Verder maakte zij voldoende aannemelijk dat het niet mogelijk is om aan iedere verzekeringnemer een verzekering tegen dezelfde premie (zonder medische opslag) aan te bieden. Ook is het College van oordeel dat de verzekeraar in dit geval gelet op de hoogte en de duur van de medische opslag een redelijk evenwicht vond tussen solidariteit en differentiatie. Het College concludeert dan ook dat SRLEV N.V. het echtpaar niet discrimineerde op grond van handicap of chronische ziekte.

Oordeel

SRLEV N.V. heeft jegens het echtpaar geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: