Toegelicht

Gerecht kent opnieuw hoge schadevergoeding toe bij zwangerschapsdiscriminatie

1 maart 2019 - Laatste update 15 september 2021

De Rotterdamse zorginstelling Antes moet een medewerkster 40.000 euro betalen, omdat haar arbeidsovereenkomst als gevolg van haar zwangerschap niet werd verlengd. De hoogte van de schadevergoeding is een uitzonderlijk bedrag, maar staat inmiddels niet meer op zichzelf.

Lees de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag: ECLI:NL:GHDHA:2021:1638, gepubliceerd op 13-09-2021.

In 2017 sprak het College een oordeel (2017-34) uit waarin de rechtbank Den Haag uiteindelijk een schadevergoeding van 37 duizend euro heeft toegekend (ECLI:NL:RBDHA:2019:584). De rechtbank vond toen voldoende bewijs dat een vrouw werd afgewezen voor een baan omdat zij tijdens de sollicitatieprocedure had gemeld dat zij zwanger was. 

‘Afschrikkende werking’

De uitspraken zijn van belang vanwege de hoogte van de toegekende schadevergoeding. Uit het Europese recht vloeit namelijk voort dat een schadevergoeding in dergelijke discriminatiezaken een voldoende ‘afschrikwekkende werking’ moet hebben. Het gerechtshof motiveerde het hoge bedrag ook onder verwijzing naar het EU recht.

In een eerder vonnis over zwangerschapsdiscriminatie kende de rechtbank Den Haag ook een schadevergoeding toe. Daar ging het om het niet-verlengen van een tijdelijke aanstelling nadat de werkneemster had gemeld zwanger te zijn. Deze schadevergoeding viel lager uit: 3.000 euro. In 2016 stelde de Rechtbank Overijssel in een zwangerschapszaak een schadevergoeding vast van 21.000 euro voor misgelopen inkomen, plus 5.000 euro voor immateriële schade (JAR 2016/143). In dit geval ging het ook om het niet verlengen van een tijdelijk contract vanwege een zwangerschap. Ook hier ging een oordeel van het College aan vooraf, in 2014 oordeelde het College al dat er sprake was van verboden onderscheid.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

Discriminatie op het werk vanwege zwangerschap is nog steeds een groot probleem in Nederland. Werkgevers mogen vrouwen niet weigeren voor een baan of benadelen op de werkvloer omdat zij zwanger zijn of jonge kinderen hebben.

Uit onderzoek van het College uit 2020 blijkt dat 43 procent van de vrouwen op de arbeidsmarkt een ervaring heeft die wijst op discriminatie vanwege zwangerschap (nieuwsbericht Zwanger en werk n.a.v. onderzoek 2020).

Ten opzichte van de vorige meting van het College uit 2016, is er in de aard en omvang van (vermoedelijke) zwangerschapsdiscriminatie in Nederland opnieuw niets veranderd. In 2016 constateerde het College ook al geen verandering in vergelijking met de resultaten uit het eerste onderzoek over dit onderwerp uit 2012. Daarmee is zwangerschapsdiscriminatie op de Nederlandse arbeidsmarkt in de afgelopen acht jaar een onverminderd groot probleem gebleven. 

Slechts een klein deel van de vrouwen die zwangerschapsdiscriminatie meemaakt, doet hier ook melding van. Dit komt deels omdat niet elke vrouw weet wat wel en niet mag. Maar ook vrouwen die dit wel weten, melden vaak niet. Zij doen dit vaak niet omdat ze denken dat het weinig zin heeft.

College voor de Rechten van de Mens

In het VN-Vrouwenverdrag is vastgelegd dat mannen en vrouwen gelijk moeten kunnen participeren in de maatschappij. Het College volgt de implementatie van dit verdrag in Nederland. Zo onderzoekt het College welke factoren vrouwen belemmeren om volledig te participeren op de arbeidsmarkt. Uit de verschillende onderzoeken van het College naar zwangerschapsdiscriminatie dat zwangere vrouwen, zeker die met een flexibel contract, een onzekerder arbeidsmarktpositie hebben.

Melden kan altijd

Zwangerschapsdiscriminatie is bij wet verboden in Nederland. Als je denkt dat je te maken hebt met zwangerschapsdiscriminatie, kun je dit melden bij het College. Het College kan vervolgens uitzoeken of sprake is van discriminatie.