Welke mensenrechten zijn er?

Mensenrechten gelden voor iedereen. Door de Verenigde Naties zijn er daarom verdragen en afspraken gemaakt over het beschermen van mensenrechten. Denk bijvoorbeeld aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. En ook binnen de Nederlandse en Europese wetgeving worden deze in verschillende wetten en afspraken behandeld.

Hoe zijn mensenrechten ontstaan?

In 1945 is de Verenigde Naties (VN) opgericht. Een van de belangrijkste doelen was het beschermen en verbeteren van de mensenrechten. De gruwelijkheden uit de Tweede Wereldoorlog moesten in de toekomst worden voorkomen. In 1946 startte de VN daarom de Commissie voor de Rechten van de Mens met als belangrijkste taak het schrijven van een verklaring: het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens (International Bill of Rights). Deze verklaring is niet bindend. Daarom zijn de mensenrechten in de jaren ’50 en ’60 in verdragen opgeschreven. Ondertekent een land een verdrag? Dan is het verplicht om zich hieraan te houden.  

Welke soorten mensenrechten zijn er?

We verdelen mensenrechten in twee soorten. ‘Burgerrechten en politieke rechten’ of ‘klassieke’ mensenrechten:

  • algemene en integriteitsrechten (non-discriminatie, gelijke behandeling, bescherming van de persoon en van zijn of haar privacy, huis en familieleven, martelverbod).
  • vrijheidsrechten (vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en levensovertuiging, van vereniging).
  • participatierechten (recht op deelname aan het bestuur van een land, kiesrecht);
  • rechten van arrestanten, beklaagden en gedetineerden (verbod op willekeurige arrestatie en detentie, recht op onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak);
  • rechten van beschermde groepen (vrouwen, kinderen, minderheden, inheemse volken).
  • rechten van vreemdelingen en vluchtelingen (recht het land te verlaten en terug te keren, asielrecht, recht op gezinshereniging).

En sociale en economische, culturele en collectieve rechten:

  • sociale en economische rechten (recht op behoorlijke levensstandaard, recht op sociale voorzieningen, vrijheid van vakvereniging, recht op onderwijs, recht op gezondheid).
  • culturele rechten (recht om deel te nemen en bij te dragen aan cultuur, recht om de eigen taal te spreken, bescherming van auteursrecht en van de eigen naam, vrijheid van wetenschappelijk onderzoek).
  • collectieve rechten (voor ontwikkeling en bescherming van een volk).

Wat is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens?

In 1948 heeft de VN de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) als besluit aangenomen. De UVRM vormt de basis voor mensenrechteninstrumenten van de VN en regionale organisaties als de Raad van Europa, de Organisatie van Amerikaanse Staten en de Afrikaanse Unie. De UVRM bestaat uit 30 artikelen.

VN-Verdragen

In 1946 startte de VN de Commissie voor de Rechten van de Mens met als belangrijkste taak het schrijven van een verklaring: het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens (International Bill of Rights). Dit Internationaal Statuut bestond uit een verklaring en een verdrag. Een verklaring is een officiële tekst waarin de basis wordt opgeschreven. Dit heeft meer een symbolische waarde. Het legt geen verplichtingen op. Een verdrag is wel bindend. Als een land een verdrag ondertekent, is het verplicht om zich te houden aan alles wat in het verdrag staat. 

Het idee om Verdragen te maken ontstond in de jaren ’50 en ’60. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) nam in 1966 twee verdragen aan. Het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). Dit verdrag bestaat uit 55 artikelen. Die gaan onder andere over discriminatie, marteling, eerlijk proces, meningsuiting kiesrecht en gelijkheid voor de wet. Daarnaast is het Internationale Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) aangenomen. Dit verdrag bestaat uit 31 artikelen. Deze gaan onder andere over werk, loon, voedsel, stakingsrecht, gezondheid en onderwijs. In 1976 traden beide verdragen pas in werking. Op internationale conferenties wordt een internationaal verdrag in eerste instantie ondertekend door de deelnemende landen. Om het verdrag in werking te laten treden, moeten de landen het verdrag daarna nog bekrachtigen of ratificeren. In Nederland legt de regering dan een ‘goedkeuringswet’ voor aan het Parlement. Gaat het Parlement akkoord? Dan is het verdrag goedgekeurd. 

Voor Nederland gelden het IVBPR en het IVESCR sinds 1979. Naast deze twee verdragen zijn er verschillende verdragen die specifieke aandacht besteden aan een groep mensen of aan een bepaald recht. Het enige VN-Verdrag dat Nederland nog niet heeft ondertekend en bekrachtigd is het CMW. Meer over de verschillende verdragen en hoe gecontroleerd wordt of landen zich eraan houden.

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)

De Raad van Europa (RvE) is een internationale organisatie die zich richt op het verspreiden en bevorderen van democratie en mensenrechten. Het meest bekende Verdrag van de Raad van Europa is het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Rechten (EVRM). Alle 47 lidstaten van de Raad van Europa, waaronder Nederland, hebben het EVRM bekrachtigd. In het EVRM staan onder andere het recht op vrijwaring van slavernij, verbod van foltering, het recht op vrijheid van persoon, een eerlijk proces, vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, en het recht op bescherming van het privé- en gezinsleven. Aan het EVRM zijn protocollen met aanvullende rechten toegevoegd die een land apart moet bekrachtigen. Denk aan het recht op eigendom, het recht op bewegingsvrijheid en een algemeen verbod op discriminatie:

Europese Unie: het Handvest van Grondrechten

De doelstellingen van de Europese Unie zijn in de eerste plaats economisch en politiek. Het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (HvJ) ziet toe op de naleving van EU-recht en was dus oorspronkelijk geen mensenrechtenhof. Toch heeft het HvJ in verschillende arresten een belangrijke basis gelegd voor de discussie over fundamentele rechten op politiek niveau binnen de EU. 

Het Verdrag van Maastricht (1992) is een mijlpaal. Hierin is vastgelegd dat de Europese Unie fundamentele rechten respecteert. Na lange onderhandelingen kwam het EU Handvest voor de Grondrechten tot stand. In 2009 werd het Handvest bindend toen het Verdrag van Lissabon inging. 

In het Handvest zijn veel mensenrechten opgenomen. Denk aan het recht op leven en het verbod van marteling, het recht op bescherming van het privéleven, het recht op vrijwaring van discriminatie en het recht op een eerlijk proces. Alle Europese instellingen moeten zich aan het Handvest houden. Ook bij het uitvoeren van EU-wetgeving geldt het Handvest van Grondrechten

Bureau voor de Grondrechten (FRA)

Het Bureau voor de Grondrechten of het Fundamental Rights Agency (FRA) bestaat sinds 2007. Het bureau verleent bijstand en expertise over mensenrechten aan EU-instellingen, EU-lidstaten en andere organisaties, overheidsinstanties en nationale mensenrechteninstituten. Het achterliggende doel is dat organisaties meer samenwerken en werkzaamheden beter op elkaar afstemmen. Het bureau verzamelt en analyseert hiervoor gegevens over maatregelen, publiceert jaarverslagen en thematische verslagen en onderhoudt relaties met verschillende instanties. 

EU-richtlijnen over discriminatie

Het verbod op discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of geloofsovertuiging, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid is een van de fundamenten van de EU. Het recht op non-discriminatie is vastgelegd in de EU-verdragen en in het Handvest van de Grondrechten. Verder zijn vanaf 2000 richtlijnen opgesteld over gelijke behandeling ongeacht ras of etnische afstamming en gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Hieronder staat een overzicht van belangrijke richtlijnen: